Geen apartheid, wel ongelijkheid

Decennialang werd aan rassenscheiding gedaan in Zuid-Afrika, apartheid. Hier staat het land nog altijd om bekend. Sinds de formele afschaffing in 1994 zijn er heel wat verbeteringen doorgevoerd om de geschiedenis zo snel mogelijk te vergeten en gelijkheid te creëren. Maar hoe is de werkelijke situatie nu? Aan de hand van het maatschappelijke thema onderwijs leggen wij het je uit.

Onderwijs – Apartheid toont zich opnieuw

Tijdens de eerste lockdown tegen het coronavirus waren alle scholen in Zuid-Afrika tien weken gesloten. Iets waardoor de ongelijkheid uit het verleden in het Zuid-Afrikaanse onderwijssysteem terug te zien was, vindt mensenrechtenorganisatie Amnesty International. Zij waarschuwde in februari van dit jaar voor een verloren generatie leerlingen door de slechte onderwijsomstandigheden in het land. “In Zuid-Afrika is sprake van een ongelijk systeem dat komt door de erfenis van apartheid.”

“Door onderinvesteringen na de apartheidsperiode is de ongelijkheid van daarvoor gebleven”, aldus Iain Byrne, beleidscoördinator economische, sociale en culturele rechten bij Amnesty International. Hij is een van de schrijvers van het rapport Failing to learn Lessons: The impact of COVID-19 on a broken and onequal onderwijssysteem, dat grote ongelijkheid in het onderwijs aantoont door de slechte onderwijsinfrastructuur en -faciliteiten op veel scholen uit arme gemeenschappen. Dit zijn vaak de townships waar vaak veel zwarte Zuid-Afrikanen wonen. Een duidelijk verschil in kansen wordt overigens niet duidelijk benoemd in onderzoeken van Amnesty.

De invloed van apartheid

Na de afschaffing van apartheid kwam er in 1996 een nieuwe grondwet die leerplicht invoerde voor aan alle 7- tot 16-jarigen in Zuid-Afrika wat door de overheid gefaciliteerd moet worden. “Dat doet zij nu niet goed genoeg”, aldus Byrne. Er zijn geen exacte cijfers over diversiteit op scholen en kansen voor verschillende bevolkingsgroepen en dat is te verklaren volgens de Amnesty-onderzoeker: “Apartheid is moeilijk te definiëren. Er is dan wel geen apartheidsregime of systeem meer, toch is er nog altijd rassenscheiding en ongelijkheid op scholen. Over het algemeen zie je betere resultaten voor witte leerlingen, die vaker naar betere scholen gaan, dan zwarte kinderen. Maar de ongelijkheid is pas te zien door de verschillen tussen de voorzieningen en een eventuele sluiting hierdoor.” Verdere cijfers over kansenverschillen zijn er niet.

Problemen op scholen

Veel scholen moesten door de slechte voorzieningen hun deuren sluiten met corona.  “Vooral slechte sanitaire voorzieningen, onderwijscondities en de slechte capaciteit van docenten zijn een probleem”, zegt Byrne. Onderzoek van Amnesty in 2018 bij ruim 23.000 publieke scholen toont aan dat 72% van de scholen geen internettoegang had en 239 scholen hebben geen elektriciteit. Ook gebruikt 19% van de scholen illegale hurktoiletten en zelfs 37 van hen heeft geen sanitaire voorzieningen. Deze slechte sanitaire voorzieningen werden door COVID-19 het meest zichtbaar. Door overbevolkte klaslokalen is afstand houden moeilijk en door het ontbreken van stromend water op sommige scholen zijn de hygiënemaatregelen niet mogelijk. Byrne: “We noemen geen nieuwe problemen maar bestaande problemen die zich nog duidelijker laten zien en door de overheid ook bevestigd worden.”

De sluiting van de scholen was vooral in armere gemeenschappen, de townships, waar over het algemeen zwarte Zuid-Afrikanen wonen. Thuisonderwijs was lastig, omdat slechts 22% van de huishoudens in Zuid-Afrika een computer heeft en slechts 10% heeft een internetverbinding, blijkt uit cijfers van Amnesty. Leerlingen van publieke scholen kregen dan ook nauwelijks les. Schadelijk, vindt Byrne: “Je hele leven wordt bepaald door de keuzes en kansen die je op school krijgt aangeboden.”

“Education is the most powerful weapon which you can use to change the world.”

Nelson Mandela, 16 juli 2003.

 

Oud-Zuid-Afrikaans leerkracht uit Pretoria Jane is het oneens met de ongelijkheid tussen zwarte en witte leerlingen en rassenscheiding die Byrne beschrijft. Jane, niet haar echte naam maar die is wel bekend bij de redactie, heeft ruim 35 jaar voor de klas gestaan op verschillende scholen in de provincie Gauteng. Vanwege de gevoeligheid van het onderwerp apartheid in het onderwijs van Zuid-Afrika, wil ze als een van de weinigen anoniem haar verhaal vertellen. “Er heerst veel criminaliteit in Pretoria en het racismeprobleem maakt het gevoelig hierover te spreken.”

