Stadsportret Tilburg

Met haar 219 duizend inwoners is Tilburg de op één na grootste stad van de provincie Noord–Brabant. Omdat deze inwoners over 11.813 hectare zijn verspreid, is dit in de rustigere buitenwijken minder te merken. De universiteit en het uitgebreide aanbod aan HBO en MBO opleidingen zorgen ervoor dat Tilburg een echte studenten stad is. Dit is ook goed terug te zien in de cijfers: 23,8% van de inwoners is tussen de 15 en 29 jaar.

De naam ‘’Tilliburgis’’ komt in geschrifte het eerst voor in 709. Dit was de naam voor de nederzettingen die zich bevonden in het gebied wat nu Tilburg en haar omliggende dorpen is. In de 12e en 13e eeuw komen er steeds meer nederzettingen bij. Boerderijen werden bij overlijden vaak overgedragen aan een flink aantal nakomelingen, hierdoor ontstond uiteindelijk de huisnijverheid. Dit gecombineerd met de al aanwezige schapenhouderijen lieten Tilburg uitgroeien tot de grootste wol producent van Brabant in de 16e eeuw. Door een bezoek van Lodewijk Napoleon (de broer van) kreeg het in 1809 haar stadsrechten. Ongeveer 40 jaar later was het inmiddels ook de grootste wol producent van Nederland, ze was zelfs zo groot dat het als het ware een monopolie had op de textielindustrie. Hier komt ook de bijnaam de kruikenzeikers vandaan. Vroeger urineerden bijna alle Tilburgers in een kruik zodat ze deze later konden verkopen aan een wolfabriek. Deze werd namelijk gebruikt om de wol in te wassen.  

 Kruikenstad is dan ook de bijnaam voor Tilburg wanneer er carnaval gevierd wordt. Massa’s mensen uit de stad maar zeker ook  ‘’van boven de rivieren’’ gaan verkleed om te kijken naar de optocht van praalwagens. Maar misschien nog wel meer om te drinken en te feesten. Tilburg en carnaval is niet altijd even goed hand in hand gegaan. In 1857 werd het namelijk verboden door het gemeentelijk bestuur. Dit omdat carnaval feestvierders een preek hadden verstoord in de kerk. Het heeft uiteindelijk tot 1965 moeten duren voordat de kruikenzeikers weer openbaar carnaval konden vieren in hun stad.  

Ook tijdens de maar liefst negen dagen durende kermis zou je bijna denken dat de binnenstad zou verzakken door de vele bezoekers. Binnen en buiten de LGBTQ-scene is ook de Roze Maandag een echt begrip een jaarlijks terugkerend evenement van de kermis.  

 De stad is onder te verdelen in verschillende stadsdelen, zoals Tilburg Oost, Oud-Noord, Tilburg Noord, Reeshof en Broekhoven.  

 

Tilburg Oost

Een wijk vol contrasten   

 Tilburg – Met zijn 754 inwoners is Tilburg Oost een van de meest dunbevolkte stadsdelen van Tilburg. Toch maakt dat de wijk niet minder interessant. Tilburg Oost is het gebied ten oosten van het Wilhelminakanaal tot aan de geannexeerde wijken Berkel-Enschot en Udenhout, wat zo’n 4,26 vierkante kilometer omvat. Daarmee is Tilburg Oost qua oppervlakte een van de kleinste wijken in Tilburg. Ondanks zijn kleine oppervlakte loopt Tilburg Oost over van contrasten.   

Bron: Maud Ruiters en Carlijn Pierens

In het noorden van Tilburg Oost liggen Loven en Industrieterrein-Oost. Deze buurten worden, zoals uit de naam blijkt, getypeerd door grote industrieterreinen en grijze bedrijvenpanden met brede wegen en veel parkeerplaatsen. Op de industrieterreinen tref je veel groothandels, voor onder andere kantoormeubilair, sanitair en leiding apparatuur. Er heerst een gehaaste sfeer door de hardrijdende auto’s en bestelbusjes.

Bron: Maud Ruiters en Carlijn Pierens

Een stukje verder, in het zuiden van het stadsdeel, ligt het rustige en groene Moerenburg. Dit gedeelte van de wijk heeft slechts 50 inwoners, waarvan de verdeling man-vrouw gelijk is. De wijk wordt gekenmerkt door zijn uitgestrekte weilanden, natuur en enthousiaste wandelaars. Daarnaast heeft Moerenburg nog enkele typische stadsrandfuncties, zoals een volkstuincomplex, sportaccommodaties en een manege.    

