Ossenaar heeft opmerkelijke verklaring voor rijden zonder rijbewijs

Een inwoner uit Oss heeft op 12 februari voor de rechter moeten verschijnen omdat hij voor de tweede keer was betrapt op het rijden zonder rijbewijs. Dit keer in Heesch. De man, die net een vaste verblijfsvergunning heeft gekregen, had van een kennis gehoord dat het op rustige momenten wel was toegestaan om te rijden zonder in het bezit te zijn van de benodigde papieren. De rechter is niet akkoord gegaan met deze opmerkelijke verklaring en legde de man een boete van 400 euro op en een voorwaardelijke celstraf.

Het is vrijdagochtend kwart over negen als de verdachte rechtszaal I betreedt in het gerechtsgebouw in ’s-Hertogenbosch. De sneeuw en ijzel is nog overal in het land aanwezig. De rechter heet de man welkom. Aan haar linkerkant zit de griffier die driftig alles noteert en schuin aan haar rechterkant zit de Officier van Justitie. Verder is het rustig in zaal I. In de zaal zitten twee jongeren. De een is journalist en de ander loopt stage bij de rechtbank. De verdachte uit Oss gaat vooraan in de zaal zitten, precies tegenover de rechter.

Niet de eerste keer

De rechter opent de zitting. Ze legt uit wat de bedoeling is vandaag: “Ik ga vertellen waar u van wordt verdacht en ik ga de feiten noemen die zijn bewezen, daarna mag u daarop reageren als u dat wilt. Vervolgens gaat de Officier van Justitie vertellen welke straf hij eist. Daar mag u nog een keer op reageren en tot slot zal ik een uitspraak gaan doen over deze zaak. U bent niet tot antwoorden verplicht en u mag in hoger beroep gaan.” De man luistert aandachtig en knikt om aan te geven dat hij het begrijpt.

“U wordt er van verdacht om op de avond van 21 maart van het afgelopen jaar te hebben gereden zonder rijbewijs op de Bosschebaan in Heesch. Dit was op een drukke en openbare weg. De politie heeft u daar staande gehouden en u heeft verteld dat er sprake was van een oefening. Dit is niet de eerste keer dat u hiervoor bent aangehouden en het is een ernstig strafbaar feit. Wat kunt u daarover zeggen?”, vraagt de rechter.

Tip van een kennis

De verdachte twijfelt enige seconden en reageert dan: “Ik reed in de auto van de bijrijder en hij heeft een rijbewijs. Het was donker en er was niemand daar. Ik wist de Nederlandse verkeersregels niet goed. De vorige keer dat ik zonder rijbewijs reed en werd aangehouden door de politie was ik alleen, maar nu was ik met een vriend. Ik had van een kennis gehoord dat wanneer het rustig is en de bijrijder een rijbewijs heeft, dat je dan gewoon mag proberen te rijden zonder rijbewijs.”

De rechter kijkt bedenkelijk na dit opmerkelijke antwoord. Ze gaat verder: “Zo werkt het natuurlijk niet. Je moet een rijbewijs halen. Op een industrieterrein is het niet zo gevaarlijk, maar het was op een van de drukste wegen in Heesch. Er had een serieus ongeluk kunnen plaatsvinden.” Vervolgens stelt ze nog enkele vragen aan de verdachte over zijn persoonlijke situatie. Aangezien er op zulke overtredingen vaak een hoge geldboete staat, is het handig voor de rechter om te weten of de verdachte überhaupt wel geld heeft.

De verdachte antwoordt: “Ik woon een aantal jaar in Nederland nu. Ik heb net een verblijfsvergunning gekregen, maar mijn vrouw is nog niet helemaal geïntegreerd hier. Mijn eerste dochter gaat nu bijna naar de basisschool. Ik heb werk. Ik help mensen in de zorg bij de GGD in Nijmegen.” Toch is het lastig om een boete direct af te betalen omdat zijn vrouw nog geen werk heeft en hij dus het gezin moet onderhouden sluit hij zijn verhaal af.

Veiligheid in het verkeer

De Officier van Justitie heeft geen vragen meer en staat op uit zijn stoel om zijn eis uit te spreken. De rechter onderbreekt hem. Ze vertelt hem dat de eis zittend mag worden uitgesproken tijdens Corona. De Officier van Justitie gaat lachend zitten en vertelt zijn eis: “Het is de tweede keer dat u dit strafbare feit pleegt. Er zit wel een verhaal bij maar dit verhaal is niet voldoende om aan een straf te ontkomen. Het is belangrijk dat alle verkeersdeelnemers op de hoogte zijn van de regels om de veiligheid van anderen te waarborgen. Er is een groot risico genomen. U heeft geluk dat er geen ongeluk is gebeurd, want dan was de schade wellicht niet te overzien.”

Aangezien het niet de eerste keer is dat de Ossenaar deze overtreding maakt, vindt de Officier van Justitie dat de straf hoger moet zijn dan de vorige keer. Toen kwam de man weg met enkel een geldboete: “Ik eis daarom een geldboete van 500 euro. Dit kan in termijnen betaald worden. Daarnaast eis ik als extra stok achter de deur een voorwaardelijke celstraf van zeven dagen met een proeftijd van twee jaar.”

Onbegrip maakt plaats voor begrip

De verdachte kijkt verbaasd en vraagt: “Proeftijd van twee jaar? Wat is dat?” De rechter geeft uitleg en vertelt de man dat hij de komende twee jaar niet weer een soortgelijk strafbaar feit mag plegen. Als dat wel het geval is, moet hij namelijk een week in hechtenis.

Er valt een stilte en de rechter vraagt voor de laatste keer of er nog vragen zijn. Dit is niet het geval. Ze gaat over tot het doen van een uitspraak. “Ik leg een boete op van 400 euro die in vier termijnen mag worden betaald en verder komt daar de voorwaardelijke celstraf van zeven dagen bij.” Ze drukt de man op het hart dat hij op tijd het geld overmaakt en dat hij niet opnieuw een strafbaar feit moet plegen.

De verdachte oogt tevreden en al lachend zegt hij: “Gelukkig heb ik nu een rijbewijs dus deze fout kan ik niet meer maken.” Tot slot zegt hij nog dat hij niet de gevangenis in wil en ook denkt hij voortaan twee keer na voordat hij zomaar gelooft wat iemand zegt. De zaak wordt door alle partijen definitief gesloten, er volgt geen hoger beroep. De man uit Oss groet de aanwezigen voor een laatste keer en met opgeheven hoofd verlaat hij de zaal.