Een bijzonder bezoekuur

Vrijdagmorgen, 30 november. Ik zit op de fiets op weg naar de trein naar Groningen voor een heel bijzondere afspraak. Ik heb namelijk een afspraak in het ziekenhuis. “Hoezo is dat zo bijzonder?” vraag je je misschien wel af. Nou, het zit als volgt. Het Rooms Katholieke Ziekenhuis in Groningen is al sinds 1979 niet meer in gebruik als ziekenhuis. Het gebouw wordt namelijk al meer dan 30 jaar gebruikt als woning. Op het moment wonen er zo’n 250 mensen die zelf het pand met onder andere een bioscoop, een bar en een theater beheren. Wanneer ik op het station in Nijmegen aankom wring ik mijn fiets in een van de overvolle fietsenrekken en haast me naar perron 3b. Ik stap in de trein en begin aan mijn tweeënhalf uur durende reis.

Eenmaal in Groningen aangekomen pak ik de bus richting het Rooms Katholieke Ziekenhuis. Ik stap uit bij de halte die mijn 9292-app aangeeft en check Google Maps voor de juiste richting. Ik loop nog geen vijf minuten of ik zie het gebouw al. Half verscholen achter een grote groene heg steekt een oud, donkerbruin gebouw met de letters “behoudenis der kranken” uit. Ik weet gelijk dat dit mijn bestemming voor vandaag is, maar of het ook de juiste ingang is weet ik nog niet zo zeker. Ik pak mijn mobiel uit mijn jaszak en stuur een berichtje naar degene met wie ik een afspraak heb: Yoica Haveman. Yoica antwoord gelijk dat ze mijn kant op komt en ik blijf geduldig wachten. Zo’n twee minuten later komt een meisje met een grote lach op haar gezicht mijn kant opgelopen en vraagt of ik mee naar binnen ga.

 

Yoica en ik lopen het gebouw binnen via het dag café. Ze vertelt me dat dit een soort van tweede woonkamer voor de bewoners is. Ik krijg een kopje bio-rooibosthee en we praten over de kamer waar we ons in bevinden. Yoica vertelt dat er in elke ruimte normaal gesproken personeel aanwezig is, maar dat dit de enige ruimte is die ook open is als dat niet het geval is. Alleen wordt er hier dan geen bier geschonken. Ook vertelt ze dat het de bedoeling is dat er hier vier keer per week avondeten geserveerd wordt. Voor zes euro kun je een driegangendiner komen eten dat natuurlijk ook weer door de bewoners zelf wordt bereidt. Ik kijk naar de schilderijen aan de muur die twee vrouwen aan het vervangen zijn voor nieuwe kunstwerken. Yoica zegt dat de schilderijen die er af worden gehaald een expositie zijn van een bewoner van het pand en dat de nieuwe schilderijen een expositie vormen van een andere kunstenaar.

 

Wanneer de thee op is lopen we door naar de nachtbar. Yoica spreekt een man aan voor de sleutels. De man vraagt waarom ik hélemaal vanuit Nijmegen naar Groningen ben gekomen om het gebouw te bekijken. Ik vertel dat het inderdaad een heel eind is, maar ik toch blij ben dat ik de reis heb gemaakt. De man maakt de zware, bijna kluisachtige deur van de nachtbar open en Yoica en ik lopen achter hem aan de ruimte in. De lampen gaan aan en de bar komt tot leven. Er hangen buizen uit de kelder van het ziekenhuis aan de muren en het plafond en de oude tegelvloer ligt er nog steeds in. Yoica loopt voor mij uit naar een object dat op het eerste opzicht op een normale tafel lijkt. Dat is het niet. De tafel blijkt een oude snijtafel uit het mortuarium te zijn. De man vertelt dat hij had gehoopt dat men hem zou gebruiken als pokertafel, omdat er inkepingen inzitten die daar perfect voor zouden zijn, maar dat dat toch niet gebeurt omdat er een normale tafel twee meter verderop staat. We lopen de ruimte uit en de zware kluisachtige deur gaat weer achter ons dicht.

 

Ik neem afscheid van de man en loop Yoica achterna richting de kapel en de bioscoop. De bioscoop zit helaas op slot, maar de kapel is open en dus lopen we daar naar binnen. Er staat een man met wat snoeren te hannesen en er wordt hard gewerkt aan iets wat lijkt op een podium. De kapel wordt tegenwoordig gebruikt als theaterzaal, dus een podium lijkt mij het meest logisch. Yoica vertelt dat ze zelf een kunstopleiding doet en dat veel van haar medestudenten een voorstelling moeten maken voor hun examen. Deze studenten voeren die voorstellingen vaak op in de kapel, omdat er geen huur voor wordt gevraagd. De enige eis is dat bewoners altijd gratis naar binnen mogen. Omdat we niet in de bioscoopzaal kunnen geeft Yoica mij een kleine sfeerimpressie. Ze zegt dat de kapel vroeger erg hoog was en dat ze er een plafond tussen hebben gezet. De onderste ruimte is nu de theaterzaal en de bovenste de bioscoop. “Hier worden twee keer per week films gedraaid. Daar moet iedereen dan wel weer voor betalen, maar het is ook gewoon een goede bioscoopzaal met oude stoelen uit de Pathé, dus dat is logisch,” vertelt ze.

 

We lopen nu naar de kelder. Ik vind het toch een beetje spannend, want ondergrondse ruimtes in oude gebouwen zijn nou niet per se mijn favoriete plekken. Toch loop ik stoer achter Yoica aan naar beneden. We komen eerst in de metaalwerkplaats van de technische dienst. Grote robuuste tafels met gereedschap vullen de ruimte op. Dan lopen we door naar het ketelhuis. Ketels, nog groter en robuuster dan de tafels in de metaalwerkplaats, maken een typisch machineachtig geluid. In het ketelhuis staan winkelwagentjes met wat lijkt op troep. Volgens Yoica wordt dit allemaal gerecycled door kunstenaars. De volgende kamer is de houtwerkplaats. De geur in de ruimte doet mij denken aan de houtsnippers in een technieklokaal op een maandagmiddag in de eerste klas van de middelbare school. Boutjes, moertjes, potloden en papier liggen verspreid over de tafels in de ruimte. We verlaten de nostalgische geur en lopen naar een donker hoekje in de kelder. Hier staat de zogenaamde hot tub. Een groot gat bedekt met een donker plastic zijl blijkt Yoica’s lievelingsplekje in de kelder te zijn. Ze vertelt dat dit een paar jaar geleden begon als een tijdelijk projectje, maar dat de hot tub nu nog steeds een keer per maand gevuld wordt met water.

 

Via een smalle gang die dient als een soort minimuseum met oude foto’s, dierenschedeltjes en boeken lopen we weer richting een trap naar boven. We zijn nu weer op de plek waar we begonnen waren. We praten nog eventjes over wat ik van het gebouw vind en lopen richting de ingang. Ik geef Yoica een knuffel voor haar hulp en neem afscheid. Ik loop het terrein af en kijk weer op mijn 9292-app hoe laat mijn trein komt. De trein komt over een half uurtje en ik besluit maar te gaan lopen in plaats van met de bus te gaan. Ik loop door een parkje richting het station en denk na over de bijzondere mensen, ruimtes en verhalen die ik zojuist gezien en gehoord heb. Aangekomen op het station wacht ik nog vijf minuten tot de trein komt en stap dan in. Ik ga zitten op een plekje aan het raam en doe mijn oortjes in om muziek te luisteren. De trein begint te rijden en zo begint mijn reis weer terug.