De drempel om 112 te bellen is lager dan 15 jaar geleden

“De drempel om 112 te bellen is lager dan 15 jaar geleden”

De ambulancezorg komt steeds vaker voor in de actualiteit. Je hoort dat er steeds vaker agressie en verbaal geweld is tegen hulpverleners. Daar valt ook de ambulancezorg onder. Maar hoe kijkt een ambulanceverpleegkundige hier tegenaan? Wat is er zo mooi aan dit vak ondanks negatief nieuws in de actualiteit?

Rob Mallens is 53 jaar en al 19 jaar actief als ambulanceverpleegkundige. “Ik heb eerst de MBO opleiding A-verpleegkunde gedaan en daarna ben ik gaan werken op de kinderafdeling. Je leert op de kinderafdeling veel meer dan op een volwassen afdeling, omdat je bij volwassenen verschillende afdelingen hebt zoals neurologie of radiologie en bij de kinderafdeling komen al die specialismen bij elkaar op één afdeling.” Al dit zette hem aan het denken hoe hij verder wilde groeien in de zorg, wat de mogelijkheden waren en waar zijn ambitie lag. Daarna is Rob via een interne vacature in het ziekenhuis terecht gekomen bij de spoedeisende hulp. “Ze hadden mensen nodig op de spoedeisende hulp die gespecialiseerd waren in de zorg van kinderen”. Via de spoedeisende hulp mocht hij 2 dagen meelopen met de ambulance en dat sprak hem meteen aan. Volgens Rob zijn diversiteit, vrijheid en zelfstandigheid de dingen die hem aanspreken op de ambulance. “Elke werkdag is anders. Je weet van tevoren niet wat je gaat tegenkomen en er wordt veel zelfstandigheid van je gevraagd”, zegt hij. Tijdens het werk ervaar je veel stress en er is onregelmatigheid in het werk. Volgens Rob groei je daar met de jaren wel in. “De eerste jaren waren voor mij ook wel eens zoeken, maar als je eenmaal in die werkflow komt gaat het vanzelf. Je leert jezelf een zelfstandige beroepshouding aan. Je leert beter om te gaan met chaotische situaties die je ook zelf moet oplossen”. Maar wat is dan zijn motivatie en passie bij dit werk? Volgens Rob is dat vrij simpel. “Iemand krijgt een probleem en je krijgt de kans om diegene goed te helpen. Je moet mensen behandelen in zo’n situatie hoe jij zelf het liefst geholpen zou willen worden als je een probleem of klacht hebt, en dat is de motivatie”. Maar is deze motivatie dan ook genoeg om elke werkdag met goede zin naar je werk te gaan. De actualiteit heeft ook mindere punten bij dit vak.

“De drempel om 112 te bellen is lager dan 15 jaar geleden”, zegt Rob. Steeds meer mensen vinden dat de hulpverlening te lang duurt en dit lokt volgens hem al onprettige reacties uit. “Je moet de mensen een rustige houding laten zien en niet laten merken dat je vol adrenaline zit”. Daarbij krijgen werknemers van de ambulance extra training, zoals anti-agressie training en weerbaarheidstraining. “Je moet goed kunnen inspelen op emoties van patiënten en derden en goed inschatten hoe zij zich voelen.” De meeste agressie is volgens Rob verbaal geweld. Hij heeft zelf wat dingen meegemaakt met familie van patiënten die op dat moment niet hun emoties kunnen kanaliseren. Het gaat van een hakbijl die gegooid wordt naar de ambulance tot uitgescholden worden door de familie van de patiënt. Ook kunnen patiënten agressief worden naar de hulpverlener. “Patiënten die fysiek geweld gaan gebruiken tegen mij, wanneer ze teveel alcohol ophebben, worden uit de ambulance gezet en de politie regelt het verder”, zegt Rob. Rob vindt ook dat het respect bij sommige mensen naar hulpverleners toe heel laag is. “Als je eigen zoon wordt geholpen na een ongeval ga je de hulpverlener toch niet lopen uitschelden, dat slaat helemaal nergens op”. De politie stelt tegenwoordig vast of de situatie veilig is voor het werk van een ambulanceverpleegkundige. Er kan bijvoorbeeld van tevoren een vechtpartij zijn geweest waar er gevaar is voor de ambulanceverpleegkundige, deze moet het werk veilig kunnen uitvoeren. Hoe Rob omgaat met deze situaties persoonlijk leer je door de jaren heen. ”Je praat er met je collega’s over en steunt elkaar”, zegt hij. Ook is er een speciaal Bedrijfsopvang Team, BOT. “Dit team neemt contact op met de bemanning van de ambulance bij ernstige situaties. Dat kan gaan over bijvoorbeeld een zelfmoord of agressie tijdens de hulpverlening”, zegt Rob. Wanneer het (BOT) na het contact niet de indruk krijgt dat je door kan gaan met je werk, stop je tijdelijk met werken of helemaal. Je gaat dan verder in gesprek met een psycholoog of maatschappelijk werk. “Je kunt ook zelf aangeven wanneer het werk teveel voor je wordt. Dat noemen we code rood. Wanneer je dit zelf aangeeft stop je met werken en wordt je keuze gerespecteerd”, zegt Rob.

Volgens Rob zijn veel mensen tegenwoordig steeds veeleisender naar hun zorg. Daarbij moet hij vaak mensen ophalen die overmatig alcohol op hebben of drugs hebben genomen. Volgens hem speelt dit een belangrijke rol in de hulpverlening. “Door de alcohol en drugs kunnen mensen hun emoties slechter onder controle houden en ontstaat er vaak verbaal geweld”, aldus Rob.