Twee weken celstraf voor utrechtse Achmed K.

Rechtbank Midden-Nederland – 11 februari 2021, 13:30

 

Op donderdag 11 februari vindt de rechtszaak van de heer Achmed K. plaats. De verdachte heeft een gebiedsverbod overtreden op 5 juli 2020. Dit is niet de eerste keer dat hij voor de rechter wordt gesleept. In het verleden heeft de verdachte meerdere malen artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht overtreden: het opzettelijk niet voldoen van een bevel of verordering. 

“Ik zie dat de verdachte niet aanwezig is?” de rechter kijkt naar meneer de advocaat. “Nee, ik had ook verwacht dat hij er wel zou zijn.” De advocaat gaat zitten. De kamer is voorzien van doorzichtige spatschermen om het huidige pandemisch virus in te dammen. Er wordt geen woord gezegd in de rechtszaal. Een kleurtje op de muur en een fijn jazz muziekje op de achtergrond zal de sfeer goed doen, doch past dat niet bij de ambiance van rechtbank Midden-Nederland.

Drie vrouwen van rond de dertig zitten op een rij: Officier van justitie, rechter, griffier. Koning Willem-Alexander kijkt hoffelijk van achter de rechter de zaal in. De advocaat pakt uit zijn tas een enorme bundel paperassen. De vrouwen in functie zitten achter een laptop. De zaak betreft een misdrijf van Achmed K. De zaak valt onder politierecht: relatief kleine zaken waar meteen een uitspraak gedaan wordt. Achmed K. heeft een gebiedsverbod in de binnenstad van Amersfoort. Dit gebiedsverbod kreeg meneer nadat hij op 5 juli 2020 aangetroffen werd in een auto, onder invloed van alcohol. Hij viel bewoners lastig en omstanders spraken van een ‘warrige man op straat’. Op 31 augustus werd Achmed K. wéér aangehouden, nadat hij voor de tweede keer het verbod overtrad. De eerste keer was hij al gesignaleerd door de politie, maar hebben ze hem laten gaan. 

De zaak begint hakkelig. De Officier van Justitie begint met spreken. Ze leest de aanklachten voor. Na de laatste aanklacht onderbreekt de rechter haar. “Ik heb dit dossier hier niet staan, is dit van dezelfde zaak?” er valt een stilte. De Officier van Justitie kijkt aandachtig naar haar scherm. “Ja, de Heer Achmed K. Dit dossier is twintig pagina’s, het is een ander dossier.” De rechter scrollt op haar computer. “Ik zie het, hij staat helemaal onderaan.” De advocaat bladert ondertussen driftig door zijn stapel papier. “We kunnen de zaak even schorsen?” vraagt de Officier van Justitie netjes. “Nee hoor, ik lees het wel ter plekke en als het teveel is schorsen we hem eventjes.”

De Officier van Justitie pleit na de aanklachten voor een onvoorwaardelijke celstraf van 4 weken. Dit omdat meneer al meerdere malen in aanraking is gekomen met justitie, verscheidene taakstraffen heeft gekregen waar hij niet kwam opdagen, en er dus niet van lijkt te leren. In feite wil ze hem dus een lesje leren. “Heeft u de verdachte nog gesproken?” vraagt de rechter aan de advocaat. De advocaat is even stil. “Ja, ik kreeg een brief van de opvang waar hij verblijft. Het gaat goed met hem.” De griffier typt ambitieus door. “En van wanneer was die brief?” de advocaat bladert weer in zijn papieren. “Dat was eh, 26 december 2020.” De rechter kijkt hem ietwat verrast aan. “Goed, maar dat is al meer dan twee maanden geleden.” Ondanks dat de brief al van twee maanden geleden is, gaat het volgens de advocaat toch goed met zijn cliënt.

De rechter geeft de advocaat het woord voor zijn pleidooi. Hij gaat staan en buigt zich nog kort over zijn documenten. “Goed, u zei net dat mijn cliënt al eerder was gesignaleerd maar niet was aangehouden. Dat vind ik gek. Je aanschouwt ook geen mishandeling totdat het moord is, dat doe je niet.” Stilte. De advocaat praat zachtjes en is moeilijk te verstaan. “Ik wil dus pleiten voor vrijspraak,” besluit hij zijn pleidooi. De Officier van Justitie gaat fel tegen de advocaat in. Volgens haar hadden ze de verdachte inderdaad aan kunnen houden voor openbaar dronkenschap, maar wordt dit in werkelijkheid nooit gedaan. “Als je iedereen aan zou houden voor openbaar dronkenschap, zijn de agenten de hele nacht bezig en zitten alle cellen vol.”

De rechter vraagt de advocaat of hij nog gebruik wilt maken van het laatste woord. De advocaat slaat het aanbod beleefd af. Volgens de rechter is de verdachte al vaak genoeg veroordeeld. Ook helpt het niet mee dat hij niet bij de zaak aanwezig is, anders had ze nog met hem kunnen overleggen. Ze heeft verder geen reclasseringsrapport en zijn vorige taakstraffen heeft meneer niet voldaan. De rechter kiest voor een soort middenweg. Dit doet ze onder andere omdat de verdachte psychische problemen heeft. De straf is lichter dan wat de Officier van Justitie pleitte, en zwaarder dan dat van de advocaat. Achmed K. krijgt twee weken celstraf, onvoorwaardelijk. Mochten ze nog in hoger beroep willen gaan, dan hebben ze veertien dagen tijd om zich te bedenken.

 

door: Kahdra Kleij