‘Het komt uiteindelijk wel weer goed met ons’

Maartje Abrahamse en haar hond Flow (foto: Maarten D’Haese)

Maarten D’Haese — 22/11/2018

 

Na jaren in de hulpverlening te hebben gewerkt besloot Maartje Abrahamse (37) in 2016 haar eigen organisatie Flow Coaching Zeeland op te richten. ‘Flow’ is niet zomaar gekozen. Haar eigen hond heet Flow en deze labrador retriever speelt een actieve rol in haar werkzaamheden. Maar het is ook een referentie naar ‘uit je flow zijn’.

 

Om die ‘flow’ te herstellen keert de coach/therapeute met haar cliënten terug naar de natuur. Middels paarden, honden, beeldende creativiteit en het buitenleven begeleidt de geboren Middelburgse mensen die op enigerlei manier een psychische blokkade ervaren. Zo ook personen met een burn-out, een ziektebeeld waar de laatste jaren steeds meer aandacht voor is. Hoe denkt iemand die soms letterlijk met beide voeten in de klei staat eigenlijk over dit steeds vaker opduikend fenomeen?

 

 

Als je terugkijkt naar je werkervaring, kan je dan met de kennis van nu zeggen wanneer je het voor het eerst tegenkwam?

‘Rond 2006, toen ik bij de politie stage liep als bedrijfsmaatschappelijk werker, heb ik verschillende malen burn-outs op de werkvloer meegemaakt.’

 

En waardoor kwam dat?

‘Dat had soms te maken met een trauma. Maar daarnaast ook met hiërarchische posities. Bijvoorbeeld tussen de managers en de agenten die opereren op straat. Daar zag je wel eens conflicten ontstaan waardoor sommige mensen thuis kwamen te zitten.’

 

Had je het gevoel dat het vanuit het management anders had gekund?

‘Nooouuu, ik had wel het idee dat ze hun best ervoor deden. Maar af en toe ging het wel eens fout. Overkoepelend is het lastig er iets over te zeggen, want ik kom uit een andere invalshoek. Maar het team is natuurlijk heel belangrijk bij de politie, en dus ook dat ze hun verhaal kwijt kunnen. Als agent krijg je veel over je heen, dus is het zaak dat er een bepaalde basisveiligheid is.’

 

Wanneer kreeg je voor het eerst te maken met iemand met een burn-out eenmaal die term er was?

‘Ik denk een jaar of vijf geleden. Sindsdien ligt het er wel dik bovenop, vooral bij dertigers. Ook wel bij jongeren en jongvolwassenen, maar je houdt een bepaald levenspatroon wel even vol. Maar rond je dertigste, als je kinderen krijgt, komt alles bij elkaar en kun je plots jezelf tegenkomen. Het kan dus met de werksituatie te maken hebben, maar dat hoeft niet altijd.’

 

Hoe schat je de toekomst op korte en lange termijn in als het gaat om burn-outs?

‘Ik zie verschillende stromingen. Op het gebied van technologie gaat het erg hard, wat maakt dat mensen heel veel in hun hoofd zitten waardoor ze het gevoel met zichzelf en anderen kwijtraken. Maar langs de andere kant zoeken mensen steeds meer de natuur op. Ik geloof er wel in dat als ergens een onbalans is ontstaan, men vanzelf op zoek gaat om dat evenwicht te herstellen. Dat is ook het “mooie” aan een burn-out: dat je eigenlijk wel móét. Het ziet er in eerste instantie dus somber uit, maar uiteindelijk komt het wel weer goed.’

 

Wat opvalt aan jouw methodieken is dat ze meer in de “alternatieve” hoek lijken te liggen. In de psychiatrie worden er bv. ook wel mindfulness-cursussen aangeboden, maar het accent ligt toch meer op cognitieve gedragstherapie. Hoe vind jij dat zelf?

‘Je kan een therapie heel rationeel benaderen en dan het probleem verklaren, wat kan helpen om een stukje begrip te krijgen over jezelf. Maar daarmee kom je er vaak niet helemaal. Wat ik meer doe is het gevoel opzoeken, met bv. de hulp van paarden. Iets als mindfulness gebruik ik niet bewust want als je tussen de paarden staat gaat dat eigenlijk vanzelf.’

 

Hoe werkt dat dan precies met die paarden en honden?

‘Om een voorbeeld te geven: ik vroeg een vrouwelijke cliënt een rondje met het paard te lopen. Het dier verzette echter geen stap. Zij trok daarop aan het touw en joeg het paard op, maar nog steeds zonder resultaat. Ze zei dat zoiets typerend was voor haar dagelijks leven. Hoe ze ook haar best deed, ze kwam niet verder en het lukte haar niet haar werkzaamheden af te ronden. Na hierover te praten bleek dat ze vrij hard voor zichzelf was en dat dat in een bepaalde periode in haar leven noodzakelijk was geweest. Ze kwam erachter dat dat toen nodig was. Maar nu werkte het niet meer. Ze probeerde hierna nog een keer met het paard te lopen. Nu liep het wel met haar mee, puur omdat ze het dier had gerustgesteld en gestreeld en een andere houding had aangenomen.’

 

Wat is dus de meerwaarde van paarden en honden?

‘Paarden en honden zijn gevoelige, sociale dieren. Je kunt met hen oefenen hoe dingen wél voor je werken en je ziet een reactieverschil bij hen wanneer je dingen anders doet. Zo leerde de cliënt in bovenstaand voorbeeld dat het werkte milder te zijn tegen het paard. Zij heeft hieruit geleerd dat ze ook milder voor zichzelf mocht zijn. Ze weet nu ook hoe het is om het anders te doen. Die kennis kan ze nu op bepaalde momenten inzetten.’

 

Heeft de psychiatrie in jouw ogen een adequaat antwoord op burn-out?

‘Ik denk dat het antwoord altijd in iemand zelf ligt en dat je dus naar die basis moet gaan, en niet al van tevoren moet gaan bedenken wat het antwoord is, want dat weten wij niet. Ik denk dat je heel voorzichtig moet zijn iemand te benaderen vanuit hokjesdenken.’

 

Krijg je veel te maken met mensen die op de één of andere manier binnen de psychiatrie vastlopen?

‘Ja. Vaak hebben ze wel zoiets van dat ze het nu allemaal wel weten in hun hoofd maar het nog niet kunnen toepassen.’

 

Zijn werkgevers er meer van doordrongen zorgvuldig(er) om te gaan met personeel?

‘Er is wel meer bewustwording. Maar er iets mee doen is nog wel een stap verder. Managers kunnen nagaan of de basisvoorwaarden er zijn waardoor personeel het werk kan uitvoeren. En zij moeten durven zichzelf een spiegel voor te houden. Je bent toch verantwoordelijk.’

 

Vind je dat er voldoende wordt ingezet op preventie?

‘Daar valt absoluut nog genoeg aan te doen.’

 

Wat kan er dan beter?

‘Men zou meer inzicht moeten hebben dat niet pas als iemand vastloopt, men actie moet ondernemen. Als je voelt dat iets niet lekker loopt in je organisatie, kijk dan eens met iemand naar het waarom. Ik denk namelijk dat dat voor een bedrijf heel veel kosten kan schelen.’

 

Vind je dat die preventie ook van overheidswege meer aandacht verdient?

‘Ik zou het wel heel mooi vinden als gemeentes hier meer in zouden willen investeren.’