Alexandrium, het hart van Oosterflank

/var/folders/dy/4j8_v7cs113bs5xbz_2fknj40000gn/T/com.microsoft.Word/WebArchiveCopyPasteTempFiles/a69a965d-0d6c-4670-9872-f197afde5d12

De wijk Oosterflank, in het Rotterdamse stadsdeel Prins-Alexander, huist het Winkelcentrum Alexandrium. Met 213 verschillende winkels is dit het grootste winkelcentrum van Rotterdam. Een trekpleister voor shoppers vanuit de hele stad. De bewoners ervaren dit wat minder rooskleurig. In de smalle straatjes van deze ‘bloemkoolwijk’ vertellen ze waarom.

Tussen de — met plastic afval bezaaide — perkjes verschijnt een man samen met zijn trouwe viervoeter. De man maakt op verloederde sandalen zijn dagelijkse wandeling, waar hij inmiddels gek van wordt. “Ik ben helemaal klaar met deze wijk”, stelt hij. In de 35 jaar dat hij hier woont heeft hij mensen nog nooit echt goed met elkaar om zien gaan. Hij wil daarom binnenkort ook weg van ‘deze afgrijselijke plek’. En niet alleen weg van Oosterflank, maar ook van Nederland. Hij is van plan te emigreren naar Spanje. “Dan ben ik niet alleen van mijn wijkgenoten af maar heb ik ook nog eens mooi weer.”

/var/folders/dy/4j8_v7cs113bs5xbz_2fknj40000gn/T/com.microsoft.Word/WebArchiveCopyPasteTempFiles/bd362c08-554e-4fed-898f-541665c62de5

Een misplaatst winkelwagentje, waarvan je er tijdens een korte wandeling door de wijk wel een stuk of zes kan vinden.

Te duur

De term ‘bloemkoolwijk’ slaat op de complexe structuur van de huizen en de wegen die hier aangelegd zijn in de jaren tachtig. Het zijn kronkelende paden en hofjes, waar veelal lage appartementencomplexen en eengezinswoningen aan liggen. De mensen die in deze huizen wonen leven meestal van een gemiddeld tot laag inkomen. Een winkelcentrum kan soms echter vrij prijzig uitpakken. Zo vertelt een jonge bewoonster: “Het is wel fijn om zo’n winkelcentrum te hebben, maar ik kan alleen maar kijken. Dingen kopen gebeurt vrij weinig.”

Eigen inbreng

“Het moet wel vanuit de mensen zelf komen.” Dit stelt een gepensioneerde mevrouw die ondanks beweringen van medebewoners gelooft dat de gemeenschap actief en hecht is. Volgens haar voelen vooral de mensen die geen initiatief nemen zich buitengesloten. “Ze moeten het zelf opzoeken. Maar omdat ze de taal niet spreken of liever op zichzelf leven, zien wij ze niet.”