Vallen en weer opstaan!

Jo (42) was in zijn jeugd niet altijd een even makkelijke jongen. Hij gedroeg zich een beetje rebels. Dit terwijl hij ook niet wist wat hij wilde gaan doen later. Ironisch genoeg besloot hij uiteindelijk een van de meest gedisciplineerde beroepen te gaan uitoefenen die je maar kunt bedenken. Hij werd paracommando in het Belgische leger.

“Als ik er op terugkijk is paracommando het mooiste beroep dat er is. Eigenlijk had ik nooit het idee om paracommando te worden, maar mijn vader is paracommando geweest en als tiener hoor je dan verhalen van je vader. Je krijgt foto’s te zien van avonturen die hij beleefde. Na mijn middelbareschooltijd heb ik een aantal interimbanen gehad. Ik wilde altijd iets grafisch doen, maar kon dit voor mezelf niet helemaal uitvogelen. Tot ik op een gegeven moment 19 was en ik in Antwerpen in de stad aan het rondwandelen was. Ik ging naar het defensiehuis. Ze zeiden tegen mij dat ik de volgende dag terug kon komen voor een afspraak. Dit deed ik en was het voor mij duidelijk dat ik commando wilde worden.

Je hebt hier dan wat opleidingen voor. Je hebt een basisopleiding, die duurt een tiental weken. Dan moet je je A-brevet commando halen. Vervolgens kun je je A-brevet parachutist behalen. Dit samen maakt natuurlijk de inhoud van het beroep paracommando. Het behalen van al deze doelen beschouw ik misschien wel als mijn grootste individuele succes. Het is niet alleen fysiek in orde zijn, maar ook het de kracht hebben om door te zetten.

Het is het mooiste beroep dat er is voor mij, zeker als ik er op terugkijk. Feitelijk was het nooit mijn intentie dit beroep te gaan uitoefenen. Een van de mooiste dingen aan dit vak is toch wel de kameraadschap. Je zit in een eenheid. Je weet dat eenieder die naast je staat, dezelfde opleiding heeft genoten en hetzelfde doorzettingsvermogen heeft als jij. Als je dan dagen in een jungle loopt – wat je echt moet zien te overleven – schep je een band. Die band is voor de rest van je leven.

Natuurlijk was het niet altijd leuk. Geen enkel beroep heeft alleen maar leuke aspecten. Als je 72 uur achter elkaar aan het marcheren bent en je zo ontzettend moe bent. Dan denk je eigenlijk wel, oké het is nu stoppen of doorgaan. Dit terwijl het stoppen eigenlijk nooit een echte optie was voor mij.

Toen kwam het moment dat ik ‘moest’ stoppen. Ik heb een parachute-ongeval gehad, waarbij ik letsel heb opgelopen aan mijn rug. Nadat ik een aantal weken in coma ben gehouden, heb ik lang gerevalideerd. Ik heb geprobeerd terug in actieve dienst te komen maar dat ging niet. Het waren te zware lasten op mijn rug. En dat is natuurlijk iets wat een paracommando moet kunnen. Lang stilstaan met zware lasten. Tientallen kilometers marcheren met zware lasten. Dat deed te veel pijn. Alle andere fysieke proeven waren geen probleem. Over het ongeluk zelf wil ik niet te veel details kwijt. Het was een nachtsprong waar een aantal zaken verkeerd zijn gelopen, waarna ik ook een slechte val heb gemaakt.

De eerste gedachte toen ik wakker werd was, ‘waar ben ik?’. Nadat ik eenmaal goed wakker was, was ik erg bang dat dit mijn werk zou gaan beïnvloeden. Toen ik het slechte nieuws kreeg, voelde ik me ook heel slecht. Er waren opties om in het leger te blijven. Ik kon het echter niet aan om mijn kameraden te zien en ze dan zien vertrekken op een missie, waar ik normalerwijs bij zou zijn geweest. Ik wilde mezelf niet pijnigen. Hierna zijn er moeilijke periodes dat je denkt, waarom is mij dat overkomen? Ik ben mij uiteindelijk gaan storten op mijn studies om afleiding te zoeken.

Ik ben toen productontwikkeling gaan studeren. Hier heb ik ook een diploma voor gehaald. Het is alleen niet echt iets waar ik nu veel mee doe. Ik wist eigenlijk dat ik ooit nog iets grafisch wilde doen. Ik ben dus uiteindelijk naar de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) gestapt en na een aantal baantjes ben ik uiteindelijk bij mijn huidige werkgever terecht gekomen als DTP-operator. Dit doe ik nu al 7,5 jaar.

Ik ben absoluut van mening dat ik goed terecht ben gekomen. Ik vind dit werk ook heel erg leuk. Er zijn altijd mensen die er slechter uit komen. Ik heb een goed leven. Ik mis het alleen wel. Mijn collega’s, de missies. Eens in de zoveel tijd komen we nog eens bijeen om bijvoorbeeld naar herdenkingen van gevallen kameraden toe te gaan, of activiteiten te doen. Zoals ik al zei.Kameraden voor het leven.”