Seksuele straatintimidatie in Rotterdam: ‘don’t break my freedom’

ROTTERDAM – Het is internationale vrouwendag. De dag waarop mensen over de hele wereld samen komen om de vrouw te vieren en om aan iedereen te laten zien dat gelijkheid tussen de seksen nog steeds niet overal vanzelfsprekend is. Ook niet in Nederland. In Rotterdam was er een stilstaande protestmars, waarbij er met krachtige speeches, een meelevend publiek, kartonnen protestborden en een gevoel van empowerment duidelijk werd gemaakt dat er wat moet veranderen in Rotterdam: seksuele straatintimidatie moet stoppen.

Midden in de stad, op het Schouwburgplein, zijn op zondagmiddag 7 maart honderden mensen samengekomen voor de Slutstand. Van elkaar verdeeld op anderhalve meter afstand en met mondkapjes op, joelt het publiek mee met de vrouw op het podium. “One, two, three, four, patriarchy no more!” roept de 25-jarige Joana Covaco door de microfoon, met een felroze boa om haar heen geslagen. De mensenmenigte voor haar schreeuwt haar na. Covaco is de co-founder van het Rotterdamse project KONTRA, een project waarbij kunst en activisme samenkomen, en zet zich al jaren in als feminist om te strijden tegen verbale en fysieke seksuele intimidatie in de stad.

Vandaag staat het plein vol met allerlei verschillende mensen. Alle genders, alle kleuren. Niemand valt buiten de boot, iedereen komt hier voor één en dezelfde reden: er moet een einde komen aan seksueel geweld en seksuele straatintimidatie. Met zelfgemaakte protestborden met teksten als ‘break the silence’ en ‘women don’t owe you shit’ laten ze weten dat ze hier niet komen voor de gezelligheid. Er moet iets veranderen. “We willen de boodschap verspreiden dat het beter kan dan dit,” vertelt Covaco later. “Mensen moeten begrijpen dat je niet zomaar lichamen op straat mag seksualiseren.”

Door de protestborden heen is het lastig om nog een glimp op te kunnen vangen van de gedreven Covaco op het podium. Eén stuk karton springt er tussenuit: een jonge man houdt hem met beide armen stevig de lucht in. ‘If you’re not outraged, you’re not paying attention’.

Kom hier, lekkerding
In 2017 heeft de gemeente Rotterdam seksuele straatintimidatie onder de aandacht weten te brengen. Ze gaven de Erasmus Universiteit de opdracht om een grootschalig onderzoek te doen naar seksuele straatintimidatie in Rotterdam. Hieruit bleek dat 94% van de Rotterdamse vrouwen tussen de 18 en 45 jaar hier wel eens in aanraking mee kwam. Door meer dan de helft van de vrouwen werden verbale vormen van straatintimidatie genoemd, zoals fluiten, sissen, naroepen en complimenten geven. “Het is een heel groot verschil of een man ‘goedemorgen’ of ‘kom hier, lekkerding’ tegen je zegt.” legt Covaco uit. Beledigingen (12%) en om seks vragen (3%) kwamen in het onderzoek minder vaak terug. Nastaren was als non-verbale vorm iets waar bijna twee derde van de vrouwen last van had.

Het onderzoek laat zien dat vrouwen op deze situaties reageren door aanpassingsgedrag te vertonen, bijvoorbeeld door oogcontact te vermijden (61%) en groepen jongens en mannen te ontwijken (36%). “Het grootste probleem is dat heel veel mensen het ondertussen al hebben geaccepteerd,” vertelt Erik Verweij, projectmedewerker Rotterdam bij Stichting Stop Straatintimidatie. “Het hoort er een beetje bij, je woont in een stad en je bent jong. Veel mensen staan er nog zo in.”

Sisverbod
Toch kwam gemeente Rotterdam naar aanleiding van de resultaten uit het onderzoek met een ‘Plan van Aanpak 2017-2019’. Een aanpak om seksuele straatintimidatie tegen te gaan. Het plan bestond uit vier punten: strafbaarstelling, slachtoffers, aanpak op straat en campagne. Een belangrijk onderdeel was het ‘sisverbod’, een verbod op straatintimidatie, dat per 1 januari 2018 in de APV in Rotterdam werd opgenomen. Een goed begin, want dit zou volgens de gemeente een handelingsperspectief bieden voor handhavers en een signaal afgeven dat staatintimidatie niet meer getolereerd wordt. Ondanks dat beslist het gerechtshof in Den Haag in 2019 dat het verbod in strijd is met de vrijheid van meningsuiting. Een inperking op de grondwet kan alleen gedaan worden door de Tweede en Eerste Kamer, niet door gemeenten. Voor Covaco was het teleurstellend dat het hierna niet verder werd opgepakt. “De rechter heeft dus bepaald dat het tegen de vrijheid van meningsuiting is, maar dan zouden we nu juist de grondwet opnieuw moeten bekijken en herformuleren. We moeten bij onszelf nagaan wat intimidatie precies is.”

