Zuid-Afrikaanse organisatie voor mentale zorg is drukker dan ooit: “We willen meer doen, maar dat kan niet altijd”

ZUID AFRIKA – Corona heeft veel impact gehad op de mentale gezondheid van veel mensen. Niet alleen in Nederland, maar ook in Zuid-Afrika. Daar schoot de mentale zorg al tekort, maar sinds de pandemie is de vraag alleen maar groter geworden. Thandi Shabalala en Ziyanda Mephini werken als therapeut voor de South African Depression and Anxiety Group (SADAG), de grootste organisatie in het land die zich inzet voor betere mentale zorg. “We doen het beste met wat we kunnen met de weinige opties die we hebben.”

In het callcenter waar Thandi en Ziyanda werken, is het dit jaar drukker geweest dan ooit. Het aantal telefoontjes steeg in 2020 met 63% vergeleken met het jaar ervoor. Ze worden gebeld door mensen die hun baan kwijt raakten, zich zorgen maken om familie, bang zijn voor het virus, of zelfs een combinatie hiervan. “Veel mensen kunnen hun gewoonlijke psycholoog niet meer zien, omdat door het verlies van hun baan ze het niet meer kunnen betalen of geen zorgverzekering meer hebben,” legt Thandi uit. Deze mensen worden dan doorverwezen naar een psycholoog uit de publieke sector, maar daarvoor zijn lange wachtrijen.

Tweedeling in de zorg

De Zuid-Afrikaanse zorg is opgedeeld in twee sectoren: de privésector en de publieke sector. De publieke sector wordt betaald door de regering, maar op het gebied van mentale zorg ontvangt deze te weinig geld om iedereen de gewenste hulp te bieden. Er zijn lange wachtrijen en er is een tekort aan psychologen en psychiaters. De privésector kent deze problemen niet, maar de behandelingen zijn erg duur. De privésector wordt dan ook voornamelijk gebruikt door de rijkere Zuid-Afrikanen die de zorg kunnen betalen.

Dat is dus voor niet iedereen een optie. Tijdens de pandemie is dit probleem alleen maar gegroeid. Ziyanda: “Het heeft veel invloed gehad op onze manier van werken. Ons normale plan is om ze op dat moment te helpen en dan door te sturen, maar dat is nu niet altijd een optie.” Vaak staan de mensen die bellen al op een wachtlijst of is er geen psycholoog in de buurt waar ze naartoe kunnen. Doorverwijzen is dan niet mogelijk, dus doen ze aan de telefoon het beste wat ze kunnen. “We bieden ze ondersteuning, moedigen ze aan en geven self-helptips.”

Het is enorm frustrerend, vindt Ziyanda. “Je wilt mensen de goede hulp bieden, maar dat is vaak geen optie. We willen meer doen, maar dat kan niet altijd. We doen wat we kunnen met de weinige opties die we hebben.”

Huiselijk geweld

Bij de hulplijn van SADAG bieden ze ook hulp aan slachtoffers van huiselijk geweld. De medewerkers verwijzen ze door naar de politie of opvanglocaties waar ze kunnen verblijven. Ook op dit gebied was een toename tijdens de lockdown. “Normaal krijgen we niet zo veel telefoontjes over huiselijk geweld, maar dat nam enorm toe.” In de briefing ‘Treated like furniture; Gender-based violence and Covid-19 response in Southern Africa’ meldt Amnesty International dat veel vrouwen aan het geweld in huis niet konden ontsnappen. Dit komt voornamelijk doordat veel organisaties die onderdak bieden aan slachtoffers niet gezien werden als essentieel door de regering. Vele moesten daarom tijdens de lockdown hun deuren sluiten.

“Wij sturen slachtoffers door naar organisaties die hun onderdak kunnen bieden, maar de meeste konden niemand opvangen. Soms werden ze zelfs teruggestuurd naar ons,” vertelt Thandi. Ziyanda vult aan: “Dat gebeurde soms ook als we ze naar het politiebureau stuurden. Agenten konden vaak de slachtoffers ook niet helpen, want alle opvangcentra waren gesloten vanwege de lockdown.”

Het is een extra hindernis voor hun werk. Soms namen ze zelf contact op met de opvangcentra, om te kijken of ze een uitzondering wilden maken. Maar vaak was het antwoord nee; de opvangcentra wilden het niet riskeren dat iemand corona meenam en andere slachtoffers daar besmette. In de meeste gevallen was het enige wat ze bij de hulplijn konden doen, advies geven hoe ze de thuissituatie konden verbeteren. Geen makkelijke opgave, want door de lockdown zaten slachtoffers dag in dag uit in hetzelfde huis met degene die hen mishandelde.

Thandi en Ziyanda adviseren ook om naar de politie te gaan om melding te doen van mishandeling, maar de politie is niet altijd behulpzaam. Sommige agenten zien huiselijk geweld niet als misdaad, maar als privésituatie. Ze sturen de slachtoffers weer naar huis, die dan weer contact opnemen met SADAG. Thandi: “Een van de eerste adviezen die wij geven is om naar de politie te gaan, maar vaak vertelt de beller dat die dat al heeft gedaan, en niet geholpen is.”

De regering draagt veel verantwoordelijkheid op het gebied van mentale zorg en huiselijk geweld, vinden Ziyanda en Thandi. Uit research door Oxford bleek dat slechts 5% van het zorgbudget wordt besteed aan mentale zorg, terwijl richtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie adviseren om 5 tot 10% van het zorgbudget te besteden aan mentale zorg. De Zuid-Afrikaanse regering haalt het minimale van deze doelstelling, maar toch schiet de zorg tekort. Uit hetzelfde research bleek dat zo’n 92% van de bevolking die gebruik maakt van de publieke sector, niet de hulp krijgt die het nodig heeft. Ondanks het werk van SADAG waar ze pleiten voor betere mentale zorg, zit er nog niet veel verbetering in. “De regering geeft geen hoge prioriteit aan mentale zorg.” vertelt Ziyanda. “Ik hoop dat dat verandert.”