Uit het leven stappen op eigen voorwaarden

De dood is vaak een gevoelig onderwerp voor mensen om over te praten.  Het wordt al helemaal ingewikkeld wanneer iemand zijn eigen dood inplant, het wordt vaak niet gesnapt en dus maar niet over gepraat. Toch zijn er mensen die het wel gewoon doen, zoals Jan van de Heuvel (67). Hij wilt als het zover is euthanasie plegen. In een interview vertelt hij meer over de reden en het taboe die rond dit onderwerp speelt.  

 

Voor Jan van den Heuvel staat één belangrijke regel centraal in zijn leven: bezig blijven! Op dit moment verblijft Jan in de woonvorm SGL. Dit is een plek waar mensen met een handicap, in Jans geval een verlamming aan zijn rechterbeen, kunnen wonen en iedere dag worden geholpen door zorgverleners. De keuken is in het kamertje van Jan toch wel het meest speciale plekje. Hier doet hij namelijk zijn grootste hobby: koken! Tijdens het interview is hij al bezig met het schillen van de uien voor zijn volgende kookkunstje. Ook vertelt hij met een brede glimlach hoe ontzettend leuk hij het vindt om voor de hele woonvorm te koken, wat hij regelmatig doet. Zijn andere grote hobby is in zijn tuintje bezig zijn en kijken naar vogeltjes. De tafel waaraan hij de uien zit te schillen, staat dan ook zo dat hij vanuit zijn plek goed over zijn tuintje kan uitkijken. Trots wijst hij naar het vogelhuisje, waar op dat moment zijn nieuwste vriendje zit: “Sinds kort brengt ook een specht een bezoekje aan mijn vogelhuisje.” 

Jan weet zichzelf dus goed bezig te houden, mede ook omdat er op de woonvorm veel te doen is. Dan bedoelt hij niet alleen de jaarlijkse barbecue en kerstviering, maar ook de gezellige borrelavondjes in de ‘kantine’ van de woonvorm. “Ik moet altijd bezig blijven, anders word ik helemaal gek.”  

 

Tegenslagen  

Hoewel Jan het goed heeft op de woonvorm, kent hij ook vele tegenslagen. Deze tegenslagen hebben ervoor gezorgd dat Jan de keuze voor euthanasie heeft gemaakt.  

De eerste tegenslag kwam eigenlijk al heel vroeg in het leven van Jan, al kreeg hij er pas jaren later last van. Het was vroeger, toen Jan nog klein was, normaal dat er asbest in de daken en muren van huizen zat. Het is namelijk brandwerend en isoleert goed. Jan heeft in de bouw gewerkt, waardoor hij die asbest vele jaar heeft ingeademd. Als je deze asbestvezels inademt, kan je ongeneeslijke ziektes krijgen. Deze ziektes kunnen pas na tientallen jaren uitbreken, zoals ook in Jans geval. Jan heeft sinds zijn 52e al last van COPD. Dit is een ongeneeslijke longziekte, waar de longen niet meer optimaal werken en je dus minder zuurstof binnenkrijgt. Jan heeft een vorm van COPD waarbij zijn longblaasjes langzaam afsterven en hij dus uiteindelijk gewoonweg zal stikken. De hele dag heeft hij een zuurstoftank bij zich, omdat hij anders te weinig zuurstof binnenkrijgt. Dat is dan ook een van de oorzaken waarom hij euthanasie heeft aangevraagd.  

Daar houdt het nog niet mee op, Jan heeft namelijk op zijn 50e een herseninfarct gehad door bloedstolsels in de hersenstam. Bij een herseninfarct krijgen de hersens namelijk te weinig zuurstof en ontstaat er uitval van het lichaam. Hij heeft door dit incident een week in coma gelegen. Door het herseninfarct is zijn rechterbeen verlamd, waardoor hij nu in een rolstoel zit.  

