‘Wij kunnen niet laten zien hoe goed ze het hier hebben’

De vleessector komt al jaren op regelmatige basis negatief in het nieuws. De productie zou ontzettend slecht zijn voor het milieu en dieren zouden niet goed behandeld worden. Varkenshouder Erik Geene uit Landhorst wil samen met een collectief van andere boerenbedrijven het imago van de vleessector graag verbeteren en vertelt hierover, terwijl de gehaktballen nog op de keukentafel staan.

Lage Co2-footprint

‘Vlees staat in een negatief daglicht. Het zou milieuvervuilend zijn. Maar ons varkensvlees heeft juist een heel lage Co2-footprint. Dit hebben wij met een collectief van meerdere boerenbedrijven laten berekenen door een gespecialiseerd bedrijf, en we kregen daar bevestiging in. Dat komt onder andere door hoe wij voeren. Er zijn twee manieren van varkens voeren: er zijn boeren die alleen droogvoer geven, maar wij geven brijvoer, een soort papje. In dat papje kun je ontzettend veel reststromen kwijt, dat is afval uit de levensmiddelenindustrie. Eigenlijk super duurzaam dus. Wij maken van 2,5 kilo voer 1 kilo varkensvlees. Als de helft van het voer eigenlijk al als afval bestempeld wordt, zie je dat je maar heel weinig nodig hebt om varkensvlees te produceren.’

Mest

Ook de overtollige mest zou een probleem zijn. ‘Ja, we hebben wel iets te veel mest. De meeste mest wordt gebruikt op het land, want zonder mest groeit er niks. Maar de overige mest is wel een beetje een achilleshiel. We moeten verplicht een groot deel verwerken. Wij zijn met meerdere boeren al 10 jaar bezig om een vergunning te krijgen voor het bouwen van een gezamenlijke mestverwerkinginstallatie. Maar die vergunning krijgen we nergens, dus we kunnen het helemaal niet verwerken.’

Omgang met dieren

En slecht behandeld, dat worden de varkens zeker niet, volgens Geene. ‘Ze zitten in dichte stallen, ze zijn niet zichtbaar, ze zijn niet aaibaar. We kunnen niet echt laten zien hoe goed ze het hier hebben. Er zijn anti-vleesorganisaties die ons telkens negatief in het daglicht brengen. Dan infiltreert er weer iemand in een zeugenbedrijf, en maakt daar stiekem opnames. De dieren moeten behandeld worden en dan gaat dat af en toe wat te ruw. En als je alle slechte dingen achter elkaar zet, dan ziet dat er niet zo fraai uit. Maar dat is natuurlijk niet de realiteit.’
Maar hoe zit het dan met die beelden van slachterijen die zo nu en dan naar buiten worden gebracht? ‘Natuurlijk, als je een dier dood moet maken, wat in de slachterij gebeurt, dan zal je daar wel van schrikken als je dat nog nooit hebt gezien. Maar dat is wel de realiteit.’

1 Beter Leven ster

Op Eriks bedrijf worden de varkens gecertificeerd met 1 Beter Leven ster. ‘Dat wil zeggen dat ze bijvoorbeeld wat meer ruimte hebben en wat meer speeltjes. Biologisch, daar begin ik niet aan. Ten eerste moeten ze biologisch voer hebben, en alle zeugen moeten naar buiten. Het is een andere manier van werken. En als het gaat om de Co2-footprint, komen ze ook niet zo goed uit. Ze hebben veel meer land nodig om een varken te maken dan wij. En als het varken de hele dag buiten kan rennen, heeft hij ook  meer voer nodig. Veel minder duurzaam dus.’

Van Kop tot Staart

Volgens Geene is varkensvlees dus niet zo slecht voor het milieu als gedacht en worden de varkens prima behandeld. Het negatieve imago is nergens voor nodig, vindt hij. Toch moet er wat aan gebeuren. ‘Ook daarom richtten wij het collectief op. Om het imago van vlees te verbeteren. Het collectief bestaat uit vijf varkensboeren uit de regio en heet ‘van Kop tot Staart’.’ Heel toepasselijk, want van een varken kun je alles gebruiken en verwerken, van kop tot staart dus, vertelt Geene. ‘Het eerste idee van ons als collectief was het maken van een nieuw product, een worst: de Eigenzwijnse Goeie Worst. Dat zijn er nu in totaal drie geworden. De eerste is een worst waar het complete varken in gaat, dus zonder dat er afval of restproducten over zijn. Dan zijn er nog twee worsten waarbij een gedeelte van het dierlijke eiwit vervangen wordt door een plantaardige variant. In de ene worst verwerken we een deel kidneybonen, in een andere worst een deel oesterzwamvoetjes. Dat laatste is eigenlijk ook een restproduct. Deze worsten zijn dus eigenlijk extra duurzaam.’

Toekomst

Maar nu moet het nog de winkel in. ‘Er staat een gesprek op de planning met een supermarkt die misschien wel interesse heeft. Dus dat is wel spannend. Het is allemaal nog in ontwikkeling. Wij zijn alle vijf drukke ondernemers en dit komt er nog bij. Het komt wel, maar het duurt even.’ Toch houdt het bij de drie worsten waarschijnlijk niet op, vertelt Erik. ‘Het zou mooi zijn als we er een heel concept van kunnen maken. Dat we een winkelketen zo ver krijgen, dat ons idee breed in het schap terecht komt, met alle producten die uit een varken komen. Een compleet Eigenzwijns merk. Straks op de website kun je ook zien wie de producenten zijn en hoe onze bedrijven eruit zien. En dan krijgt vlees weer een gezicht, is het niet zo’n anoniem product. Een mooie stap voor het verbeteren van het imago.’