‘Zonder kennis wordt een debat over de moord op een leraar heel oppervlakkig’

De moord op Samuel Paty en de bedreigingen van Nederlandse maatschappijleer docenten domineren de laatste weken het nieuws. Is het bespreken van vrijheid van meningsuiting in de klas een taboe aan het worden? Volgens Marcel Mooijman, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Leraren Maatschappijleer (NVLM), niet. “Als je het bespreken van vrijheid van meningsuiting op een geleidelijke manier aanpakt, is alles bespreekbaar.”

Bron: Kees Rutten

De NVLM heeft een brief geschreven aan de Tweede Kamer waarin zij, naar aanleiding van de moord op Paty, pleiten voor een betere positie van burgerschapsonderwijs in Nederland. Hierin staan twee sets met maatregelen. Ten eerste voor het mbo, nu is het nog zo dat er een inspanningsverplichting is voor burgerschap op het mbo. Dat houdt in dat scholen er maar iets mee moeten doen. Hierdoor kunnen scholen bepaalde inhouden die aan burgerschap vastzitten, bij andere vakken onderbrengen. “Dat gaat vaak goed maar dat geeft scholen ook de mogelijkheid om burgerschap een afvink onderwerpje te maken.”, vertelt Mooijman “En dat is niet hoe wij burgerschap zien.” Om die reden pleit de NVLM voor burgerschap als apart vak op het mbo met een bevoegde docent en eventueel een examen. De tweede set maatregelen betreft het voortgezet onderwijs. “In de onderbouw van het voortgezet onderwijs pleiten wij voor een gelijke berechtiging van maatschappijleer ten opzichte van geschiedenis. Dat is mooi aanvullend en noodzakelijk volgens ons.” Dit betekent dat er volgens de NVLM meer moet worden stilgestaan bij kerndoelen als rechtsstaat en democratie. Net zoals geschiedenis ook een aantal kerndoelen bevat in de onderbouw. Er wordt volgens Mooijman namelijk niet genoeg stilgestaan bij thema’s als rechtsstaat en democratie.

Het belang van die thema’s bespreken is volgens Mooijman erg belangrijk maar daar gaat wel het creëren van een kennisbasis aan vooraf. “Zonder kennis wordt een debat over de moord op een leraar heel oppervlakkig. Door grondig onderwijs te geven met langdurige programma’s, schep je voorwaardes waardoor de discussie over dit soort onderwerpen makkelijker te voeren valt.”, aldus Mooijman.

De NVLM heeft nog geen reactie van de Tweede Kamer ontvangen op de brief. Wel is er een motie aangenomen van CDA-kamerlid Michel Rog en GroenLinks kamerlid Niels Van den Berge die pleit voor meer aandacht voor burgerschapsonderwijs in het mbo. “Wij zouden graag onze dienst aanbieden en rond de tafel gaan zitten over wat er beter kan maar daar zijn nog geen concrete afspraken over.”, zegt Mooijman.

“Spotprenten bespreken in de klas is een middel om te laten zien hoe de vrijheid van meningsuiting werkt maar geen doel op zich.”

Verder is hij van mening dat het bespreken van spotprenten in de klas geen taboe aan het worden is. Volgens de voorzitter van de NVLM is dat ook niet het doel op zich. “Spotprenten bespreken is een middel om te laten zien hoe de vrijheid van meningsuiting werkt. En iedere leraar moet zich telkens afvragen welke middelen zij daar het beste voor kunnen gebruiken. Een enkele keer is dat door een spotprent te bespreken maar soms moet je daarvoor eerst andere omstandigheden creëren.”

Die omstandigheden in een klas zijn volgens Mooijman erg belangrijk om een discussie te kunnen voeren. “Door twee vormen van onbekendheid op te lossen zal de discussie over vrijheid van meningsuiting makkelijker gaan. Ten eerste door de onbekendheid met de kennis over een onderwerp op te lossen. Dat doe je door middel van de langdurige, inhoudelijke onderwijsprogramma’s. En ten tweede moet je de onbekendheid met elkaar wegnemen. Er moet een ‘inclusieve’ sfeer worden gecreëerd waarin de relatie tussen leerlingen onderling en de relatie tussen leerling en docent door alle achtergronden heen gaat en ze elkaar echt zien. Ik denk dat als dit gebeurt, mensen veel meer begrip voor elkaar hebben en dan kan de overtuiging van iemand toch iets bijgesteld worden.”

Maar worden docenten maatschappijleer dan wel goed genoeg voorbereidt op het voeren van lastige discussies? Volgens Mooijman gebeurt dat wel. “Dan ga ik toch uit van mijn rol als lerarenopleider aan de Hogeschool in Rotterdam. Ik hoor vaak terug van oud-leerlingen dat er op geen enkele opleiding, behalve de opleiding docent maatschappijleer, wordt geleerd hoe je moet omgaan met controversiële onderwerpen. Dus daar worden docenten zeker op voorbereidt.”

Op de vraag hoe Mooijman de toekomst van het burgerschapsonderwijs ziet, reageert hij optimistisch. “Door de voorbeelden uit de actualiteit merk je dat er vanuit de politiek en de samenleving meer draagvlak komt om dit onderwijs een grotere rol te laten spelen in het Nederlandse onderwijs. En op de lange termijn ziet het er dus naar uit dat de lacune van sociaalwetenschappelijke inhouden in het burgerschapsonderwijs opgelost wordt. En daar staan wij natuurlijk voor.”

Geschreven door Evie Hendriks