“Ik zou nooit in Armenië willen wonen”

Als klein meisje om de zoveel tijd naar een ander asielzoekerscentrum gestuurd worden. Dit is een jeugd zoals niet veel mensen hem waarschijnlijk kunnen voorstellen. Voor de 18-jarige Ellen is het de werkelijkheid. Haar ouders zijn vanuit Armenië naar Nederland gevlucht. Ellen is hier geboren en opgegroeid maar ze heeft geen jeugd gehad zoals wij die ons allemaal herinneren.

De eerste jaren in Nederland

“Mijn ouders waren net getrouwd toen ze met het vliegtuig naar Nederland kwamen. Ze kwamen hier terecht in een asielzoekerscentrum en daar ben ik ook geboren. Mijn moeder moest naar het ziekenhuis maar mijn vader mocht daar niet blijven. Ze was helemaal alleen met haar bevalling. Ik ben op 31 december geboren dus het was ook nog nieuwjaar. In het bed naast haar kreeg ook iemand een kindje en daar was wel familie bij. Terwijl mijn moeder alleen in haar bed lag.”

“Daarna kwam ik in het asielzoekerscentrum. Mijn zusje is ook in een asielzoekerscentrum geboren. Zij is nu 15. Ik weet van de asielzoekerscentra niet veel meer af. Ik was toen nog zo jong. Wat ik weet komt van verhalen en foto’s. Daarbij ben ik er ook wel een paar keer geweest om mensen te bezoeken die we daar kennen vanuit Armenië. Het is er heel eenvoudig. Er staan een paar bedden en er is een soort woonkamertje. Meer is het niet. We mochten nooit lang in dezelfde azc blijven. Je moest altijd naar een andere stad. We hebben bijna heel Nederland gezien.”

 

“De gebouwen zien eruit alsof ze er in de tijd van de Sovjet-Unie zijn neergezet en er daarna nooit meer iets aan is gedaan.”

 

Het leven op straat

“Opeens moesten we uit het asielzoekerscentrum. Ze vertelden ons niet waarom. Ze zeiden dat we niet langer konden blijven en moesten gaan. We hadden toen niets. We liepen op straat en moesten de hele tijd onze spullen meesjouwen. Mijn zusje was toen nog maar 2 jaar en ik was 4. We liepen rond op straat. Soms kwamen we bij mensen die ons hielpen. Bij deze mensen konden we voor een dag blijven slapen en wat eten. Daarna gingen we weer verder. Een avond moesten we op een tafel slapen. Ze hadden daar namelijk niet genoeg slaapplekken. Mijn ouders sliepen op de bank voor ons en ik en mijn zusje op tafel. Mijn ouders waren nog maar twintig. Zij vonden het lopen over straat zonder een huis niet fijn en ze wilden terug naar Armenië. Ze zijn naar de politie gegaan en hebben gevraagd of we terug mochten maar dat mocht niet zomaar. Na twee maanden op straat leven kwamen we in een soort klooster waar we konden blijven. Ze vingen hier ook asielzoekers op. Er zaten nog een paar andere gezinnen. Dat is waar ik echt ben opgegroeid. Er waren ook nog andere kinderen met wie we samen speelden en met wie we ook naar school gingen. Ik weet nog dat er met Kerst of Pasen altijd andere kinderen kwamen. Zij gaven ons dan snoepjes of cadeautjes en wij moesten iets voor hen tekenen. Hier ben ik tot mijn zevende gebleven.”

“Op mijn zevende kregen we een verblijfsvergunning. In 2007 ging namelijk het kinderpardon in werking. Iedereen wie voor 1 april 2001 een aanvraag voor asiel had gedaan kreeg nu een verblijfsvergunning. Hier vielen wij ook onder. We kregen toen het huis waar ik nu nog steeds woon.We waren alle vier super blij om eindelijk ons eigen huis te krijgen.”

 

“Ze vertelden ons niet waarom. Ze zeiden dat we niet langer konden blijven en moesten gaan.”

 

Terug naar Armenië?

“Ik was negen toen we voor het eerst naar Armenië gingen. We bezochten al onze familieleden die nog in Armenië woonden. Dat was best wel raar want ik had ze nog nooit eerder gezien. Ik merkte er toen alleen nog niet heel veel van dat het een heel ander land is dan Nederland. Maar ik ben dit jaar ook weer naar Armenië gegaan. Nu merkte ik de verschillen wel goed. De gebouwen bijvoorbeeld zijn zo slecht onderhouden. Ze zien eruit alsof er sinds de tijd van de Sovjet-Unie niets meer aan is gedaan. In Armenië wordt ook nooit het afval opgeruimd. Naast de flats is een terrein waar iedereen zijn vuilnis neer gooit en dat stinkt zo erg. Ik vond het vreselijk om langs die gebouwen af te lopen.”

“Verder zijn er ook veel politieke conflicten. Armenië is namelijk christelijk maar alle landen daar omheen zijn islamitisch. Er zijn veel conflicten met Azerbeidzjan. Er is een deel van Armenië wat in de Sovjet Unie aan Azerbeidzjan is gegeven. Armenië wil dat terug. Daar is nu wel een kleine oorlog. De oorlog speelt zich wel vooral af aan de grenzen van Armenië. Maar in de kleine dorpjes bijvoorbeeld gaan de jongens allemaal weg om te vechten. Ook zijn de grenzen dicht met de meeste landen.Daarnaast is de overheid ook nog heel corrupt.”

“Ik vind Armenië een leuk land om op vakantie te gaan en mijn familie te zien. Als je er in een grote stad woont en genoeg geld hebt, is het er prima. Maar als je in de buitenstad komt, is alles slecht onderhouden en smerig. De werkloosheid is er hoog en als je wel werk hebt krijg je een te laag salaris. Ik zou nooit in Armenië willen wonen.”