Verdachte medeplichtigheid winkeldiefstal vrijgesproken

18 februari 2021 – Emma van Kampen

Een verdachte van medeplichtigheid bij een winkeldiefstal die plaatsvond op 17 juni 2020 in Utrecht, is vrijgesproken. Dat werd dinsdag bekend bij de rechtszaak. De rechter vond dat er onvoldoende bewijs was om aan te tonen dat de man daadwerkelijk medeplichtig was.

“Ik ben niet betrokken geweest bij deze diefstal.” De eerste woorden van de verdachte zijn duidelijke taal. Hij spreekt de woorden hard maar vriendelijk uit. De verdachte is een Turkse man, met een net pak aan. Hij is rond de 55 jaar oud en redelijk klein van stuk. Ondanks zijn harde stemgeluid ziet hij er erg kalm uit. Het duurt een paar seconden voor de rest van de zaal weet wat de man zegt. Zijn tolk moet het eerst vertalen.
In juni 2020 bracht de verdachte twee kennissen uit het Turkse theehuis naar Utrecht, waar zij wilden gaan winkelen bij een filiaal van de drogisterijketen Kruidvat. Meneer bleef zelf in de auto wachten. Toen de twee mannen terugkwamen van het winkelen, hebben ze hun tas met gestolen waar in de kofferbak van de verdachte gezet. “Ik heb die tas verder niet gezien of aangeraakt. De mannen zijn toen opgepakt, en daarna kwam de politie naar mij toe. Ze vroegen me waar ik op aan het wachten was. Ik moest de kofferbak openen en daar vonden ze de gestolen waar.”

De rechter vraagt de verdachte of hij van tevoren aan zijn kennissen had gevraagd wat ze gingen doen. Hierop antwoordt hij dat ze hadden gezegd dat er korting was bij het Kruidvat, en dat ze wilden gaan winkelen. “En waarom bleef u in de auto wachten?” De verdachte antwoordt hierop dat hij er geen noodzaak in zag om mee te gaan.

Een opvallend detail van deze zaak is dat de gestolen waar in een koeltas van de Aldi zat. Deze koeltassen hebben aluminium aan de binnenkant: als je spullen met een beveiligingsmagneet hierin doet, gaan de controlepoortjes bij de uitgang niet af.
De verdachte zegt zelf de tas niet gezien te hebben.

De officier van justitie vindt dat er wat tegenstrijdige beweringen zijn gedaan. Zo zou de verdachte eerder tegen de politie gezegd hebben dat hij boodschappen met familie ging doen, en geeft hij nu aan dat het kennissen zijn. Ook vindt de officier van justitie het “heel onwaarschijnlijk dat meneer van niets af wist.” De koeltas van de aldi lag immers in zijn auto.
Terwijl de officier van justitie aan het woord is, probeert de verdachte terug te praten. Met wat hoorbare irritatie in zijn stem vertelt de rechter de verdachte dat hij niet mag praten als de officier van justitie aan het woord is. Na een paar waarschuwingen van de rechter en de tolk houdt de verdachte zijn mond.
De officier van justitie is duidelijk in haar oordeel: ze vindt dit uitkomen op een geldboete van 125 euro.

De advocaat van de verdachte brengt daar tegenin dat de twee daders allebei hebben gezegd dat de verdachte er niets mee te maken had. Ook wijst hij de rechter er op dat de verdachte voor de rest een leeg strafblad heeft, op één gebeurtenis in 2005 na. De daders daarentegen hebben een vol strafblad. Een van de daders is in drie jaar tijd maarliefst 16 keer gepakt voor winkeldiefstal.
“Mijn cliënt kende de daders al een tijdje van het theehuis. Als zij dit soort dingen vaker deden, waarom zou meneer dan nooit hebben meegedaan en nu ineens wel?”

Het laatste woord is aan de verdachte. Hij herhaalt voornamelijk dingen die al gezegd zijn. Wel wil hij benadrukken dat hij in al die tijd nog nooit iets verkeerd heeft gedaan. Dit laatste zegt hij nadat de rechter al is begonnen aan zijn uitspraak. De rechter lijkt hierdoor nog geïrriteerder.
De uitspraak van de rechter is positief voor de verdachte: hij wordt vrijgesproken. “Er kan niet bewezen worden dat de verdachte medeplichtig was van deze winkeldiefstal. Wellicht waren er tegenstrijdige beweringen, maar zijn verklaring is niet gek. Misschien had meneer wat meer vragen kunnen stellen aan de daders, maar dit was geen gekke tijd of gekke plaats. Ook het argument van de koeltas is een zwak bewijs. Bij deze verkondig ik dat ik de strafbeschikking vernietig.”
De officier van justitie mag nog in hoger beroep gaan, maar ze geeft aan afstand te doen. De zaak is hierbij gesloten. De laatste woorden die de man zegt voor hij de rechtszaal uit loopt, ronden deze dag mooi af. “Ik zal ervoor zorgen dat jullie mij hier nooit meer zien!”