Tussen het groene Moerenburg en grijze Industrieterrein Loven ligt de buurt Bosscheweg. Deze wijk is heel overzichtelijk, het is namelijk één lange straat. Langs de brede weg staan imposante huizen met enorme tuinen omringd door hekken. Deze hekken gaan vaak gepaard met camera’s die de straten in de gaten houden. De gemiddelde huiswaarde in de Bosscheweg is 500.000 euro. Dit is meer dan het dubbele van de huizen in Moerenburg, waar de gemiddelde waarde 208.000 euro is. 

 

Bron: Maud Ruiters en Carlijn Pierens

Op de Bosscheweg zijn weinig mensen te zien, maar wel veel auto’s. Over het algemeen hebben de bewoners van Bosscheweg geen hele sterke mening over hun wijk. Zo geeft wijkbewoonster Els van Roessel (58) aan dat ze geen problemen ondervindt in Bosscheweg. Ze is tevens vrij neutraal over het sociale gevoel in de wijk. Het gemeenschapsgevoel in de wijk is niet heel sterk, maar als ik ze nodig heb dan zijn mijn buren er”, zegt ze. Bewoonster Barbara van Kuijk (61) heeft soms last van het treinverkeer dat langskomt, maar geeft aan verder fijn te wonen.    

 Bosscheweg heeft 185 inwoners, waarvan de verdeling tussen man en vrouw ongeveer gelijk is. De grootste leeftijdsgroep in de buurt is de groep 45 tot 65-jarigen. In de wijk zijn dan ook weinig kinderen te zien. De 15-jarige bewoonster Fenne Hessels bevestigt dit: Ik ken eigenlijk maar drie huishoudens in de wijk met kinderen. Toch heeft Fenne niks te klagen over haar wijk, met name omdat ze binnen 10 minuutjes fietsen in het centrum is. 

 

Oud-Noord

Een wijk vol geschiedenis 

 Met haar 34.383 inwoners heeft Oud-Noord op twee na de meeste inwoners van alle wijken in Tilburg. Toch is er door corona en de grauwe regenachtige dag bijna niemand te bekennen op de straten. Er is veel verschil in het uiterlijk van de huizen in deze wijk, waardoor er altijd wel wat te zien is als je rondloopt.   

 Zo snel als je de nieuwbouw- en rijtjeshuizen tegenkomt, kom je ook weer langs grote oudere gebouwen. Veel van die oude gebouwen hadden vroeger een andere functie, bijvoorbeeld de functie van textielfabriek. Een van die oude fabrieken vlakbij het textielmuseum heeft nu een nieuwe functie gekregen. Naast andere, wat nieuwere en architecturaal misschien minder interessante huizen, zoals deze oude textielfabriek, zijn er nog wel oudere blikvangers in Oud-Noord. 

 Het textielmuseum in Oud-Noord is al snel te vinden door de hoge schoorsteen in het midden van het museumplein. Een opvallend bouwwerk, waar je niet langs kunt lopen zonder er even een blik op te werpen. Dit museum is een belangrijk gebouw voor Tilburg, omdat het als textielstad is begonnen en vanuit daar is uitgegroeid tot een levendige studentenstad.   

 Van alle inwoners tussen de 15 en de 25 jaar in Tilburg woont er zo’n 17.25% in Oud-Noord, en dat is volgens de oudere bewoners wel te merken. “Er is niet veel overlast in deze wijk, maar we hebben wel eens moeite met het harde geluid van de studenten in de buurt.” Vertellen twee buurtbewoonsters van onder hun paraplu. “Er ligt ook wel eens wat vuil op straat, maar verder is het een fijne buurt.” Goedlachse aardrijkskundestudent Sam Vogels is erg tevreden over de wijk. “Ik woon hier nog niet zo lang maar tot nu toe is iedereen vriendelijk en is het prettig wonen hier.”   

 

Tilburg-Noord 

 Het Noorden van Tilburg wordt bestempeld als een probleemwijk waar er een zooitje van wordt gemaakt. Dit gedeelte van Tilburg bestaat niet alleen uit dit soort wijken. Een groot deel van het gebied bestaat uit industrieterrein: industrieterrein Vossenberg en industrieterrein Kraaiven. Ook zijn hier een aantal grote autobedrijven gevestigd.  

 De sfeer is grauw. We lopen tussen betonnen kubussen door, die vormen samen het ‘industrieterrein Kraaiven’. Het terrein vol bedrijfspanden ligt er verlaten bij. De vele regenbuien hebben de mensen naar binnen gejaagd, de vierkante gebouwen in. We zien hoe een flatgebouw steeds verder boven de kubussen uit begint te stijgen. Het hoge gebouw staat in de wijk ‘Stokhasselt‘. Volgens de gemeente Tilburg een aandachtswijk.   

