Het verhaal van twee vluchtelingen

De zussen Yalda en Nilofar zijn samen met hun moeder gevlucht uit Afghanistan. Na een zware tocht, die twee maanden duurde, zijn ze in Nederland aangekomen. Vier jaar na vertrek zitten Yalda en Nilofar tegenover mij om hun verhaal te vertellen.

Tegen de stroom ingaan
Op een koude donderdagmiddag heb ik afgesproken bij het asielzoekerscentrum. Als ik binnenkom word ik vrolijk begroet door twee jongedames, gekleed in mooie felgele truien. Ze hebben graag dat het interview in het Nederlands gehouden wordt, dat is goed voor ze “want zo leren we veel”.
Yalda begint met vertellen. Zij en haar zus Nilofar hebben gestudeerd in Afghanistan. Hun vader moedigde ze aan om dit te doen terwijl dit in strijd was met de algemene gedachtegang in Afghanistan. Nadat hun vader is overleden, moesten ze van hun oom stoppen met studeren. Yalda vervolgt: “Afghanistan is een land voor mannen, niet voor vrouwen. We mogen niet schrijven, lezen, autorijden of buitenshuis werken. Iedere dag werden we hiermee geconfronteerd. Je wordt als vrouw zo erg onderdrukt.” Na een tijdje besloten de zussen en hun moeder te vluchten van hun thuis.

Het begin van een barre tocht
Yalda heeft via een vriendin een soort gids gevonden die hen naar Europa kan brengen. Rond juli 2015, de zussen twijfelen over de precieze datum, kregen ze één dag voor vertrek te horen dat ze moesten gaan. De volgende dag vertrok het drietal. Nilofar: “We zijn met paard, boot en bus vervoerd maar voornamelijk zijn we te voet gegaan.” Vanuit Kabul zijn ze naar Turkije gelopen. Af en toe kwam de gids met een paard voor hun moeder die slecht ter been is. Het laatste gedeelte naar Turkije hadden ze het geluk om in een auto te zitten. “Het was een kleine auto, de achterkant was open. We zaten met wel twintig man in de auto gepropt en moesten ons stevig vasthouden,” vertelt Nilofar terwijl ze uitbeeldt hoe ze zich vasthield. “Als je uit de auto valt, stopt de chauffeur niet voor je.”

“Het engste moment uit mijn leven”
Vanuit Turkije gaan de meeste vluchtelingen met een boot naar Griekenland. Zo ook Yalda, Nilofar en hun moeder. Midden in de nacht gingen ze met 35 volwassenen en 12 kinderen op een rubberboot die bedoeld was voor twaalf personen. “We waren ongeveer een uur onderweg toen de boot kapotging. De boot was lek en er kwam alsmaar meer water aan boord. We probeerden met zijn allen het water uit de boot te krijgen terwijl we terug aan land probeerden te komen. Ik krijg die herinneringen niet uit mijn hoofd, het was het engste moment uit mijn leven,” vertelt Nilofar geëmotioneerd.
De volgende dag hebben ze nog een keer de oversteek proberen te maken, deze keer met succes. Ze kwamen aan in Yunan, op het Griekse eiland Lesbos. Vanuit hier konden ze met een “grote boot” naar Athene, waarna ze verder vertrokken richting Nederland. Na Griekenland zijn ze, via onder andere Servië, in Hongarije terechtgekomen. Hier moesten ze noodgedwongen enkele dagen in een kamp verblijven omdat hun moeder ziek was en niet in staat om verder te lopen waardoor hun tocht tijdelijk gestaakt werd.

Een heerlijk zacht bed
Eenmaal in Oostenrijk werden ze geholpen door een man en vrouw. Zij gaven hen eten, drinken en kleding en kochten vervolgens een treinticket voor ze. Rond 21.00 uur stappen ze in de eerste trein waarna ze er rond 8.00 uur de volgende dag weer uit moeten. Yalda vertelt opgewekt: “Dit is de beste nacht geweest in tijden. Tijdens de reis van Afghanistan naar dat punt hebben we continu op de grond geslapen, zonder laken of kussen. Je kunt je voorstellen dat we tijdens de hele treinreis alleen maar gelegen hebben op dat heerlijke zachte bed.”
Al gauw braken de slapeloze nachten weer aan wanneer Yalda, Nilofar en hun moeder in verschillende centra in Friesland terechtkomen. Daar hebben ze een jaar lang in grote sportzalen, waar soms wel driehonderd man lagen, moeten slapen. “Hier slaapt niemand, iedereen praat, eet of drinkt,” vertelt Yalda.
Na een bizarre tocht die twee maanden geduurd heeft, waarin zij tien landen voornamelijk wandelend doorkruist hebben en waarna ze in tien opvangcentra gezeten hebben in Nederland, zitten ze nu ruim een jaar in Grave. Ze zitten, na vier jaar, nog steeds in afwachting of hun asiel wordt goedgekeurd. Tot die tijd kunnen de twee zussen hun droom om verder te studeren niet waarmaken. Toch sluit Yalda af met de positieve en hoopvolle woorden: “2019 gaat ons geluk brengen”.