Thorben Mallens VA15

“Het niveau of gesteldheid van de ouderen is veel slechter geworden de laatste jaren”

De WMO(wet maatschappelijke ondersteuning) gaat worden aangepast door de regering. De regering wil met de aanpassing van deze wetten een betere samenwerking tussen zorgaanbieders en gemeenten. De procedures tussen beide partijen moeten beter geregeld worden om een goede zorg te bieden in de sociale welzijn. Het zou gaan over administratieve lasten en financiële lasten tussen beide partijen wat moet worden verminderd. Maar wat vindt iemand die werkt in de maatschappelijke zorg nu eigenlijk van het samenwerkingsverband tussen de partijen? En wat kan er beter?

Jan van Gils werkt al 40 jaar in de zorg en welzijn en is al sinds 1995 werkend in de dag voorzieningen van De Wever. Hij werkt onder andere bij de Hazelaar en Koningsvoorde in Tilburg voor mensen die een dagbehandeling bezoeken. Een dagbehandeling wil zeggen dat mensen worden geholpen met specialistische hulp zoals zorg, ondersteuning en begeleiding bij ouderen die belast zijn met een dementie of een lichamelijke aandoening. Daarnaast werkt men samen met ouderenartsen, psychologen en therapeuten. Verder werkt hij ook nog in de dagbesteding. Bij de dagbesteding wordt er vooral op gefocust dat mensen een structuur in hun dag krijgen. “We gaan bijvoorbeeld iets creatiefs met ze doen zoals schilderen of ook veel beweging, zoals sporten”, zegt Jan. Jan vindt het leuk om te werken met mensen en is daar ook erg enthousiast over. “Het geeft een kick om te horen dat mensen tevreden zijn bij de dagbesteding en dat ze genieten.” Maar volgens Jan zit er ook een andere kant aan dit werk.

Steeds meer mensen zijn bijvoorbeeld dementerend of eenzaam. Ook zijn dat vooral ouderen. Dat geeft problemen bij hun thuissituatie en daarvoor is tegenwoordig veel mantelzorg voor nodig. De gemeente wordt volgens Jan als een partner gezien in het aanbieden van deze zorg. De betaling van mantelzorg is een lang proces. “Zodra mensen het belangrijk vinden voor bijvoorbeeld hun vader of moeder, die dementerend is, kunnen mensen mantelzorg en begeleiding aanvragen.” Deze betaling kan via twee manieren. Voor de betaling zal eerst een toegangsteam, per wijk, een ‘keukentafel’ gesprek afnemen. Vanuit daar kijkt dit team of de oudere in aanmerking komt voor ondersteuning met een plan van aanpak waarin staat beschreven wat voor zorg de persoon nodig heeft. Bij de eerste van de twee verschillende betalingen is er geen tussenpersoon. Het aangewezen zorgcentrum maakt een ondersteuningsplan en de rekening en sturen dit door naar de gemeente. De gemeente betaalt voor de zorg, begeleiding. Dit alles is een procedure van de betaling van een WMO beschikking.

Bij de aanvraag van een WMO beschikking zou dat 6 tot 8 weken moeten duren, van keukentafelgesprek tot afgeven beschikking, maar dat duurt nu veel langer. “De procedures moeten sneller. Meestal duurt het wel 3 maanden voor een aanvraag van zorg”, zegt Jan. Via de andere betaling krijgt de klant geld van de gemeente, dit geld wordt gereserveerd bij de sociale verzekeringsbank. Het zorgcentrum stuurt een rekening naar de klant. De klant kan de rekening dan indienen bij de sociale verzekeringsbank en die betaald. De sociale verzekeringsbank is een tussenpersoon en zo duurt de betalingsprocedure steeds langer. Het financiële plaatje voor dagbesteding is volgens Jan ook een probleem. Hij vindt dat de regering teveel heeft bezuinigd hierop en er moet volgens hem meer geld komen. “We krijgen voor het vervoer van de mensen €7,50 per persoon, per dag. Dat is geen vetpot als je beseft dat er ook mensen buiten Tilburg met de taxi moeten worden opgehaald. Daar ben ik op jaarbasis zeker meer dan 2 ton aan kwijt.” Het budget wordt afgesproken met de gemeente en het zorgkantoor. Het zorgkantoor regelt alle langdurige zorg en ook voor ouderen die in een zorgcentrum zitten. “Wij maken afspraken voor een budget om de boel draaiende te houden, deze afspraken kunnen ook gaan over bijvoorbeeld het aantal bedden dat wij nodig hebben.” Het aantal ouderen voor zorg is aan het groeien volgens hem. Mensen moeten volgens hem optijd beginnen met het aanvragen voor zorg. “Het niveau of gesteldheid van de ouderen is veel slechter geworden de laatste jaren. De ouderen kunnen vaak zelf niet inschatten of ze zorg nodig hebben en dit leidt tot gevaarlijke situaties thuis.” Volgens hem vinden ouderen hun eigen thuis vaak een veilige plek en hebben ze geen ondersteuning nodig.

Volgens Jan moeten gemeentes ook meer gaan investeren in het bereiken van de ouderen. De informatie moet toegankelijk en duidelijk zijn. “Tegenwoordig wordt er veel via internet hulp aangeboden maar ouderen zijn niet opgegroeid met het gebruik van internet”, zegt hij. De gemeente zou beter de mensen kunnen bereiken met uitdelen van folders op publieke locaties. Ook kunnen huisartsen verantwoordelijk worden voor het aanbieden van zorg aan ouderen. “Ik krijg vaak een telefoon van mensen die bijvoorbeeld hun moeder willen op de dagbesteding maar niet weten hoe ze het moeten aanpakken. Kijk ik ben bijvoorbeeld ook niet thuis in het ziekenhuiswereldje, maar als ik iets mankeer dan ga ik me daar in verdiepen.”

Er zijn volgens Jan een aantal problemen in de procedures tussen zorgaanbieders en gemeenten. Het financieel plaatje en de administratieve lasten. Hij als medewerker van het zorgcentrum heeft het meeste last van de financiële lasten. Toch vindt hij dat de administratieve lasten voor mensen die een persoon in een zorgcentrum willen ook niet goed. Het is volgens hem een lang en slecht geregeld proces. Gaat de aanpassing van de WMO dit veranderen?