Jans vrouw, wie nu ondertussen overleden is, leed aan kanker. Voordat ze het vreselijke nieuws kreeg dat het ongeneeslijk was, wilde ze ook zelf in hand hebben wanneer ze dood zou gaan. Na het akelige nieuws, veranderde dit. Tien maanden lang heeft ze veel pijn gehad en de laatste twee weken kon ze zelfs helemaal niks zelf meer. Hij vond het verschrikkelijk om zijn vrouw zo te zien. “Dat wil ik niet. Als ik niks meer kan, vind ik dat geen leven meer. Ik wil niet gevoerd moeten worden en eindigen als kasplantje. Ik wil zelf kunnen beslissen wanneer ik ga, ik wil zelf die controle behouden.” Hij wist hoeveel pijn zijn vrouw die tien maanden heeft gehad en dat wilde hij absoluut niet. Nee, hij wil uit het leven stappen wanneer hij vindt dat de tijd er is.  

   

‘Mijn keuze’ 

Ondanks al deze tegenslagen, laat Jan zich er niet door kleineren. “In het begin voelde ik me natuurlijk te neergeslagen, maar ik dacht daarna meteen: er valt niks aan te doen, het is zoals het is”, zegt hij schouderophalend. Hij is er nonchalant over, alsof het leven gewoon maar zo had moeten zijn. Toch valt het hem wel zwaar dat hij er niet zomaar openlijk over kan praten. 

Wanneer zijn zoon aan bod komt tijdens het interview veranderd Jans houding van luchtig naar teleurgesteld. Een van de belangrijkste mensen uit het leven van Jan, zijn zoon, is het er helemaal niet mee eens met Jans wens. Hij begrijpt niet waarom zijn vader deze keuze maakt terwijl zijn zoon en kleinkinderen er nog zijn om voor te leven. “Ik snap dat hij zich zo voelt, maar aan de andere kant snap ik dan weer niet waarom hij niet begrijpt dat ik niet zo wil lijden als zijn moeder. Hij heeft namelijk ook gezien hoeveel pijn zij had. En veel kan ik toch niet meer met de kleinkinderen doen. Daarnaast is het mijn leven en dus ook mijn keuze, legt Jan uit.  

Gelukkig is er een andere belangrijke man in zijn leven die wel zijn keuze begrijpt: Jans broer. Hij snapt zijn broertje, maar toch betekent dit niet dat Jan en zijn broer er veel over spreken. Dat zijn broer hem steunt, wilt niet zeggen dat er veel over gepraat moet worden. 

 

 Mondje dicht 

Op dit moment wordt erhelemaal niet meer over gepraatmet Jan.Er wordt net gedaan alsof het niet gaat gebeuren en er dus ook niet over gepraat hoeft te worden.  

Dit gebeurt niet alleen binnen Jans familie, maar ook in de woonvorm. Ook hier ontwijken mensen het onderwerp zoveel als dat kan. De sfeer er omheen is donker, het is iets waar mensen liever niet over praten. In plaats daarvan wordt het maar gewoon een beetje in een donker hoekje geduwd. “Er wordt vaak gedacht: als er niet over gesproken wordt, bestaat het niet”, vertelt hij.  

Daarnaast is er nog een persoon in Jans leven die zich niet aan het onderwerp waagt: zijn huisarts. Toen Jan over euthanasie begon, schudde zijn arts meteen zijn hoofd. “Hij wilde me wel wat morfine geven voor de pijn, maar een spuit ging hij me nooit geven”, zegt Jan schouderophalend. Hierna is Jan meteen naar de levenseindekliniek gegaan, waar hij wel hulp heeft kunnen krijgen met zijn vraag.   

 

‘Mijn besluit staat vast’  

Voor nu is het dus een kwestie van voet bij stuk houden voor Jan. Er zijn genoeg mensen die dit onderwerp wegduwen alsof het een tikkende tijdbom is, die wanneer je hem vastpakt ontploft en complete chaos veroorzaakt. “Toch staat mijn besluit vast”, deelt hij mee “ik ga hoe dan ook niet als kasplantje eindigen. Alleen nog maar op bed kunnen liggen en voor je uit staren vind ik geen leven meer.”