‘Borstkanker is jouw project’

In Nederland krijgen per jaar ongeveer 17.500 mensen borstkanker. Majorie de Werd (50) is verpleegkundig specialist op dit gebied. Ze begeleidt vrouwen tijdens de behandeling en helpt hen weer grip te krijgen op hun leven. 

Majorie is sinds 2005 werkzaam op het gebied van borstkanker, mammapathologie. In het Catharina ziekenhuis in Eindhoven begeleidt ze mensen gedurende het hele chirurgische proces van de diagnose naar de behandeling tot aan de nazorg. Gedurende dit proces komen de patiënten en doktoren voor veel moeilijke keuzes te staan. Majorie legt uit hoe ze hiermee omgaat en hoe ze de patiënten begeleidt bij deze lastige beslissingen.

Waarom de specialisatie op borstkanker?
‘Er zit een hele krachtige vereniging achter die heel veel in de zorg kan bereiken en daardoor de patiënten mondiger maakt om beslissingen te nemen in hun eigen zorgproces. Dat mondige, het waarom van beslissingen achter de patiënt, dat vind ik heel interessant. Je komt alle lagen van de mensheid tegen: jonge vrouwen, oude vrouwen maar ook mannen.’

 

Verschilt de manier waarop je met de verschillende lagen uit de mensheid het behandelproces aangaat?
‘De twee groepen waar ik het vaakst mee in aanraking kom, de jonge en oude vrouwen die hebben allebei een verschillende aanpak nodig. Zo houden de oude mensen heel erg vast aan wat de arts hen verteld, de arts beslist. Dit is makkelijk maar niet uitdagend. De jongere groep heeft vaak zelf al een diagnose gesteld voor dat ze in het ziekenhuis aankomen. Je merkt dat ze op internet zitten en al goed weten wat ze wel en niet willen.’

Als specialist op dit gebied moet u natuurlijk vaak slecht nieuws brengen hoe pakt u dit aan?
‘Dat is altijd anders dat ligt aan “het spel” in de kamer zelf, hoe de mens tegenover je zit. In Eindhoven heb je heel veel met Turkse en Marokkaanse vrouwen te maken. Deze vrouwen beheersen de Nederlandse taal niet goed. Het komt vaak voor dat de zoon binnenkomt, hij vertelt dan in de Turkse of Marokkaanse taal wat er aan de hand is. Je merkt vaak dat de zoon het woord kanker niet in de mond neemt maar alleen zegt dat moeder een borstprobleem heeft. Sommige vrouwen komen er hierdoor pas in de behandelkamer achter wat er precies aan de hand is.’

‘Jonge vrouwen weten vaak goed wat ze willen, omdat ze dit allemaal weten, willen ze heel veel. Vaak moeten we dan uitleggen waarom we dingen niet doen in plaats van dingen wel doen. Hier ben je vaak langer mee bezig.’

‘Deze jongere vrouwen zijn vaak carrière gericht, wat ik dan zeg: het is jouw project, jij hebt kanker, je moet dat zien als een project. Jij bent projectleider en jij bepaalt welk team er rond om jou geformeerd wordt, zodat jij dit project het beste tot een resultaat kan brengen. Dan merk je dat ze weer de controle gaan krijgen over hun eigen leven.’

Wordt de zorg soms complexer door toedoen van het geloof?
‘Ja, je hebt bijvoorbeeld Jehovagetuigen. Zij mogen wel plasma toegediend krijgen maar geen volledige bloedtransfusie. Dus als jij tijdens een grote operatie bezig bent is dit wel lastig. Dat is echt een dilemma.’

‘Bij buitenlandse vrouwen is het vaak zo dat de vrouwen niet gezien mogen worden door een man. De professional mag dus geen man zijn en dat is moeilijk. Vaak komt de zoon of de echtgenoot dan mee om tijdens de behandeling aanwezig te zijn, zodat zij zien dat je professioneel bezig bent.’

Hoe pak je het aan met de mensen die voor alternatieve zorg kiezen?
‘Dit is een hele moeilijke categorie want je weet dat deze methode niet werkt, maar zij zijn overtuigd dat het wel zo is. Ze willen dan niet medisch geholpen worden. Deze mensen laten we vaker bij ons komen zodat we de onderzoeken kunnen blijven doen, om dan te bewijzen dat het niet werkt. Maar die mensen blijven verantwoordelijk voor hun eigen gezondheid, ook al weet je dat het beter als ze de behandeling aan gaan.’

Als er daadwerkelijk geopereerd moet worden hoe gaat dit dan? En hoe wordt deze keuze gemaakt?
‘We voeren bijna nooit meer gehele verwijdering van de borsten uit, vaak wordt er een stukje weggehaald. Wij kunnen alleen maar informatie en advies geven hoe ze het beste behandeld kunnen worden, maar de mens tegenover je bepaalt wat er met haar lichaam gebeurt.’

Hoe pak je de gesprekken aan met mensen die terminaal zijn?
‘Dan moet je zeggen dat je dingen gaat doen om het leven te rekken. Je begint dan vaak heel mild, want je weet dat die behandeling goed is maar dat de kanker er doorheen gaat breken. Dan heb je een aantal stappen om door te gaan. Wat ik dan zeg: jij bepaalt wat er gaat gebeuren, jij bepaalt hoe je in het leven staat, jij bepaalt jouw kwaliteit van leven. Ik geef de voor- en nadelen en wat het inhoudt voor de kwaliteit van leven. Dan bepaalt de patiënt wat zij wel of niet wil.’

In welk geval is euthanasie een optie?
‘Euthanasie wordt besproken als er geen behandeling meer uitgevoerd kan worden. Je moet afwegen dat de kwaal niet erger mag zijn dan het middel. Als je ziet dat iemand geen kwaliteit van leven meer heeft, moet je diegene dan nog chemo geven? Oudere mensen denken vaak dat de narcose dementie kan veroorzaken, maar dat is niet. Er zijn afkappunten. Er is landelijk afgesproken dat iemand van zeventig jaar of ouder geen chemo meer krijgt op borstkanker gebied. Dan hoop je dat je alles weg kunt opereren. Lukt dat niet dan ga je met mensen een overeenkomst maken, tot hoever wil je gaan. Ze zijn dan nog wilsbekwaam en dan kun je afspraken gaan maken over euthanasie. Zit de kanker op een gegeven moment in de hersenen dan word je al heel snel wilsonbekwaam verklaard en dan is het moeilijker om over te gaan naar euthanasie.’