Margreet helpt nieuwkomers bij het inburgeren in Nederland

Dominik Morawiak, 8-01-2019

Al tien jaar geeft Margreet van Zuijdam (65), vrijwilligster bij Stichting Kompas Bommelerwaard, lessen Nederlands aan vooral buitenlandse vrouwen in de regio Zaltbommel. Hoe is het in haar optiek gesteld met de integratie van nieuwkomers in Nederland? Waar lopen die mensen tegenaan? Doet de overheid genoeg om het integratieproces te bevorderen?

Margreet woont in een Zaltbommelse wijk met veel buitenlanders. Het viel haar op dat er vooral oudere Marokkaanse vrouwen liepen die geen woord Nederlands spraken. “Toen dacht ik: er moet toch ergens iets zijn waar je die mensen kunt ontmoeten en Nederlands kunt leren.” Margreet heeft tien jaar geleden het Multiculturele Vrouwencentrum in Zaltbommel ontdekt (de voorganger van Kompas). Daar is ze begonnen lessen Nederlands te geven aan buitenlandse vrouwen en ze doet het nog steeds met plezier.

Het begin was echter niet makkelijk. Toen kwamen de vrouwen naar hun toe vooral voor ontspanning. De deelneemsters wisten helemaal niet wat leren was. “Ze konden hun eigen naam niet schrijven, ze wisten niet hoe oud ze waren en ze namen het niet op. Iedereen vond het erg gezellig maar een week later kon je weer helemaal opnieuw beginnen.” Dat beviel Margreet na een paar jaar niet meer. Op dat moment veranderde ook het hele structuur bij Kompas en sindsdien geeft ze voornamelijk les aan jonge vrouwen uit verschillende landen die hierheen komen omdat ze echt Nederlander willen worden, dus willen leren. Vrouwen die heel weinig kunnen, zijn nog steeds welkom maar in die groepen zit Margreet niet meer. “Dat zou ik niet meer leuk vinden want daar heb je ook geen eer van je werk, je bereikt niets. Nu is het leuk dat de vrouwen inburgeren, echt een heleboel leren. Het is voor ons leuk om hun groei te zien.”

In het afgelopen tien jaar is Margreet een aantal dingen opgevallen aan haar buitenlandse leerlingen. Zo komen ze niet altijd op tijd naar de les. “Nederlanders zijn heel erg van op tijd zijn. De les begint om negen uur maar er komt iemand om vijf over negen, om tien over negen, soms kwart over negen.” Volgens Margreet hebben nieuwkomers moeite met op tijd zijn en zich aan de afspraken houden. Ze vinden het niet erg om een half uurtje later te zijn, ze vinden dat tijd rekbaar is. Buitenlanders schrikken soms ook van de directheid van Nederlanders. “Wij zeggen vrij abrupt waar het op staat en dat zijn buitenlandse mensen niet altijd gewend. Ze kijken je aan: meen je dat nou echt?” Margreet ziet dat vooral Aziatische mensen moeite hebben met zeggen wat ze bedoelen. Ze geven een heel omzichtige omschrijving en wat ze precies bedoelen, komt er heel langzaam uit.

Verschillen tussen mannen en vrouwen zijn voor Margreet ook te merken. Vrouwen zijn over het algemeen meer gemotiveerd. Mannen gaan werken, meestal hebben ze minder contact met Nederlanders. “Ze werken in kassen of op andere plekken maar vaak met andere buitenlanders en ze zien zelf niet het belang om goed de taal leren.” Vrouwen willen de taal leren omdat ze willen gaan werken en meer tijd met hun kinderen doorbrengen die Nederlands op school leren.

Margreet heeft verschillende mensen ontmoet, ieder met een ander verhaal. Sommige zijn goed bij haar blijven hangen. “Vrouwen uit Afghanistan vertelden met tranen in de ogen hoe soldaten daar de huizen binnenvielen en hun mannen, broers doodschoten. Dat doet je wel wat natuurlijk. Dan houd je het ook niet droog.” Er zijn ook minder heftige verhalen blijven hangen bij Margreet. Zo vertelden Chinese vrouwen dat ze een hoge boete moesten betalen als ze meer dan een kind hadden in de tijd van de eenkindpolitiek.

Voor de meeste nieuwkomers is het succesvol afronden van een strenge inburgeringscursus een eis om in Nederland te mogen blijven. Volgens Margreet zou de overheid het inburgeren toegankelijker moeten maken. “Ze vragen dingen die een Nederlander op straat ook niet zou weten. En ze maken het ieder jaar strenger, dat vind ik belachelijk.” Margreet ziet ook dat nieuwkomers heel veel geld moeten betalen om Nederlands te kunnen leren, het geld dat ze vaak niet hebben. Ze zouden het geld kunnen lenen maar dat willen ze niet omdat ze dan bij de kredietregistratie ingeschreven staan en ze onder andere moeilijker een hypotheek kunnen krijgen. Dat vormt weer een drempel in het volgen van het onderwijs. “Daar is de overheid te streng in, zeker voor mensen die voor goede wil zijn.”