De gruwelen van slachtofferhulp

 

 Samen met Renee Lanser, die werkzaam is voor slachtofferhulp in Breda, nemen we een kijkje met wat de slachtoffers hebben meegemaakt en hoe ze worden geholpen.

‘Ik hou me hier bezig met de juridische sector. Als mensen bijvoorbeeld mishandeld zijn, betrokken zijn geraakt bij een zedendelict, diefstal met geweld of bedreigingen help ik ze in het juridisch proces dat eventueel volgt. Voordat een zaak daadwerkelijk voorkomt,  krijgt het slachtoffer een aantal officiële formulieren opgestuurd van justitie. Hierop kunnen ze dan de materiële of immateriële schade aangeven. Ik help ze hierbij met het kijken naar de hoogte van een eventuele schadevergoeding, en ik ga ook met ze mee om ze te verdedigen wanneer de zaak voorkomt. Het slachtoffer moet wel altijd aangifte gedaan hebben om in aanmerking te komen voor slachtofferhulp. Nadat ze dit gedaan hebben kunnen ze ervoor kiezen om  geholpen te worden door ons.’

‘Het werken hier is erg leuk en geeft voldoening, alleen af en toe krab ik mezelf wel eens achter m’n oren met betrekking tot de slachtoffers die hier komen. Elke week komen er aanmeldingen binnen van ernstige mishandelingen, terwijl wij alleen maar over Breda gaan. Daar schrik je dan wel van, ook omdat wij de het hele verhaal tot in detail willen weten om samen met de cliënt zo te kunnen bekijken wat we kunnen doen voor ze. Zowel emotioneel als juridisch. In de loop der jaren heb ik veel ernstige verhalen gehoord, maar eentje blijft me wel altijd bij. Het ging hier over een vrouw die ernstig verwond is geraakt omdat ze in haar maag gestoken was. Vervolgens is ze ook nog verkracht door de dader. Ze wist met geluk te ontsnappen, maar deze vrouw heeft natuurlijk een trauma voor het leven.’

‘Wat me ook altijd bij zal blijven is alle commotie die kwam kijken bij een hele grote stalkingzaak. Hier was wel duidelijk dat het bij de familie van het slachtoffer niet helemaal pluis was. Toen de dag aanbrak dat de zaak voorkwam en ik met het slachtoffer en diens familie de zaal wilde betreden, kwamen er eerst een aantal agenten op ons af die zeiden: Als jullie rottigheid gaan uithalen, zetten we jullie er meteen uit! Hierop reageerden twee leden van de familie van het slachtoffer erg agressief. Later zouden zij de aller eersten zijn die de rechtszaal uitgestuurd werden door de rechter.

Naderhand vroeg ik de agenten nog waarom zij voor de zitting met deze mededeling kwamen. Ze zeiden dat ze zo meteen wisten op wie ze moesten letten. Maar naast dit voorval en het feit dat er nog een aantal familieleden stuk voor stuk de zaal uit werden gestuurd wegens meermaals ongepast commentaar leveren, werd de zaak ook nog op een andere manier ruw onderbroken. Een aantal agenten met schilden en knuppels stormden binnen. Ze hadden namelijk een anonieme tip gekregen dat er een wapen mee in de rechtszaal gesmokkeld zou zijn. Na een flinke onderbreking waarin iedereen de zaal moest verlaten en er uiteindelijk een mes gevonden was, niet geheel verrassend bij een van de familieleden van het slachtoffer, kon de zaak weer hervat worden.’

‘Wat wel heel snel duidelijk wordt is dat veruit het grootste deel van de ongevallen plaatsvindt door toedoen van de buurman of ex, of in het uitgaansleven. De schade is dan meestal lichamelijk, maar na een aantal gesprekken gevoerd te hebben met het slachtoffer blijkt dat de psychische schade vaak nog veel groter is. Mensen zijn bang, durven bijvoorbeeld de straat niet meer op. Het komt voor dat wij een verzoek tot straatverbod indienen. Het wil ook voorkomen dat de situatie der mate erg is dat we een ‘blijf van mijn lijf huis’ procedure instellen. Dit houdt in dat de persoon een tijdelijk onderkomen krijgt toegewezen ver weg van de dreiging. Makkelijker gezegd zou  je dit onderduiken kunnen noemen.’

‘Gelukkig zijn dit hele zeldzame zaken, en gelukkig krijgen we vrijwel alleen maar positieve signalen van de slachtoffers die wij geholpen hebben. Natuurlijk zullen er altijd mensen zijn die vinden dat ze hier niet terecht behandeld en geholpen worden. Maar mensen moeten wel begrijpen hoe het Nederlandse rechtssysteem werkt, en dat de bijvoorbeeld de schadevergoeding nou eenmaal niet altijd zo hoog is als dat zij zelf gehoopt hadden, of zelfs rechtvaardig vinden. Hetzelfde geldt voor de opgelegde straf van de rechter aan de verdachte. Er zijn zaken geweest waarin het slachtoffer na het vonnis van de rechter zijn onvrede niet onder stoelen of banken stak tegenover ons. Het is dan moeilijk om uit te leggen aan deze mensen dat hoe vervelend het ook is, er niks anders op zit dan verder te gaan met het leven. Maar desalniettemin ben ik tevreden over het werk dat we leveren en  de hulp die we mensen bieden.’