“Ik herinner me nog dat we met z’n allen in de lift naar beneden aan het huilen waren”

Hans met zijn kleindochters op vakantie.

15-11-2018 | Sophie de Ruiter

Hans Rörik (80) heeft twee broers verloren aan longkanker, waarvan een in 1994 via euthanasie is overleden de ander in 2018 met behulp van palliatieve sedatie overleed. Hij heeft de dood en euthanasie van dichtbij meegemaakt en weet hoe het is om vrede te moeten hebben met iemands beslissing om het leven te beëindigen.

 

Euthanasie

“Ik vind dat het huidige beleid redelijk werkt, maar dat in grensgevallen de regels te streng toegepast worden. Alhoewel de huidige situatie nog niet eenvoudig is, er moet onder meer een tweede arts bij komen, is het in Nederland in ieder geval wettelijk geregeld en eenvoudiger dan in vele andere landen. Verdere versimpeling van de wet, zodat bijvoorbeeld ook fysiek gezonde maar geestelijk lijdende mensen en zij die van mening zijn dat verder leven zinloos is recht op euthanasie krijgen, wordt door de Christelijke partijen zoals SGP en ChristenUnie tegen gehouden, omdat deze partijen het niet als ethisch verantwoord zien. Als het volgens de regels van de huidige wetgeving gaat, vind ik het zeker wel verantwoord. Zeker als er sprake is van een uitzichtloos lijden, zowel fysiek als geestelijk. Dan moet het mogelijk zijn en vind ik het ethisch verantwoord. Als mensen vinden dat ze aan het eind aan hun leven zijn en het duidelijk kenbaar maken. Niet zoals je uit sommige landen hoort dat mensen naar het buitenland moeten reizen om euthanasie te kunnen plegen. Vanuit Engeland gebeurt het vaak dat ze naar Zwitserland reizen voor euthanasie en dan nog kunnen familieleden van die mensen vervolgd worden. Dit zijn doodzieke mensen die dan nog gaan reizen wanneer ze in een uitzichtloze toestand zitten. Dat lijkt mij vreselijk om te moeten doen.”

 

 Jeugd

“Ik groeide op in Amsterdam in een typische arbeiders- en middenklasse wijk, Oud-West. Mijn familie bestond uit vader, moeder en vijf kinderen. Ik heb twee jongere zussen en twee oudere broers die een tweeling waren. We zijn opgegroeid in en direct na de Tweede Wereldoorlog, dus dat gaf wel extra problemen, maar voor de rest ging het goed. We waren geen rijke familie, mijn vader was fabrieksarbeider en mijn moeder had werkhuizen. Voor een gezin met vijf kinderen hadden we het niet breed.”

 

Van dichtbij

“In 1994 kreeg een van mijn broers, Piet, mesothelioom (longkanker) omdat hij in zijn leven veel met asbest had gewerkt en het in die tijd niet duidelijk was dat dit schadelijk was. Hij was 60 en hield het lang verborgen voor de familie, omdat hij altijd bij mijn ouders was blijven wonen. Maar op een gegeven ogenblik werd hij opgenomen in het Slotervaart ziekenhuis en daar is hij niet lang geweest. De situatie werd snel erger nadat hij werd opgenomen en mijn broer leed veel pijn. Toen is er in overleg met de familie besloten dat hij euthanasie zou plegen. Dit omdat de kanker terminaal was, dus om het lijden te verzachten. Ik heb het niet heel erg van dichtbij meegemaakt, omdat ik toentertijd in Gouda woonde en alles zich in Amsterdam afspeelde. Ik weet wel dat de avond voordat het gebeurde we allemaal afscheid van hem hebben genomen. Ik herinner me nog dat we met z’n allen in de lift naar beneden aan het huilen waren. De volgende dag werd de euthanasie uitgevoerd in het bijzijn van zijn tweelingbroer en een van mijn zussen.

 

Mijn vader en moeder werden in 2001 opgenomen in een verzorgingstehuis in Diemen omdat mijn moeder zwaar dement was en steeds wegliep van huis waardoor ze in gevaarlijke situaties terechtkwam. Mijn vader was geestelijk heel goed, maar lichamelijk erg slecht. Hij had het ook niet makkelijk met mijn moeder. Zij was door haar dementie erg agressief en zij sprak uit naar ons dat ze niet wist wie mijn vader was en wat hij in haar buurt deed. Hij wilde gewoon niet verder, en dat had hij al een paar keer aangegeven. Ook was hij lid geworden van de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie (NVVE). Maar de huisdokter die hij toen had in het tehuis, die wilde er niet aan meewerken. April 2002 is mijn vader overleden na een val, en volgens de naaste familie was dit een zelf gekozen einde. Wij hebben nooit afscheid kunnen nemen van hem op deze manier.

 

Bij mijn andere broer Henk is begin dit jaar op 83-jarige leeftijd geconstateerd dat hij ook mesothelioom en dus longkanker had. Toen zijn toestand verslechterde, werd hij opgenomen in een hospice waar hij, wetende van de toestand van zijn overleden tweelingbroer, verzocht om palliatieve sedatie. Dat houdt in dat wanneer het duidelijk is dat een persoon nog minder dan een week te leven heeft, hij of zij buiten bewustzijn wordt gebracht om het lijden te minderen. Hij en een van mijn zussen hebben daar toestemming voor gevraagd. Wij hebben op een vrijdagochtend afscheid van hem genomen, ’s avonds is het sedatiemiddel toegediend, en een dag later is hij overleden.”

 

Acceptatie

“In alle gevallen had ik er vrede mee, vooral omdat de situatie sowieso uitzichtloos was. Piet leed verschrikkelijk en het was voor hem eigenlijk geen keus. Henk was 83 en hij was gewoon op. Hij had zijn tweelingbroer meegemaakt en hij wist wat hem te wachten stond. Hij wilde die hele lijdensweg niet. Als familie moet je daar ook vrede mee hebben, het is ook wat makkelijker om van iemand op zo’n leeftijd afscheid te nemen. Als familie is het vreselijk om iemand zo te zien lijden. Ook bij mijn vader had ik er vrede mee omdat hij niet verder wilde en dat al vele malen duidelijk had aangegeven. Hij was lichamelijk aan het aftakelen, hij was incontinent maar leed ook door zijn demente vrouw en was al verschillende malen gevallen. De laatste keer was hij bewusteloos en in coma na zijn val op zaterdag, de huisarts die eerst weigerde euthanasie te verlenen zou dit nu wel doen op de maandag na de val maar toen was mijn vader al overleden voor de euthanasie uitgevoerd werd.”

 

Verschillen

“Echte verschillen zijn dat er sinds die tijd wetten zijn gemaakt om euthanasie mogelijk te maken. Voor die tijd was het wettelijk niet eens mogelijk om euthanasie te plegen. Mijn broer in 1994 was een terminale patiënt en er werd een oogje toegeknepen en de euthanasie is wel uitgevoerd, maar wettelijk was dit niet toegestaan. Dat vind ik de positieve verandering, en ik hoop dat dat niet meer verandert.”