Bron: Guus Lennep en Emmely Kokshoorn

Bron: Guus Lennep en Emmely Kokshoorn

 Alleen al het stukje Stokhasselt Noord-Oost, waar dit flatgebouw staat, heeft een gemiddelde van tien misdrijven per maand. Voornamelijk diefstal en inbraken. Er is armoede. De jongeren vervelen zich hier. Er gebeurt dan vooral veel rond de bezinepomp, al helemaal tijdens de rellen van afgelopen week”, vertelt José Rock, al wijzend naar het achter ons gelegen benzinestation. De glazen deur die als ingang van het tankstation functioneert, is inderdaad gebroken. “Ezels zijn het, ze hebben niks beters te doen” moppert een medewerker. 

 De buurt lijkt gesloten: ramen en gordijnen zitten dicht. De woningen nodigen niet uit. We lopen langs een winkel die de grijze straat weet op te fleuren. Verschillende soorten en maten groenten en fruit compenseren de saaie, grijze huizen aan de overkant van de straat.   

 “Of ik wil verhuizen? Nee zeker niet! Ik woon hier al twintig jaar”, grinnikt een net geklede man die op weg is naar zijn auto. “Ik ken mijn buren, het is hier gezellig. Elke buurt heeft zo zijn ongeregeldheden, ik zie geen reden om weg te gaan”, sluit hij al vriendelijk lachend af.  Ook José geeft aan tevreden te zijn over haar woonplek. “Ik wil helemaal nergens heen, mijn kleinkinderen wonen hier verderop. Die kunnen hier heerlijk buitenspelen. Een perfecte wijk vind je nergens, dus laat mij maar lekker zitten”, antwoordt ze duidelijk. “Nu ga ik weer verder hoor!”, zegt ze lachend terwijl ze met een knalroze paraplu haar regenachtige, grauwe weg naar de supermarkt vervolgt.                                    

Bron: Guus Lennep en Emmely Kokshoorn

Reeshof

Sociale samenhang onder Reeshofse jongeren valt tegen 

 

Bron: Bob Sour en Sara Wiersma

Reeshof bestaat uit tien wijken. Met meer inwoners dan een dorp als Oisterwijk wordt gezegd dat Reeshof op een dorp lijkt, maar het is toch echt het grootste stadsdeel van Tilburg. De meeste inwoners zijn van Nederlandse afkomst. Als je vanaf station Reeshof om je heen kijkt vallen een aantal dingen op: de gebouwen zijn in neutrale kleuren en op functionele manier gebouwd. Je kijkt uit op rijtjeshuizen met zonnepanelen op het dak, een grote vol geparkeerde fietsenstalling en een appartementencomplex met wat kleine winkels aan de onderkant. Je hoort links auto’s met een hoge snelheid langsrijden. Hier ligt de Dalemdreef en verderop de N260.   

 

Bron: Bob Sour en Sara Wiersma

Als je verder de Reeshof in loopt kom je in een ‘centrum’ met specifieke zaken als een kapsalon, fysiotherapeut, drie kleine horecagelegenheden en een dierenkliniek. Volgens sommige omwonenden té specifiek. Meneer A. Kuiypers (66) is al 24 jaar conciërge op het Beatrix College voor vmbo-TL, havo en atheneum. Hij komt hier dagelijks in contact met jongeren en merkt dat zij weinig plekken hebben om samen te zijn (pré-corona). “De winkels zijn té specifiek. Er is hier geen grote supermarkt waardoor je de omliggende winkels leert kennen. Mensen wonen hier al tien jaar en komen er nu pas achter dat er hier een fietsenmaker zit. Er mist iets zoals een jeugdhonk met bijvoorbeeld een pooltafel.”   

Bron: Bob Sour en Sara Wiersma

 Ook jongeren zijn het hier mee eens. Casper en Tijm (beide 17) geven aan dat er voor jongeren niet veel te doen is in Reeshof. Als ze echt wat willen gaan doen, moeten ze altijd wel naar Tilburg toe. “Als we afspreken zitten we meestal bij iemand thuis te chillen, want meer dan dat kunnen we hier ook niet echt doen”, zegt Tijm. “We gaan wel eens vaker sporten, maar iets als een bioscoop zou wel leuk zijn”, voegt Casper daar nog aan toe.  

 

 

Bron: Bob Sour en Sara Wiersma

Terwijl je de wijk in looptmerk je dat de wijk rustig is. Er is weinig volk op straat en de mensen die je ziet lopen op een rustig tempo rond. Vaak met een hond. Ten midden van een van de vele rijtjeshuizen is er een klein speeltuintje met een met groene aanslag bedekt basketbal ‘pleintje’ en een pingpongtafel.   

