Maya heeft geleerd haar verleden een plek te geven

Maya Lievegoed (30) heeft een moeilijke start van haar leven gehad. Ze is niet opgeroeid in een ‘normaal’ gezin. Haar ouders waren niet instaat om haar en haar zus op te voeden. Na Maya’s derde levens jaar zijn zij en haar zusje in een pleeggezin terechtgekomen. Maya heeft 12 jaar geleden een boek geschreven waarin zij haar verleden op papier heeft gezet. Hoe kijkt ze nu terug op haar verleden? Hoe heeft het haar leven en werk beïnvloed? En hoe heeft zij er mee leren leven?

Een struikelend begin

“Mijn ouders hebben elkaar ontmoet in een psychiatrische inrichting. Daar is mijn moeder zwanger geworden van mijn vader. Toen mijn zus geboren werd woonden ze inmiddels samen. Dat ging logischerwijs helemaal niet goed, ze konden geen goede moeder of vader rol innemen. Ze hadden zélf hulp nodig. Toch hebben ze het een tijd geprobeerd om een gezin te zijn en ben ik nog geboren. Dit was veel te veel verantwoordelijkheid voor hen. Ik denk wel dat zij van ons hielden; ik die liefde voor ons een soort geluk bij een ongeluk. Maar het was thuis totale chaos. Het was een bende; er was geen geld, mijn vader had waanideeën en mijn moeder kon het allemaal niet meer overzien. Toen ik twee jaar was en mijn zus vijf jaar zijn wij uit huis geplaatst. Wij hebben twee jaar in een kindertehuis gewoond. Dat is een relatief lange tijd, want we waren niet een ideaal aanbod. We waren met zijn tweeën en mijn zus was verstandelijk gehandicapt. Uiteindelijk hebben wij liefdevolle pleegouders gekregen, waar ik altijd heb mogen wonen. Een lange tijd was het relatief rustig thuis. Hoewel het contact zoeken met mijn ouders wel roerig verliep, was er veder niet heel veel chaos. Totdat mijn zus in de puberteit kwam. Ze belandde in een soort persoonlijke crisis toen ik net twaalf was. Ze heeft een psychische, dissociatieve stoornis en ook autisme. Ze kreeg psychoses en alle zorg ging uit naar mijn zus. Omdat het thuis constant over mijn zus ging, probeerde ik mezelf te bewijzen door mijn best te doen op school en hoge cijfers te halen. Uiteindelijk ben ik zelf nog opgenomen geweest omdat ik me heel ongelukkig voelde. Niet zozeer omdat ik me thuis achtergesteld voelde, ik wist dat het nodig was dat er zoveel aandacht ging naar mijn zus. Ik heb mijn zus altijd gezien als mijn rots in de branding, vooral toen wij nog bij mijn biologische ouders woonden. Dat beeld loslaten was voor mij erg moeilijk. Nu weet ik: zij is eigenlijk al vanaf haar geboorte gehandicapt.”

Creativiteit door tegenslag

“Ik heb op de vrije school in Zeist gezeten en daar moest je in je eindexamen jaar een eindwerkstuk maken. Hier kreeg je het hele jaar de tijd voor. En toen dacht: ik ga mijn verhaal eens opschrijven. Mijn verleden is nooit overzichtelijk geweest voor me, en ik had niet eerder uitgezocht hoe het nou precies in elkaar stak. Toen heb ik voor mezelf besloten dat ik mijn verhaal wilde gaan uitzoeken en het opschrijven. Toen ik mijn verhaal presenteerde tijdens mijn eindpresentatie zat er een vader van een medeleerling in de zaal die bij een drukkerij werkte. Hij wilde het aan een bevriende uitgever geven, omdat dat hij interesse verwachtte en daar heb ik mee ingestemd. Ik had nooit de intentie gehad om het uit te geven, ik heb het verhaal namelijk echt voor mezelf geschreven. Maar ik bedacht me: misschien kunnen er andere mensen er wat aan hebben.