Ervaringen in Gauteng

“Hier in Gauteng, de beste onderwijsregio van Zuid-Afrika, zijn de onderwijsvoorzieningen goed verbeterd. Ik heb 14 jaar lesgegeven op een school met asbest, daarvoor in de plaats zijn nu veel prefab klaslokalen gekomen.  Op het platteland zijn de voorzieningen wel een stuk minder, maar er trekken nu veel mensen naar de stad.” Jane spreekt alleen over de regio Gauteng, aangezien in Zuid-Afrika iedere provincie haar eigen onderwijsbeleid uitvoert. “Op dit moment is er een groot tekort aan geld voor onderwijs bij de overheid waardoor de groei van leerlingen in steden niet kan worden bijgehouden en docenten onderbetaald worden. Dit beschadigt de kwaliteit van het onderwijs.”

Jane benadrukt dat docenten het door corona nog veel zwaarder hebben. “Leraren zijn uitgeput doordat ze lange dagen maken om lessen veilig te laten verlopen. Zo moeten ze één uur eerder beginnen zodat iedere leerling goed gescreend wordt voor de les, worden klassen opgesplitst omdat het lesprogramma anders niet te volbrengen is met alle maatregelen.” Hiermee is Byrne het eens: “De capaciteit van leraren om les te geven is op veel plekken nog erg slecht. Je kunt wel een prachtig schoolgebouw hebben, maar als de kwaliteit van de docenten niet goed is, krijg je niet het beste aangeleerd. Beide aspecten zijn zeer belangrijk.” Geschat wordt dat meer dan 1.700 leraren zijn gestorven aan het coronavirus, staat in het rapport van Amnesty.

Andere problemen

Maar de huidige problemen en het verschil in kansen is volgens Jane het gevolg van corruptie en een groot vluchtelingenprobleem in Zuid-Afrika. “Hierdoor raken ouders werkeloos waardoor ze de schoolkosten van bijvoorbeeld een schooluniform, dat hier verplicht is, niet kunnen betalen. Vaak is er niet eens genoeg geld voor eten.” Ze vindt de schoolmaaltijden dan ook van groot belang. Jane: “Door corona zijn deze nog belangrijker geworden.Hiermee is Byrne het eens. Tijdens de lockdowns waren de schoolmaaltijden vaak niet beschikbaar. “Ongeveer negen miljoen kinderen werden getroffen door het stilvallen van het Nationaal Voedselprogramma. Ruim 2,5 miljoen kinderen leden hierdoor aan honger”, vertelt de beleidscoördinator bij Amnesty.

Toch zijn er volgens Jane de afgelopen decennia een hoop verbeteringen geweest. Deze staan ook op de site van het ministerie van onderwijs, dat niet bereikbaar was voor een reactie. Jane: “Sinds de afschaffing van apartheid zijn er veel nieuwe scholen op het platteland gebouwd, er zijn meer gekwalificeerde leraren opgeleid en er zijn meer scholen die lesgeven in andere talen waardoor er meer diversiteit is in de klas.”

Taal

Door in meerdere talen les te geven, wordt het onderwijs voor veel Zuid-Afrikanen toegankelijker. Engels wordt op veel scholen in Zuid-Afrika als hoofdtaal gebruikt, die ook als eerste voertaal geldt in het land.  Sinds de nieuwe grondwet in 1996 zijn er elf officiële talen, waarvan Engels en Afrikaans een verplicht vak zijn op school. Uit statistiek van Statistica in 2018 over gesproken talen in Zuid-Afrika blijkt dat 25,1% van de bevolking buiten het huishouden Zoeloe spreekt. Slechts 16,6% spreekt Engels, wat in thuissituaties nog fors minder is met slechts 8,1% van de bevolking. Vooral inheemse talen worden gesproken, maar daar wordt geen les in gegeven en is zelfs op veel scholen verboden. Hierdoor is het voor veel kinderen lastiger om onderwijs te volgen, terwijl onderzoek uitwijst dat kinderen het beste leren in hun moedertaal.

Veel docenten ervaren dan ook problemen in het lesgeven aan hun leerlingen. Uit onderzoek in 2019 van de Routledge Taylor & Francis Group in de provincie Limpopo bleek, dat slechts 16,5% van de leraren nooit met taalgerelateerde uitdagingen te maken hadden. Terwijl de overige 83,5% vooral problemen had met het taalbeleid van hun school of twijfelen welke taal ze in hun klas gebruiken. Wat steeds vaker voorkomt is code mixing, hierbij wisselt de docent tussen talen tijdens de les.   “Door les te geven in het code mixing wordt het veel makkelijker voor kinderen om naar school te gaan”, zegt Jane. “Dit is nu nog erg lastig, maar er zijn zoveel kinderen die graag willen leren.”

Jane is een voorstander om meer talen spreken omdat dit voor meer verbinding zorgt. “Zuid-Afrika is een regenboognatie, een vreedzame samenleving van verschillende culturen in Zuid-Afrika na de afschaffing van apartheid, waarbij elf officiële talen horen. Als we allemaal meertalig zijn, kunnen we beter met elkaar communiceren wat verbinding brengt en meer kansen biedt voor iedereen.”

De kansen blijven nu nog achter, maar zijn wel van belang. Zeker in het onderwijs, vindt Byrne: “Als je jong bent, heb je niet veel tijd, want op school worden binnen een paar jaar de keuzes en kansen voor de rest van je leven bepaald.”