Tulpenboeddhisme floreert door bewuster Nederland

Het boeddhisme is een van de weinige geloofsovertuigingen in Nederland die de afgelopen jaren groeit. Hoe dit kan? De reden gaat wellicht dieper dan gedacht wordt. Paul van der Velde, hoogleraar Aziatische religies aan de Radbout Universiteit, leg uit waarom.

Op de hemelhoge 17e verdieping zet Paul van der velde eerst iets recht: het boeddhisme is geen religie. ’deze vraag speelt zich alleen in het westen af, in Azië bestaat er geen eens een woord voor religie.’ Volgens hem is de kwestie in het westen erg belangrijk omdat op het moment dat boeddhisme als een religie wordt beschouwd, christenen bijvoorbeeld geen meditatie of mindfullness meer zouden mogen praktiseren.
Het boeddhisme zoals wij het kennen is trouwens jong, aldus de hoogleraar. Pas aan het begin van de twintigste eeuw maakte boeddhisme zijn entree in de westerse wereld. Toen de körperkultur de basis van veganisme, milieuvriendelijkheid en yoga gelegd introduceerde, werden bepaalde onderdelen van het boeddhisme dat ook.

Wederom zijn steeds meer elementen van de körperkultur in de Nederlandse samenleving. Denk bijvoorbeeld aan de groeiende groep veganisten en een verdriedubbeling van yoga deelnemers ten opzichte van afgelopen jaar. Een gezonde levensstijl en bewust bezig zijn is hip. De hoogleraar Aziatische religies denkt dat er een verband is tussen de groeiende aandacht voor boeddhisme en een gezondere levensstijl. De hedendaagse körperkultur is in zijn woorden: De moderne hipster onderweg van een cursus veganistisch koken in een coffeeshop die een latte macchiato van biologische sojamelk drinkt. ‘Het is heel raar, maar er is een soort levensstijl ontwikkeld rondom boeddhisme. Er is hier vlakbij een sauna die schijnbaar vol staat met Boeddhabeelden, dat is heel merkwaardig. Er hangt rond het boeddhisme iets van luxe, lifestyle en happiness en dat is heel erg de vormgeving van het moderne boeddhisme. Dit heeft gewoonweg te maken met de kosten van de cursuscentra, de kosten van de lessen, het op en neer gevlieg.’

In plaats van dat het boeddhisme volledig omarmd wordt, kiest men ervoor om bepaalde aspecten te omarmen en andere weg te laten. Een voorbeeld is de gelofte om geen bedwelmende middelen te nemen negeren. Een gewoonte die wij hier al langere tijd hebben volgens de hoogleraar. ‘We hebben sterk de neiging om andermans cultuur toe te eigenen en we vinden ook nog dat we het beter doen dan de Aziatisch-boeddhistische bevolking.’

Van der Velde: ‘Körperkultur, wat opkwam aan het begin van de twintigste eeuw, is ook de tijd dat yoga zo populair is geworden. De huidige yoga is veel meer Scandinavisch en Duits dan dat het Aziatisch is.’ ‘Wij hebben het leren kennen met een Indiaas jasje aan, maar zoals het nu beoefend wordt is het maar een heel klein beetje Indiaas. Heel interessant is ook dat in de jaren twintig en dertig de körperkultur in rechtse kringen zat. Nu zit vegetarisme, veganisme en de yoga veel meer in een soort intellectuele linkse laag dan dat het in een rechtse laag zit. Het is van uitermate rechts, heel erg een linkse signatuur geworden.

Het boeddhisme in het westen is nooit hetzelfde geweest als dat in Azië. Volgens van der Velde verpakken wij onze Nederlandse ideeën in een boeddhistisch jasje. ‘Dan klinkt het spiritueel, trek er een leuke pij bij aan en dan ziet er heel boeddhistisch uit. In feite heeft dat heel weinig met Azië te maken.’

Is de term tulpenboeddhisme, verzonnen door de Dalai Lama zelf, terecht dan? ‘Je kan het zien als een vorm die geïntegreerd is in de Nederlandse samenleving. Wil het boeddhisme hier ook echt vaste voet aan de grond houden, dan zal het zich heel erg moeten richten naar de Nederlandse samenleving en dan is deze term aardig gekozen ja.’’

Op de website van de Boeddhistische Unie Nederland (BUN) staat dat er zo’n vijftigduizend actieve aanhangers zouden zijn. Volgens van der Velde is dit onzin omdat je als boeddhist niet hoeft te bekeren en dus ook niet kan tellen. ‘als je kijkt naar mensen die zich écht volledig boeddhist noemen in Nederland; dat zijn er een paar duizend, maar niet meer.’ Wanneer kan je je dan wel écht boeddhist noemen? ‘Als jij vindt dat je boeddhist bent, dan ben je dat.’ De criteria die de BUN heeft opgesteld zijn onterecht, volgens van der Velde. In een klap zou het boeddhisme dan geen wereldreligie meer zijn.

Het lijkt er bijna op alsof het westerse boeddhisme wat hand in hand gaat met een moderne levensstijl een trend is. Volgens van der Velde is dit inderdaad het geval. Hij licht hierbij toe dat er enkele jaren terug 70 tot 80 studenten in zijn collegezaal zaten; nu is dat gehalveerd. ‘De gedachte achter het boeddhisme is minder populair, er is behoefte om echt met het lichaam bezig te zijn, daarom barsten de yogascholen namelijk wel uit hun voegen.’
De klassieke vorm van boeddhisme neemt af maar het ‘buddhism-light’ zoals de hoogleraar het zo mooi verwoorde lijkt voorlopig nog niet op zijn hoogtepunt.