Geestelijke verzorging binnen de interculturele zorg

Mustafa Bulut (31) is drie jaar geestelijk verzorger bij het Jeroen Bosch Ziekenhuis.  Aandacht voor de mede mens en met hen samen zijn is zijn passie. Hij is gespecialiseerd in geestelijke verzorging op het gebied van Interculturele zorg, omdat hij heeft gemerkt dat er toch wel verschillen zijn in de manier hoe men hoopt behandeld te worden en wat volgens de artsen mogelijk is.Taalbarrière, cultuur en geloof zijn voorbeelden van verschillen die hij probeert aan te pakken. 

Bij sommige vormen van de zorg kunnen er soms botsingen ontstaan met het geloof. Hoe gaat u daarmee om? 

‘Ja geloof is een groot woord, wat ik vooral doe is bemiddelen tussen patiënt en arts. Als de patiënt zegt ‘het is in de handen van Allah of God’ dan zeg ik het is inderdaad zo maar we hebben wel de artsen nodig om ons te helpen. Dus ik bouw wel de brug naar de mensen, boven is God dat is heel heilig en hier op aarde hebben we de artsen die hun best doen om een patiënt te helpen. In dat geval zeg ik dat we ook moeten kijken naar wat de arts vindt en denkt, als de arts zegt dat het niet kan dan zegt hij dat nooit alleen, hij overlegt vaak met andere artsen. ‘ 

‘Het gaat over het verwachtingspatroon, een arts heeft een bepaald beeld en de familie heeft ook een bepaald beeld van de zorg. Je moet de dood bij de naam noemen of in ieder geval de patiënt helpen erover te praten maar in de Turkse cultuur heeft men het in het algemeen niet over de dood.  

Dus u werkt dichtbij de artsen?  

‘Ja allebei. Een geestelijke verzorger mag niet partijdig zijn. Je bent er voor de zorg van de patiënt, maar ook voor je collega’s die proberen goede zorg te leveren. Als ik partij kies voor de arts krijg ik de patiënt tegen me, en als ik partij kies voor de patiënt, krijg ik de familie tegen me. Het is echt een kunst om niet het gevoel te geven dat je een van hen bent toch ondersteunend naar beide werkt. Ik denk dat het ook de taak als geestelijke verzorger is om beide kanten te laten zien, het stukje geloof is heilig voor mensen en daar moet je niet aan komen, maar aan de andere kant moeten we wel kijken wat we kunnen doen hier op aarde. Bij het stoppen van behandeling is het lastigste van allemaal.’ 

Kunt u dat (stoppen van behandeling) een beetje uitleggen? 

‘Als een arts zegt we kunnen niets meer doen, dan vraagt de familie vaak nog om een paar dagen. Bijvoorbeeld bij de beademing kun je nog een beetje ademen. Wie beslist dan wanneer je stopt want je gaat sterven, je gaat dood! Dat is iets waar familie wel eens om een paar dagen vraagt. Het probleem is als een patiënt onnodig gaat lijden terwijl je eerder kon stoppen. Wat ik op dat moment doe, is een middenweg zoeken, want ik ben ook geen arts dus kan ik niet zeggen dat de zorg of machine moet stoppen. In de Islam is het zo dat het lichaam in staat moet zijn om zichzelf intact te houden, lukt dat niet meer en zijn alle medische mogelijkheden niet meer van toepassing, dan is het overgedragen aan God en dan is het moment van staken van de behandeling bespreekbaar.’ 

‘Wat er ook in de cultuur afspeelt, is dat men niet verantwoordelijk wil zijn voor de dood van je vader. Het is zo hard, vooral in een grote cultuur in dit geval het Marokkaanse cultuur. De persoon die dan de beslissing moet maken, kan na jaren verweten worden door kinderen als de persoon die voor de dood van zijn vader gezorgd heeft.’ 

‘Dus het 1. Zeelastig om de behandeling van de patiënt te stoppen en 2. Je hebt te maken met een groot cultuur met veel mensen waarin er ook veel gepraat zal worden over elkaar.’  

Hoe moeilijk is het eigenlijk om een patiënt te begeleiden en adviseren bij zinvergeving en levensvragen? 

‘In principe is het niet moeilijk alleen is niet iedere patiënt even bereid om te praten over wat voor hem zinvol is, want het is wel iets persoonlijk. Mijn rol is puur om aanwezig te zijn. Ik laat het aan jou over, ik bepaal niet hoe jij moet omgaan met (bijv. ziekte) ik kijk alleen in hoeverre het voor jou betekenis heeft. Wat ik wel moeilijk vind is om iemand te zien worstelen met die levensvragen. Bijvoorbeeld een man in zijn laatste uren van leven is heel angstig, ik zie hem worstelen maar ik kan niets voor hem beteken. Dan vind ik het moeilijk maar ik zeg dan ook weer het is zijn levenspad, niet de mijne.’ 

Wat inspireerde je om een geestelijk verzorger te worden? 

‘Het begon bij mijn opleiding in Amsterdam. Ik deed eerst HBO daarna Universiteit.  Tijdens mijn hbo-opleiding, Islamitische Theologie op de Hogeschool INHOLLAND, ben ik ook Imam geweest in een moskee en kort stagiaire geestelijk verzorger bij de Justitie geweest in een gevangenis. Wat mij prikkelde was de gesprekvoering met mensen in de zorg. De moskee is heel interessant, maar ik merk in de moskee dat het vooral over Turkije gaat terwijl ik liever met de situaties in Nederland bezig wil zijn. Ik ben zelfs Turks maar ik leef in Nederland en ik wil me graag richten op wat er zich hier afspeelt. Een Imam zijn profiel is heel duidelijk, je spreekt en je preekt maar ik wil luisteren. Van kleins af aan wilde ik wel iets in de zorg gaan doen, ik dacht iets van een huisarts of aan docent PABO maar wel iets met betekenis voor anderen. ’ 

Welke ethische dilemma’s komen het meest voor binnen de geestelijke verzorging? 

‘Eén van die dilemma’s is zwangerschap afbreking. Wanneer is het nou ethisch verantwoord om jou zwangerschap af te breken? Tweede dilemma is euthanasie, want euthanasie lukt niet zomaar, daar moet een hele commissie bij komen van artsen, specialisten enz. Waar ik met mijn doelgroep mee worstel is slecht nieuws gesprek. Hoe breng je nou over dat een prognose niet meer te verhelpen is. Dat iemand eigenlijk in de laatste leven maanden is beland.’ 

Geschreven door: Anuskia van Samson 

Foto gemaakt door: Anuskia van Samson