Rotterdam dient als tolerantieproefkonijn

Rotterdam is een stad met een enorm diverse bevolking. Toch neemt discriminatie onder jongeren op basis van huidskleur en etnische achtergrond de laatste jaren toe. De gemeente heeft besloten een nieuw, passief beleidsplan te hanteren. Andere instanties zijn juist overtuigd van alternatieve technieken. Zij vertellen waarom hun aanpak hét verschil moet en gaat maken in de omgeving. 

‘‘Weet je de regels voor een stick nog? Heel goed! Tot de heup inderdaad.’’ In de kantine van het zonovergoten clubhuis van Hockeyclub Feijenoord galmen de harde klanken van hockeysticks tegen de metalen tafelpoten. De eerste buitentraining van het jaar begint bijna, voor de jongste teams van de sportclub. Jongens en meisjes met allerlei achtergronden en huidskleuren vertrekken in kliekjes richting het ‘waterveld’. Kinderen rennen enthousiast halve rondjes om het veld, waarna ze wat willekeurige stretchoefeningen uitvoeren. Het kobaltblauw geklede jongetje dat zijn stick op perfecte heuphoogte heeft uitgezocht lijkt het nog niet helemaal te begrijpen. Wanneer hij de bal per ongeluk richting de zijlijn slaat, stuntelt hij er snel achteraan onder een kakafonie van aanmoediging.

Toegenomen discriminatie

Een van de Rotterdamse initiatieven die is gestart om samenhang in de gemeente te creëren is de multiculturele sportclub. Zeker niet onbelangrijk, als er gekeken wordt naar cijfers van de afgelopen jaren. Een feitenkaart van GGD Rotterdam/Rijnmond laat zien dat discriminatie de afgelopen jaren wederom is toegenomen. Opvallend is dat meer dan 60 procent van de gevallen gebaseerd is op huidskleur en/of etnische achtergrond. De stichting voor inclusie en discriminatiebestrijding (iDb) zegt dat het aantal meldingen van 2018 op 2019 met 10 procent is gestegen. Wat de oorzaak van het probleem is, weet niemand concreet te vertellen.

Relaxplan

In 2018 besloot gemeente Rotterdam de situatie anders aan te pakken. Met een actieprogramma in de gedachte van verbinden en handhaven probeert ze Rotterdammers op een ontspannen manier samen te brengen. Moties aannemen en begrip krijgen voor elkaar, dat is wat de afdeling probeert te doen. Wat de reden van groeiende discriminatie is durft Cornelia Wolfs, beleidsvoerder van het actieprogramma verbinden en handhaven, niet zeker te zeggen. Het zou kunnen liggen aan de bevolking in De Randstad, die de laatste jaren nog diverser is geworden. ‘‘Dat zorgt voor vervreemding, je niet meer thuis voelen, en een beetje angst voor het anders zijn van mensen. Dat gevoel tegengaan is voor ons best een opgave, want wat gaan we daar mee doen? Het is toch onderdeel van ons relaxplan. Ga vooral ontspannen om met al die vernieuwing.’’

Mediainvloed
Er een duidelijk probleem te zien in discriminatie onder jongeren volgens de feitenkaart die in 2018 uitgebracht werd. Toch ligt de focus van het beleid van wethouder Wijbenga (handhaving, buitenruimte, integratie en samenleven) niet op hen. Wolfs: ‘’Waar we eigenlijk naar streven is dat het onderwijs dat zelf oppakt. Het actieprogramma legt de focus voornamelijk op de LHBTI+ gemeenschap en moslimvrouwen. ‘’De actualiteit zorgt ervoor dat bepaalde doelgroepen in het nieuws komen. Vandaar dat we die ook de meeste aandacht geven.’’ Toch is de aanpak die ze hanteren al effectief gebleken volgens Wolfs. ‘’Het is eigenlijk vooral op papier een groot verschil. Als het gaat om de praktijk dan is de vooruitgang niet zo keihard.’’

Psychologische gevolgen

Uit hetzelfde rapport van GGD Rotterdam/Rijnmond blijkt dat discriminatie ook impact heeft op de mentale gezondheid. Van de volwassenen die zich gediscrimineerd voelen, ervaart vier op de tien de gezondheid minder goed of optimaal. Daarnaast lopen mensen die het gevoel hebben dat ze gediscrimineerd worden vaker risico op een depressie of angststoornis.

Lookpla Lobsantia, voormalig Randstadbewoonster, ervaarde eerstehands wat voor impact discriminatie op een mens kan hebben. ‘’Het heeft ervoor gezorgd dat ik super onzeker ben en altijd bang ben om niet geaccepteerd te worden door werk, vrienden of zelfs mijn vriend. Ik was altijd heel perfectionistisch omdat ik het gevoel had dat ik aan mensen moest laten zien dat ik wel goed genoeg ben.’’ Een gecompliceerde relatie met haar stieffamilie heeft hiervoor gezorgd. Lookpla is volledig Thais en haar halfzusje 50 procent. Haar stiefopa en oma hebben altijd onderscheid gemaakt. ‘’Vroeger mochten mijn neefjes en nichtjes nooit met mij spelen. Tijdens oud en nieuw kreeg mijn zusje duizend euro cadeau en ik vijfhonderd.’’ Na een periode van ongeveer vier jaar bij de psycholoog heeft Lookpla haar mentale gezondheid weer op de rit gekregen.

Gezamenlijk presteren
Organisaties zoals multiculturele sportverenigingen pakken acceptatie en inclusiviteit heel anders aan. Hou je niet bezig met conclusies uit onderzoeken maar wees actief en in het nu bezig om meer tolerantie te bereiken.Pal naast de Kuip trainen inmiddels meer dan 450 kinderen met wereldwijde roots op de woensdag- en vrijdagmiddag. Tien jaar geleden begon het allemaal voor deze verbindende organisatie. Het doel: de Nederlandse hockeysport laagdrempeliger maken voor alle bevolkingslagen in de stad. Vincent Euster, trainingscoördinator bij Hockeyclub Feijneoord (HCF), vertelt dat een collectief belang veel helpt. ‘’Gezamenlijk presteren als team zorgt ervoor dat mensen met compleet andere achtergronden samenkomen. Acties zoals iedere vrijdag koken en samen eten met alle ouders en kinderen die rond etenstijd moeten trainen, dragen daar ook aan bij.’’ Volgens hem is er niks te merken van groeiende discriminatie bij de club. ‘’Dit is bijna geen probleem, omdat de meeste leden elkaar al redelijk lang kennen en gewend zijn om hier geen aandacht aan te besteden.’’ Euster slaat de vraag of er écht nooit problemen in het heden of verleden zijn geweest uiteindelijk tactisch over.

Schijn bedriegt
De club denkt dat een actieve manier van discriminatie tegengaan effectiever is dan de manier van het actieprogramma. Euster: ‘’Ik denk dat de club dat ook door de prestaties, zoals een groeiend ledental, in de afgelopen jaren heeft bewezen.’’ De kantine vult zich weer met het onverstaanbare gepraat van de afgematte kinderen. ‘’Eerst het bitje uit, daarna pas praten’’, lijken de ouders elkaar na te praten. Het materialenhok overstroomt met kinderkreten en hockeysticks. De ouders bezorgen op hun beurt een piekkwartier bij de bar. Ouders een wijntje, kinderen een zakje chips. Er lijken hier inderdaad, al is het maar voor even, geen problemen voor de sportieve kliek. Behalve voor het jongetje in zijn kobaltblauwe outfit, hij is nog druk aan het puzzelen hoe je de bal onder controle kan houden en tegelijkertijd kan rennen.