“Je moet de kinderen gewoon een goed thuis kunnen garanderen

Jonathan Vonk is 18 jaar en al 5 jaar de broer van verschillende pleegkinderen.                    In die tijd heeft hij het hele proces van de pleegzorg ervaren en bijvoorbeeld ook te maken gehad met bedreigingen. Tegenwoordig heeft de pleegzorg te maken met een groot tekort aan pleeggezinnen.              

 Jonathan vertelt over zijn ervaringen met de pleegzorg.

 

Wanneer kregen jullie voor het eerst pleegkinderen thuis?

“Toen ik 13 was, die kinderen waren zelf tussen de 3 en 10 jaar oud.

Jonathan Vonk

 

Hoe was het toen ze kwamen?

“Ik vond het zelf wel leuk toen ze kwamen, ook omdat je die kinderen dan iets kan leren. Het zijn altijd kinderen die iets mankeren, dus die hebben dat ook nodig.”

 

Wat voor dingen mankeerden ze dan bijvoorbeeld?

“Er kan thuis in ieder geval niet meer goed voor ze worden gezorgd. Dat varieert van lichamelijk letsel tot geestelijk. Dat merkte je bijvoorbeeld aan niet luisteren, manieren en woedeaanvallen. Ze zijn gewoon niet gewend aan een normale situatie, waarin een gezin normaal functioneert.”

 

Hoe gaan jullie ermee om als zo’n kind bijvoorbeeld een woedeaanval krijgt?

“Die breng je tot bedaren en later kom je erop terug. Dan vraag je naar hoe het kind er zelf over dacht en wat je zou kunnen doen om het in de toekomst te voorkomen. Meestal merkte je aan die kinderen dat het op een gegeven moment echt verbeterde. Dan reageerden ze veel beter op het weigeren van dingen en het niet altijd hun zin geven.”

 

Wat het is raarste moment dat je hebt meegemaakt met die pleegkinderen?

“Bedreigingen, dat ouders zo graag de kinderen terug willen dat ze dreigen de kinderen op te komen halen. Een keer zeiden ze ook echt dat ze zouden komen, maar mede door het inlichten van de politie werd dit voorkomen. “

 

“We hebben ook kinderen gehad, die weer naar huis mochten, toen heeft het gezin het eerste   beste vliegtuig gepakt naar een ander land. Dat zegt denk ik wel iets over de ouders. Dat ze bang zijn dat die kinderen weer weg moeten.”

 

 Wat doe je bij een botsing met de ouders?

“Dat meld je bij jeugd- of pleegzorg, maar er is een grote kans dat ze het ontkennen. Dan zeggen ze gewoon dat ze helemaal niks gedaan hebben. Je krijgt ook te maken met kinderen die opeens heel negatief over je zijn. Wij hadden op een gegeven moment een jongen die zei dat we hem onder de koude douche hadden gezet en dat de hond hem had aangevallen. Dat zijn valse beschuldigingen natuurlijk. Gelukkig wisten ze bij jeugd- en pleegzorg hoe wij zijn, aangezien ze ook weleens bij ons thuis zijn geweest. Die jongen kon zijn verhaal ook helemaal niet bewijzen.”

 

Wat denk je dat voor je ouders een motivatie is om sowieso te beginnen met pleegkinderen?

“Om te zorgen dat die kinderen goed terechtkomen en om ze een normale opvoeding te geven. Je zou zelf ook niet willen dat je jeugd zo zou zijn en je zou ook het beste voor je eigen kinderen willen. Je gunt ieder kind toch een goede, normale jeugd. Door het nemen van pleegkinderen geef je de kinderen toch een kans daarvoor.”

 

Wat is jullie rol in het geheel?

“Wij zijn meer een “tussenstation”. Bij ons worden de kinderen geplaatst als ze uit huis worden gezet, wij zijn vaak het eerste gezin voor die kinderen, terwijl er voor hun een vaste plek wordt gezocht. Als dat lukt dan kan een kind vaak wel langer blijven. Als een kind echt niet kan aarden in een pleeggezin kan het nog naar een tehuis maar eigenlijk vinden die kinderen altijd wel een vast thuis.”

 

Zou er volgens jou iets veranderen aan de selectieprocedure?

“Je moet die kinderen gewoon een goed thuis kunnen garanderen, zelfs als dat maar tijdelijk is. Daarom denk ik dat het belangrijk is dat er zo’n strenge selectie is. Het kan niet gebeuren dat een kind in dezelfde situatie als thuis terecht komt omdat er niet goed gecontroleerd is of de ouders wel in staat zijn om pleegkinderen te hebben”

 

Wat vind je van de balans tussen een strenge selectieprocedure en het tekort aan pleeggezinnen?

“Pleeggezinnen moeten er echt goed over nadenken of ze het echt willen. Niet iedereen is geschikt om als pleeggezin te functioneren. Het is heel goed dat veel mensen het willen zijn, maar je moet goed met beschadigde kinderen om kunnen. Dit is een behoorlijke uitdaging en kost veel tijd.”

“Er moet altijd één van de ouders thuisblijven, waardoor die ouder dan natuurlijk niet, of niet veel, kan werken. Daarom moet je financieel wel sterk staan en aan het loon van één verdiener genoeg hebben. Dat zijn natuurlijk allemaal voorwaarden waar je absoluut aan moet voldoen, maar wat zeker niet elk gezin heeft.”

 

 

Heb je het gevoel dat die kinderen echt naar je opkijken?

“Ja, zeker nu ik ouder ben is dat echt zo. Dat is positief, want sommige dingen die ze niet tegen mijn ouders zeggen, zeggen ze wel tegen mij. Bijvoorbeeld als ze een vriendinnetje hebben komen sommigen het echt als groot geheim tegen mij vertellen. Dat vind ik dan toch een van de mooie dingen.”