Misschien hebben anderen wat aan mijn verhaal

Het boek bestaat uit twee lagen. Het chronologische verhaal en mijn reflectie daarop. Ik wilde het verhaal anoniem houden, natuurlijk voor de privacy, maar ook omdat iemand anders zich wellicht ook in het verhaal en de thematiek kan herkennen. Het moet dan niet gebonden zijn aan mij. Ik wilde het generieker maken. Het boek heeft uiteindelijk de naam gekregen: Zusje van mijn Zusje.” Als verwijzing naar mijn grote zus die tegelijkertijd in veel opzichten mijn ‘zusje’ is.

Met beide voeten op de grond

“Mijn verleden heeft absoluut invloed gehad op mijn leven tot nu toe. Het heeft zo zijn sporen achtergelaten, maar het heeft me ook bepaalde specifieke inzichten, kennis en vaardigheden gegeven die ik op het moment benut. Mijn verleden heeft zijn negatieve gevolgen gehad, maar het heeft mijn leven ook verrijkt. Zo heb ik heb geleerd dat dingen niet vanzelfsprekend zijn. Omdat ik altijd probeerde mijn ouders en mijn zus te begrijpen, ben ik empathischer geworden. Het verleden heeft me veel gegeven, maar ik heb moeten leren hoe ik er gebruik van moest maken. Het is alsof je als maar op een been kunt leunen. Mijn linkerbeen is bijvoorbeeld een zwakke plek, dan compenseer ik dit door mijn rechterbeen veel te gebruiken. Hierdoor wordt mijn rechterbeen extra sterk, sterker dan bijvoorbeeld een rechterbeen van een ‘normaal’ persoon. Dit bedoel is dus het verleden me ook veel gegeven heeft.

Ik ben nooit gediagnosticeerd met een beperking, maar ik ben wel genetisch gezien natuurlijk wel een product van mijn ouders, met hun genen. Die benut ik in positieve zin. Ik heb bijvoorbeeld trekjes van mijn moeder me autisme (behoefte aan structuur en overzicht), en die zet ik in voor mijn werk. Ik kan (ik denk niet toevallig) goed plannen, dingen structureren en ik zie alle details. Mijn vader was psychotisch. Een psychose is problematisch, maar ook een vorm van verbeelding en creativiteit. Omdat ik de realiteit goed kan onderscheiden van de verbeelding, is mijn creativiteit geen beperking maar iets wat ik kan benutten.

Mijn creativiteit is geen beperking maar iets wat ik kan benutten

Ik ben nu werkzaam bij HUMINT Solutions. Dit is een bedrijf dat volgens een bepaalde methode kennis verzamelt bij personen bij wie je die kennis niet verwacht. Volgens Humint Solutions kun je leren van mensen waarvan je niet had verwacht dat je ze van hen zou kunnen leren. De methode die Humint Solutions gebruikt is TINO. De methode benut ‘niet-herkende’ kennis voor het oplossen van (innovatie)vraagstukken. Dit is kennis die mensen hebben zonder dat zij zichzelf hiervan bewust zijn. Alles wat ik van het verleden heb geleerd pas ik toe in het werkveld. Bij het programma Old-School kunnen deelnemers elementen van de TINO-methode zelf ook oefenen. Ik hou ervan om creatief en betekenisvol bezig te zijn, en dit kan ik uiten in mijn werk.

Vroeger drukte mijn verleden een negatief stempel op mijn leven, maar nu heb ik daar geen last meer van. Ik heb natuurlijk nog wel bepaalde littekens over gehouden van mijn verleden, ik noem dat gevoelslittekens. Ik heb geleerd om die emoties naast elkaar te laten bestaan.
Mijn vader is inmiddels overleden. Met mijn moeder heb ik goed contact. Onze verbinding blijft wel dubbel. Ik ben heel erg blij dat ik haar ken, maar het is ook lastig om een moeder te hebben die een beperking heeft. Ik kan haar niet bellen voor advies of met haar op vakantie gaan. En dat is een gemis dat blijft.”