‘Je moet creatief zijn.’

Door: Marloes Smits. 

Chinese burgerjournalist Zhang Zhan heeft vier jaar cel gekregen voor haar verslagen vanuit Wuhan, waarin ze valse informatie gaf, aan het begin van de pandemie. Eefje Rammeloo, China-correspondent van Trouw, vertelt hoe moeilijk het is om haar werk te doen in het strenge China: ‘het kost meer tijd en moeite, maar het kan wel.’

Had je zo’n strenge straf verwacht voor burgerjournalist Zhang Zhan?

‘In China is journalist een beschermd beroep. Als je daar journalist wilt worden treed je in dienst bij de erkende media, krijg je een perskaart en ben je erkend journalist. Zhang was, net als de andere journalisten die vastzitten, geen erkend journalist. Ze is een burgerjournalist. Ze is niet beschermd en kan ze dus aangepakt worden op wat ze brengt. De straf die ze heeft gekregen staat op het uitlokken van ruzies en het verspreiden van valse informatie. Dat was wel te verwachten. Op het moment dat jij als burgerjournalist of gewone burger in China controversiële informatie naar buiten brengt, kun je vervolgd en opgepakt worden.’

 

Er is dus geen persvrijheid in China. Merk je dat Chinese journalisten hier last van hebben?

‘Met Chinezen blijft het altijd lang oppervlakkig, dat is veiliger dan als je je mening of kritiek uit. Over Chinese media wordt af en toe ook gelekt. Zij krijgen instructie van hun bazen van: ‘vandaag moet je daar aandacht aan geven’, soms wat cryptischer, ‘over dit onderwerp mag wel bericht worden maar niet opruiend’. Verder gaan ze dan hun gang. Goede Chinese journalisten proberen in die ruimte goede journalistiek te bedrijven, maar de ruimte die ze hebben wordt steeds kleiner.’

 

Is het anders omdat jij buitenlands bent?

‘Het hangt af van hoe high profile je bent. Als je nu een Amerikaanse journalist bent, word je meer in de gaten gehouden dan wanneer je een Nederlandse journalist bent. Dat heeft met verschillende factoren te maken. Als je in Beijing woont, val je meer op dan als je in Shanghai woont, zoals ik. Daar is de controle strenger. Aan de andere kant ben ik er alweer zolang dat ik weet hoe ik moet zoeken en waar ik moet kijken. Daarmee word je ook wel gevaarlijker voor de autoriteiten.’

 

En in je persoonlijke leven?

‘In Nederland weet nu iedereen wat er twee dagen geleden in het Capitool gebeurde, maar in China weten mensen dat soort dingen niet in dezelfde mate waarop wij dat weten. Je merkt het als je gesprekken gaat voeren met mensen, want het niveau van algemene kennis is veel lager.’

 

Journalist zijn in China

 

Wat wil je met jouw correspondentschap in China bereiken?

‘Ik kwam erachter dat er in China veel verhalen te vertellen zijn en dat daar weinig mensen waren die de verhalen konden vertellen. Ik kan niet iets veranderen in China, dat is mijn illusie niet. Wat ik wil is de Nederlandse, of Europeaanse, nieuwsconsument iets over China bijbrengen. Zodat er meer begrip is voor de manier waarop Chinezen denken en waarop ze beslissingen nemen. Hierdoor wordt het uiteindelijk ook makkelijker om met ze te communiceren. Dat is mijn doel als journalist.’

 

De andere kant laten zien die niet wordt getoond?

Ja. Er is in China geen vrijheid van meningsuiting en dat heeft gevolgen voor wat wij in Europa zien over China. Er zitten zo weinig Europese journalisten, waardoor veel Nederlandse media het dus moeten hebben van Chinese media. Ze kijken op internet naar wat de China Daily of de Global Time zegt, maar dat is allemaal gekleurd omdat er geen vrijheid van meningsuiting is.’

 

Ben je dan ook meer lef gaan tonen door de jaren heen?

‘Ja, na verloop van tijd doe je dat wel. De analyses worden sterker. Ik kan nu beter beoordelen als er iets gebeurt wat dat dan betekent voor China, voor de communistische partij. Je weet steeds meer hoe je tussen de dingen door moet gaan laveren. Als ik opschrijf dat Xi Jing een dictator is, dan kan je dat wel een telefoontje van de autoriteiten opleveren. Maar dat is niet heel riskant.’

 

Op welke manier kan jij jouw beroep nog uitvoeren?

‘Dat is heel lastig. Je moet creatief zijn. In Nederland heeft iedereen een mening en overal over. Dat heb je in China niet. Als je daar mensen op straat aanspreekt, zeggen negen van de tien mensen: ‘Ik heb wel iets op het journaal gehoord, maar het zal wel goed zijn’. Dat is de mening die je over het algemeen krijgt. Je moet doorzetten en dan op zoek gaan naar die tiende persoon die wél zegt: ‘oh ja, volgens mij is het dat en dat.’ Je pakt het op een veel creatievere manier aan dan je in andere landen zou doen. Het kost meer tijd en meer moeite, maar het kan wel.’

 

Het begin van de pandemie

 

Er werd veel bericht vanuit Wuhan aan het begin van de pandemie. Vind jij dat buitenlandse pers niet goed luisterde en het probleem daarmee onderschatte?

‘Ja, absoluut. Het probleem is dat China een heel ander waardepatroon heeft dan Europa; wij kijken op een andere manier tegen dingen aan dan de Chinezen. Wat ons in het begin opviel was hoe China omging met het virus, dan ga je berichten over het afsluiten van dorpen en steden, hoe mensen daarmee omgaan. Na twee maanden zeg je: ‘oké, dit hebben ze allemaal gedaan, maar het werkte wel.’ Maar dat leest niemand. Ik vind het enorm kortzichtig dat Nederland, en andere landen, niet de ernst van de situatie zagen. Daar is ook over bericht, maar dat is niet op waarde geschat.

 

Stel een Westers land had als eerste zulke strenge maatregelen getroffen, zou het dan serieuzer zijn genomen?

‘Ja, dat is het Westers waardepatroon. Wij vinden vrijheid heel belangrijk. Als het in Amerika was geweest of ergens in West-Europa, dan hadden we het absoluut serieuzer genomen. Bijvoorbeeld Italië was de eerste grote brandhaard in Europa. Als je nu nog kijkt naar de berichtgeving wordt er vergeleken met Italië, terwijl ze ook kunnen vergelijken met China, maar dat is te ingewikkeld.’

 

Denk je dat er ooit verbetering zal komen?

‘Deze president is er erg op gericht om de partij in het centrum van alles te houden en de partij alles te laten bepalen, ook de media. Je zag dat het onder vorige presidenten soepeler werd. Het probleem met dictatoriale regimes is dat ze enorm paranoïde zijn. Je hebt een president nodig die dat niet is en inziet dat het ook handig kan zijn om te horen over wat er speelt in het land, anders dan extreem gefilterde voxpops. Misschien als deze president uiteindelijk weg is maar dat kan nog even duren.’