‘Jongeren die eenzaam zijn, zijn er niet zo open over’

“Het Kruispunt”, waarin onder andere een activiteitencentrum van jongerenwerkorganisatie R-Newt (spreek uit: rie nuuwt) is gevestigd, is qua architectuur een welkome afwisseling in de wijk waarin ik me bevind. De uitbundige kleuren van de grote glazen panelen van het rechthoekige gebouw staan in schril contrast met de grauwe zestigerjarenappartementen die de hoek van de Lage Witsiebaan met de Sinopelstraat in Tilburg typeren. Na in het cafetaria te hebben gevraagd waar ik Michelle, de activiteitenbegeleidster waarmee ik een afspraak heb gemaakt, kan vinden, loop ik een verdieping naar beneden, om haar vervolgens in een grote, open ruimte te treffen. Behalve een batterij tafels en stoelen staan er een grote bar, een pooltafel en een chillhoekje met comfortabele banken. In een naastgelegen kamer vertellen Michelle en haar collega Latisha uitvoerig over jongeren met eenzaamheid.

Maarten D’Haese – 08/01/2019

 

Eenzaamheid wordt in de landelijke media vrij vaak gelinkt aan ouderen. Een goed recent voorbeeld daarvan is de kerstkaartactie van De Wereld Draait Door, waarin het publiek werd opgeroepen kerstkaartjes naar de redactie te sturen waarna die ze naar eenzame ouderen verzond. Het grote publiek legt op die manier niet direct een link tussen jongeren en eenzaamheid, terwijl er weldegelijk een probleem is.

‘De hamvraag is natuurlijk: wat is eenzaamheid nu eigenlijk? Jongeren kunnen daar geen antwoord op geven. En doen ze dat wel, dan zijn die antwoorden erg verschillend en hebben ze een extreem karakter, zoals dat je geen familie hebt of helemaal alleen op de wereld bent. En de jongeren die wel eenzaam zijn, zijn er niet zo open over. Er hangt dus ook echt een taboesfeer omheen. Wat ik vooral merk is dat jongeren, naast dat ze naar school gaan en altijd wel via verschillende soorten social media bereikbaar zijn, problemen hebben met diepgaand contact maken.

Wat eenzaamheid bij onze doelgroep ook in de hand zou kunnen werken – en dit is iets wat ik zelf invul, zij benoemen het niet zelf – is dat zij het thuis niet zo fijn hebben en dat zij zich daar niet gehoord voelen. Er bestaat dus wel eenzaamheid binnen het gezinsleven, maar ik vraag me af of jongeren het zelf zo ervaren. Het is en blijft natuurlijk lastig om dat voor een ander in te vullen. Maar het speelt denk ik wel echt meer dan dat wij door hebben.’

 

De term social media is gevallen. Veel jongeren zijn actief op platforms als Tinder, Snapchat en Instagram. Likeability en perfectie zijn er belangrijke zaken. Die ratrace om zo sympathiek, knap en getalenteerd mogelijk gevonden te worden is een voedingsbodem voor eenzaamheid bij jongeren, vindt Latisha.

‘Zo heb ik vorig jaar met een meidengroep een aantal opdrachten gedaan omtrent social media om te onderzoeken of zij denken dat ze populair zijn als ze veel likes hebben. Daarin kwam echt naar voren dat dat dus een grote rol speelt in hun leven. Wie veel post en, tegenwoordig ook, live gaat heeft meer vrienden. En wie is daar dan bij tijdens dat live gaan, en wie kijkt er… Dat speelt echt allemaal een rol. En je kan je nog meer buitengesloten voelen als dat soort dingen uitblijven. En als je dan op school en thuis ook al buiten de boot valt… tja. En ook bij groepsapps is het echt wel een ding of je erbij betrokken wordt of niet.’

Michelle valt haar daarop bij.

‘Kwantitatief is het er dus allemaal wel, maar om terug te komen op wat ik al eerder vertelde: het is geen kwalitatief contact. Wat wij van vroeger wel kennen, dat je met elkaar moest afspreken en langs moest gaan om elkaar te zien, dat is nu niet altijd meer nodig.’

 

Op mijn vraag of er op de werkvloer een onderscheid te zien is tussen hoe enerzijds autochtone jongeren omgaan met eenzaamheid en anderzijds jongeren met een migratieachtergrond, is het antwoord dat de groep erg gemêleerd is. Michelle merkt later op dat de twee aanwezige stagiaires – beiden met Marokkaanse roots – vanuit hun cultuur meer toelichting kunnen geven. Niet veel later schuiven zij dan ook aan en geven vol enthousiasme antwoord op mijn vragen.

‘Jongeren van bijvoorbeeld Marokkaanse komaf worstelen er wel meer mee dan autochtone Nederlanders. Er komt gewoon veel meer bij kijken. Er zijn meer regels en daarnaast heb je ook nog het geloof. Zij zullen zich minder betrokken voelen bij bijvoorbeeld feestjes dan iemand die minder te maken heeft met geloof, familie en cultuur. Bovendien hebben Marokkaanse jongeren een ander beeld bij eenzaamheid. Ook als je erover zou beginnen met vriendinnen overigens. Als iemand vanuit onze cultuur zegt dat-ie eenzaam is, dan wordt dat niet begrepen. Dan zeggen ze: “je hebt toch je familie, iedereen is er toch?” Voor een jongere met bijvoorbeeld onze achtergrond is het dus wel extra moeilijk om over eenzaamheid te praten. Met je opa en oma is het ook veel lastiger in vergelijking met je ouders, want die hebben wel al een langere periode in Nederland gewoond. Je ziet op dat vlak dan weer wel een verandering, dat je meer open kan zijn bij jongere generaties, en dat gaat alleen maar beter worden. Wat je ook echt wel ziet, is dat jongens er niet voor uitkomen, mochten die zich eenzaam voelen. Zij zullen zich meer willen laten zien, dat ze sterk zijn en hun “zwakke” kanten zullen ze vooral niet willen laten zien.’