Stichting Stop Straatintimidatie is vervolgens een burgerinitiatief gestart met een wetvoorstel voor een landelijke boete voor straatintimidatie. Volgens Verweij zou dit een hele grote stap in de goede richting zijn. “Het wetvoorstel ligt er al, maar aangezien de verkiezingen bijna zijn zal dat waarschijnlijk na de verkiezingen pas weer gaan wandelen.” De organisatie heeft verschillende partijen aan de telefoon gehad, maar vele durven niet goed te zeggen of ze voor of tegen zijn. “We hopen heel erg dat heel veel partijen het lef en het verstand hebben om te zeggen: hier moeten we wat aan doen.”

Een nieuw plan
De honderden mensen die vandaag op het Schouwburgplein staan te schreeuwen voor ‘seksuele vrijheid’ wekken de indruk dat, vier jaar nadat het plan van aanpak van de gemeente Rotterdam is uitgekomen, seksuele straatintimidatie nog steeds een probleem is. Een jonge vrouw houdt een rood geschilderd stuk karton omhoog. In koeienletters staat erop geschreven: ‘don’t fuck with my freedom’. Wat zijn, naast een tot zover mislukt sisverbod, de resultaten van het plan van aanpak? Zijn de cijfers eigenlijk wel gedaald?

“De verwachtingen die we hadden bij de aanpak uit 2017 was niet dat we daarmee het hele probleem de wereld uit zouden helpen,” zegt Lisanne Oldekamp, projectleider van het plan van aanpak tegen seksuele staartintimidatie bij de gemeente Rotterdam. “Het probleem is heel hardnekkig en heel ongrijpbaar.” Of de cijfers nu daadwerkelijkheid zijn gedaald kan ze niet zeggen. Op dit moment is de gemeente namelijk bezig met een herhaling van het onderzoek uit 2017, waarvan Oldekamp volgende week het rapport verwacht. In april zal dit openbaar worden gemaakt en tegen de zomer komt er een nieuw plan van aanpak. “We kunnen nu gaan voortbouwen op wat er in het vorige plan stond en de lessen die we hieruit hebben gehaald met ons meenemen.” Volgens Oldekamp moeten ze het anders gaan aanpakken. “Doordat de bal wat strafbaarstelling betreft nu bij de landelijke politiek in Den Haag ligt, ontstaat er voor ons ruimte om in het nieuwe plan van aanpak meer op preventie en voorlichting te focussen.”

Toch kunnen er volgens Oldekamp geen causale verbanden worden gelegd tussen de resultaten van de twee onderzoeken. “In de tussentijd zijn er een heleboel andere factoren in de samenleving geweest die invloed  hebben gehad op het probleem. De MeToo-beweging is er bijvoorbeeld tussendoor gekomen. We zijn heel erg benieuwd naar het onderzoek, maar we kunnen er geen een-op-een conclusies aan verbinden.”

De vrijheid om te zijn wie je bent
Afgelopen maanden leek het voor de buitenwereld verder stil vanaf de kant van de gemeente. Vorig jaar maart is er wel een nieuwe campagne gelanceerd, maar deze werd snel stopgezet om plaats te maken voor posters met coronamaatregelen. Op dit moment wordt er gekeken naar mogelijkheden om deze campagne weer voort te zetten. “Het is een hardnekkig probleem,” herhaalt Oldekamp, “maar het is wel een probleem dat constant aandacht vraagt. Je kan één keer een app of een postercampagne lanceren, maar als je er daarna niets meer mee doet verwaterd het. Je moet er aandacht aan blijven geven.”

Verweij is het daar mee eens. Het onder de aandacht houden zorgt ervoor dat mensen het niet meer gaan zien als iets normaals, als iets wat er nou eenmaal bij hoort, vertelt hij. Dat is nodig, want volgens Verweij is het enorm urgent dat dit probleem nu écht wordt aangepakt. “Het raakt zo diep de vrijheid om te zijn wie je bent, waar je wilt lopen, hoe je je wilt kleden, wilt gedragen en wie je aan wilt kijken. Het raakt de kern van wie je bent als mens.”