Voor volwassenen is het geen probleem dat er weinig te doen is. Inwoner Adrian Miecik (36) vertelt: “Overdag zijn wij aan het werk. Als we ergens naartoe willen nemen we gewoon de trein, maar hier hebben we toch geen tijd voor.” Hij woont ondertussen al vier jaar lang met zijn vriendin en twee honden in een gloednieuw appartementencomplex. Het enige waar hij verbetering in zou willen zien is een groter hondenpark, maar dit is nou ook weer niet zo’n groot probleem volgens hem.   

 Honden zijn voor mevrouw Van Huizen (68) wel een probleem. Ze is bang om door het park te lopen omdat gevaarlijke honden niet aangelijnd blijven. “Vaak lopen er dan mensen met supergrote honden los van de riem en dat vind ik nog wel eens eng. Als ik ze dan erop aanspreek, worden ze vaak ook nog heel erg boos op mij”, vertelt van Huizen. Zij zou hier wel verandering in willen zien. Ze is het ermee eens dat er voor jongeren niet veel te beleven is. Zelf neemt ze altijd de trein naar de stad als ze een keer uit wil gaan. “Met de trein vind ik de afstand naar de stad prima te doen, als ik naar huis kom pak ik dan gewoon een taxi. Ik kan me wel voorstellen dat dit voor jongeren vervelend is”, vertelt ze.  

 De criminaliteit in Reeshof verschilt per wijk. Over het algemeen is de criminaliteit laag. Wijkagente van Reeshof, Anne Staal, geeft aan dat de meest voorkomende soorten criminaliteit diefstallen van (elektrische) fietsen, inbraken/diefstallen af/uit voertuigen, winkeldiefstallen, huiselijk geweld, drugscriminaliteit en ondermijning zijn. Exacte cijfers van 2020 moeten nog verwerkt en verzameld worden. “Ieder jaar zijn de cijfers net iets anders. Als voorbeeld hebben wij afgelopen jaar veel inbraken in auto’s gehad en ook een aantal berovingen. Andere jaren is dit weer een stuk rustiger en liggen de woninginbraken een stuk hoger.” Aldus mevrouw Staal.   

 Over het algemeen gaven alle geïnterviewden aan weinig tot geen last te hebben van criminaliteit of ander overlast.   

 

Broekhoven

Bewoners over de wijk Broekhoven in Tilburg: ‘Ik ben super trots op deze wijk.’’   

 Met 217.000 inwoners staat Tilburg op de zesde plek van grootste steden in Nederland. Echter zijn er in Tilburg verschillende wijken met verschillende gezichten. Zo is er Broekhoven, een beruchte wijk onder de Tilburgers. De wijk telt 4.245 inwoners en er wonen weinig allochtonen. Ook staat de wijk bekend om de criminaliteit, verpaupering en vernieling. Maar hoe denken de bewoners van Broekhoven over hun eigen wijk?   

 De wijk bestaat uit een aantal straten, met vervallen oude huizen. Het is een echte arbeiderswijk met een paar speeltuintjes aangrenzend aan het Leijpark.  De mensen op straat maken graag een praatje. Ze praten plat Tilburgs met elkaar en kijken niet op van de razende auto’s die voorbijkomen. “Het is echt een gezellige wijk, in mijn flat kennen we iedereen en iedereen helpt elkaar, ook als we in de problemen zitten.’’ Vertelt Van der Schoot, een vrouw op leeftijd, die net op weg was om haar wekelijkse boodschappen te doen. “Ik had alleen vorige week wel een beetje last van al die herrieschoppers, van die rellen. Ze gooide allemaal met Molotovcocktails, zeg ik dat zo goed?” Vraagt ze vriendelijk.   

 Volgens recentelijke cijfers van allecijfers.nl zijn er weinig mensen met een migratieachtergrond in de wijk. 68 procent is Autochtoon. Maar in verhouding blijkt dus dat 32% van de wijk allochtoon is en wanneer we dit aantal vergelijken met de rest van Tilburg is dit een aanzienlijk hoog getal. Ook ligt het gemiddeld inkomen niet zo hoog. Het gemiddelde bruto-inkomen per jaar is 20.900 euro. Daarmee staan ze in de top 10 van armste buurten van Tilburg.   

 Twee kleine jongetjes lopen ons tegemoet. “Ik vind de wijk heel leuk, alleen de speeltuin is rommel.’’ Hun oma voegt hieraan toe: “Ja de speeltuin wordt niet meer goed onderhouden, eerst waren er nog toezichthouders maar door bezuinigingen moesten die weg.”  

“Vraag maar raak lieverds”, zegt Gerrit van Lissum, terwijl hij zijn peukje uitdrukt en zijn capuchon afdoet. “Ik ben super trots op deze wijk, iedereen kent elkaar. Ik ben hier geboren en getogen en ik ga hier nooit meer weg”. Roept hij met volle trots en overtuiging. Bron; www.allecijfers.nl