“Ik heb Het Roze Schaap mede geschreven voor meer acceptatie voor homoseksualiteit in de kerk”

Johan Verweij (35) schreef dit jaar twee boeken: Het Roze Schaap en Ongelovige Thomas. De aanleiding hiervoor is zijn passie voor schrijven en zijn moeilijke jeugd, door een worsteling met homoseksualiteit in een christelijke gemeenschap. “De opvatting van de omgeving waar ik vandaan kom is: je mag het wel zijn, maar het niet doen.”

In Het Roze Schaap schrijft u over geloof en seksualiteit.

Hoe heeft u uw jeugd ervaren?

Johan Verweij, schrijver van Het Roze Schaap, een boek over seksualiteit en geloof. Beeld: Roy van Bavelgem

“Ik kwam er al achter dat ik homoseksueel ben toen ik zeven was. Als klein jongetje ben je je nog niet heel bewust van je eigen seksualiteit, bijvoorbeeld homoseksuele gevoelens, in mijn geval. Het is gewoon zoals het is. Ik werd me er pas van bewust toen ik een boek las over dit onderwerp. Toen dacht ik: ò, volgens mij heb ik dit ook. In de kerk werd er op een negatieve manier over gesproken, dus ik verstopte het een beetje. Het is natuurlijk niet niks als je een groot gedeelte van jezelf wegcijfert. Je ontkent eigenlijk een deel van wie je bent en op het moment zelf ben je misschien niet zo bezig met wat dat met je doet en wat voor invloed dat heeft op je psychische gestel. Maar als je wat ouder wordt en je gaat eigen keuzes maken zoals: uit de kast komen en het krijgen van een relatie, dan besef je dat het niet oké is hoe je bent opgegroeid en dat je eigenlijk heel veel stress hebt ervaren. Daar heb ik af en toe nog wel eens last van, omdat je zo gewend bent om te overleven in plaats van te leven. Maar goed, hoe ouder je wordt, des te makkelijker het gaat.”

Wat was de reactie van uw ouders?

“Mijn ouders hebben het op zich goed opgevangen. Ze zeiden ook: ‘We hebben het altijd wel een beetje gedacht van je, dus het verbaast ons niet.’ De druk kwam dus grotendeels vanuit de kerk en mijn omgeving. Het dorpje waar ik ben opgegroeid (Nieuw-Lekkerland) is echt een biblebelt-dorp, dus de sociale controle is heel sterk en hun opvatting is dus ook: je mag het wel zijn, maar je mag het niet doen. Veel van mijn oude vrienden zouden het bijvoorbeeld niet accepteren als ik een vriend zou hebben, maar dan zou ik er niet over mogen spreken.”

Ik las ook over een conversietherapie.

Hoe kwam u daar terecht en hoe ging die therapie in z’n werking?

“Ik was een jaar of zestien en moest stage lopen voor een week, die heb ik destijds gelopen bij de stichting Naar House. Ik moest een aantal dagen administratief werk doen op het kantoor. Maar daarnaast hadden ze ook een oude schoolbus met allerlei Bijbelse teksten erop. Daar gingen we een aantal dagen per week mee de straat op bij winkelcentra, kaartjes uitdelen aan mensen of wat drinken met mensen in de bus. Maar goed, drie mensen die daar op vrijwillige basis werkzaam waren, of in ieder geval niet in loondienst, hebben toen voorgesteld om een keer een gebed uit te spreken. Zij geloven dat God je seksualiteit kan veranderen. Het is een soort duiveluitdrijving.”

Was u het daar mee eens?

“Destijds was ik gewoon heel naïef. Ik ben heel erg gelovig opgevoed, dus er werd veel voor mij gedacht in plaats van dat ik werd uitgedaagd om zelf na te denken. Daarom ging ik er makkelijk in mee. Tevens omdat ik niemand wilde kwijtraken, want ik wist dat dat ging gebeuren als ik bijvoorbeeld een vriendje kreeg. Dat was mijn angst, dus ik dacht: niet geschoten is altijd mis, ik probeer het gewoon.”

Wat vindt u ervan dat dit kan bestaan in Nederland?

“Als ik er zo op terug kijk is het eigenlijk schandalig, want bijna niemand heeft ingegrepen of aan de bel getrokken. Er wordt door het geloof gedaan alsof het allemaal wel kan en daar heb ik dan wel moeite mee. Want dit is niet de manier hoe je moet omgaan met seksuele diversiteit in christelijke groeperingen. Ik moet wel zeggen, ik heb Naar House voor het Roze Schaap geïnterviewd en ik heb hun toen ook verteld wat er allemaal gebeurd is destijds. Naar aanleiding daarvan heeft het huidige bestuur van die organisatie daar ook excuses voor gemaakt en om vergeving gevraagd, omdat zij absoluut niet achter de dingen staan die zijn gebeurd. Dus dat is wel een positieve ontwikkeling.”

Zit er al vooruitgang in wat betreft acceptatie van homoseksuelen vanuit de christelijke gemeenschap?

“Ik vind van wel. Als ik bijvoorbeeld kijk naar vijftien jaar geleden en nu. Sociale media dragen daarin bij, daardoor ontstaat ook een vorm van emancipatie. Maar aan de andere kant, ik heb naar aanleiding van een interview met het AD zoveel reacties ontvangen van mensen die in hetzelfde schuitje zitten of met dezelfde problematiek worstelen, ook van jonge jongens en meisjes. Dan speelt het blijkbaar nog steeds. Het is nog steeds hard nodig dat er over deze dingen gesproken en geschreven wordt.”

“Ik denk dat het wel mogelijk is gelovigen op een ander inzicht te brengen, maar ik denk dat het pas kan als het mensen persoonlijk raakt. Bijvoorbeeld bij ouders waarvan een zoon of dochter uit de kast komt, of transgender blijkt te zijn, dan raakt het mensen persoonlijk en komen ze vaak ook wel tot een ander inzicht heb ik ervaren. Maar dat gaat natuurlijk niet altijd op, want er zijn nog altijd mensen die hun kind niet meer willen zien als hij of zij dát leven voort wil zetten. Het lijkt dan natuurlijk net alsof je ervoor kiest, dat is niet zo, maar zo wordt het door die mensen wel gebracht. Ik denk dat dat altijd wel zal blijven, maar ik hoop dat het veranderd en beter wordt.”

Waar zou u nog graag een boek over willen schrijven?

“Ik heb nu nog geen concreet idee om dit jaar een boek uit te brengen, maar bloed kruipt waar het niet gaan kan. Het borrelt altijd wel. Ik heb ook gemerkt dat het leuk is om blogs of columns te schrijven over thema’s die ook andere mensen raken en dat dan vervolgens leuk te verpakken met een ironische ondertoon, zodat mensen weer een beetje kunnen lachen in deze tijd van ellende en onzekerheid en ook de humor van bepaalde dingen in kunnen zien. Een citaat van Godfried Bomans heeft me daarbij geholpen, namelijk: ‘Humor is overwonnen droefheid’. Nou, dat is een beetje hoe ik in het leven sta. Dat vind ik heel mooi en probeer ik na te streven.”