‘Het is erger dan een strijd, het is de hel’

Buiten doet de herfst middels regen en wind zijn ding. Binnen, in de beschutting en de warmte van de nachtopvang aan de Mathildelaan te Eindhoven, roert Michelle (36) wat in haar plastic kommetje soep. In een klein kamertje vertelt ze in alle openheid haar droeve verhaal. Het zijn eigenlijk woorden die menig dakloze met zich meetorst. En omdat volgens haar die woorden zelden een oor vinden, doet ze nu haar persoonlijke verhaal uit de doeken.

Maarten D’Haese — 03/12/2018

 

Schaamte en ellende

‘Drie weken terug heb ik nog een week openstaande gevangenistijd uitgezeten. Daar heb ik m’n haar af laten knippen. Het was zo smerig dat alles vast was geklit. Ik leefde al zo lang buiten… Ik ben al meer dan anderhalve week niet onder de douche geweest. Kijk hier,’ – ze steekt haar handen naar voren waardoor te zien is dat er zich onder haar nagels allerlei viezigheid bevindt – ‘dat kán toch niet? Kleren heb ik niet meer, alleen hetgeen ik nu aanheb. Dat zijn dingen… daar schaam ik me voor. Maar het is ook zo dat ik wel zoiets heb van… ja… het is wat het is. Als ik hier ben en Eva (één van de dienstdoende begeleidsters die avond, red.) is er… Eva is mijn schatje. Ze is altijd lief voor mij. Zij weet hoe mijn leven is geweest. Dat ik op m’n dertiende ben verkracht. Dat ik meer dan tien jaar een relatie heb gehad met iemand die me elke dag klappen gaf. En dat waren niet zomaar klappen. Ik moest m’n kind naar school brengen met een zonnebril op. Maar naar m’n kind heeft m’n ex gelukkig nooit een vinger uitgestoken.’

 

‘Ik ben op een gegeven moment bij Stichting Rentree (Rentree is een onderdeel van de Eindhovense zorginstelling Sint Annaklooster, red.) terecht gekomen. Via Begeleid Wonen kreeg ik een heel mooie woning aan de Frankrijkstraat, hier in Eindhoven. Ik had er alles voor mekaar. Ik stond al meer dan een jaar droog. Maar ik kwam met de verkeerde mensen in aanraking. Toen ging het fout. Ik heb dat allemaal… gewoon naar de klote geholpen. Omdat ik alcoholverslaafd ben. Ik heb bepaalde regels niet nagevolgd en afgelopen april moest ik weg uit die woning. Uiteindelijk ben ik op straat terecht gekomen omdat ik iemand ben tegengekomen die tegen mij had gezegd: “Jij kan bij mij komen wonen”. Maar die had ook helemaal niks.’

 

Just for today

‘Ik heb een jaar of drie geleden een tatoeage laten zetten op m’n arm. Toen kwam ik uit de afkickkliniek. Just for today staat er. Want ik leef van dag tot dag. Dit is gewoon… Dit leven is… Het is wel zo hard. Elke dag is het overleven. Zo zou ik niet meer verder willen leven. Ik heb hier een beetje soep te eten… Ja, allemaal leuk en aardig… Maar ik wou dat als ik ’s morgens wakker zou worden, ik m’n tv’tje aan zou kunnen zetten en zou kunnen zeggen van: hallo… Een normaal leven, witte? Dat ik ergens kan gaan werken. Voor ik op straat terecht kwam had ik alles. Maar dan ook echt álles. Ik had met m’n ex zelfs een huis van drie verdiepingen hoog. Nu heb ik niks meer.’

 

‘Voor m’n kind vind ik het echt erg. Voor z’n verjaardag ben ik heel de Kruisstraat afgelopen, heb ik twintig euro bij elkaar gescoord en die heb ik in een enveloppe gedaan. Maar dadelijk is het Sinterklaas. En daarna Kerst. Wat moet ik dan doen? Ze willen me bij de gemeente nergens bij helpen. Niet met een uitkering, niet met dat ik ergens een onderkomen heb, niks. Vanwege regiobinding. Voor een aanvraag moet ik terug naar de gemeente Reusel-De Mierden. Maar dat is een beetje klote, want m’n moeder werkt daar.’

 

Ergste verslaving

‘Ik spreek wekelijks m’n vader en moeder nog. En Gregory, m’n 14-jarig kind. M’n ouders zijn goed voor hem. Zoals ze mij ook altijd alles hebben gegeven. Maar ze hebben wel gezegd: “Michelle, jij bent alcoholverslaafd. Als dat hetgeen is waar jij voor kiest, dan kies jij daar voor.” En dat heb ik ook gedaan. Want ik kan niet zonder. Niet alleen om mijn eigen situatie aan te kunnen, maar ook omdat m’n lichaam het nodig heeft. Ik moet jonger dan veertien geweest zijn toen ik begon. Toen ik op internaat zat had ik bepaalde vriendinnen… We wilden iets nieuws doen. Experimenteren. Rond m’n zestiende of zeventiende zat ik al aan de cocaïne en de speed. Uiteindelijk kwam ik er pas van af toen ik zwanger werd. Sindsdien gebruik ik geen drugs meer. Alleen maar alcohol. Dat is eigenlijk de ergste verslaving die er is. Gewoon fucked up. Nu ook, nu ben ik hier binnen en ben ik mezelf weer helemaal druk aan het maken. Want ik weet wat ik daar, buiten, allemaal gestasht heb.’

 

‘M’n ex is drugsverslaafd. En hij heeft geldproblemen. Ik heb ooit duizenden euro’s voor hem aan de bank moeten betalen. Toch woont hij nog steeds in Hooge Mierde, in hetzelfde huis waar ik met hem en m’n zoon heb gewoond. “Hou het maar”, heb ik hem gezegd. Zolang ik maar van hem af ben en zolang m’n kind maar bij m’n ouders kan blijven, dan vind ik het goed. Als ik m’n moeder aan de telefoon heb, vertelt ze wel es: “Hij huilt om jou, hij mist z’n moedertje.” Tja… In m’n gedachten ben ik er helemaal klaar mee, maar ik geef nóóit op. Ik moet er maar elke dag weer tegenaan gaan. Ik heb het er voor over. Ook al is het slopend, ik moet sterk zijn. Een strijd is het niet eens. Het is nog erger. Voor mij is dit de hel. Maar ja… ik kan wel gaan zitten janken, maar wat dan?’

 

Moeder van de Straat

‘Mensen krijgen van mij eten en drinken. M’n soep hier kunnen ze zelfs krijgen. Er zijn kinderen, mennekes van zestien tot negentien jaar ofzo, die langskomen als ik buiten ben en dan vragen ze: “Hoe is het, mama?” Of: “Kan je me een beetje advies geven?” Die kom ik bijna elke dag tegen. En dan zeg ik: “Luister naar wat ik zeg: blijf op school, luister naar je vader en je moeder en doe wat je moet doen.” En dat zijn dus geen jongens die op straat leven. Gewoon normale kinderen. Ik ben de Moeder van de Straat. Dat is m’n bijnaam. Zo kent iedereen mij.’

 

Om privacyredenen zijn de naam, de oorspronkelijke woonplaats en de leeftijd van zowel de geïnterviewde als van haar kind fictief.