,,Vrouwen lopen de kans om verkracht te worden als ze bijvoorbeeld geen hoofddoek dragen.”

Volgens cijfers van de VN Vluchtelingenorganisatie UNHCR in Nederland vroegen in 2017 14.716 mensen asiel aan in Nederland. 2.202 van die vluchtelingen waren afkomstig uit Syrië. Dit zijn getallen waar we bijna dagelijks wel iets over horen. Er worden asielzoekerscentra gebouwd, Nederland raakt dichtbevolkter en we krijgen een meer gemengde cultuur. Het onderwerp vluchtelingen wordt dan ook vaak ter discussie gesteld in Nederland. Sommige mensen zijn het er niet mee eens dat ons land die stroom mensen zomaar binnen laat terwijl andere juist vinden dat we nog meer voor ze zouden moeten doen. Vergeet niet dat elk getal dat genoemd wordt over mensen gaat. Het zijn 14.716 verschillende, persoonlijke verhalen, waaronder ook het verhaal van Deljan Hamo (20).

Leven in Syrië

“We hadden echt een heel mooi leven daar” Vertelt Deljan. “Nog steeds, maar niet zoals in Syrië. We woonden in een klein dorp dat Afrin heette. We hadden alles wat we nodig hadden: een groot huis, groter dan dit hier en een hele grote tuin met een zwembad. We hadden kippen, katten, een koe en een eigen auto. Verder gingen we naar school, zagen we vaak veel vrienden en we bezaten grote plantages met granaatappelbomen waarvan we de vruchten konden verkopen als ze rijp waren. Mensen waren bij ons in dienst en we hadden een goed lopend bedrijf. Dat was het werk dat mijn ouders deden. We waren echt heel gelukkig daar.” Wij Nederlanders vergeten vaak dat Syriërs hun thuis, familie en vrienden achterlaten om hier te komen. Deljan was gelukkig in haar eigen land, ze hadden nooit de wens om ergens anders te gaan wonen. Maar hoe erg moet de situatie dan geweest zijn toen ze toch besloten om alles in Syrië achter zich te laten?

 

Begin van de oorlog

In maart 2011 begonnen de protesten tegen het regime in Syrië. Burgers kwamen in opstand en als klap op de vuurpijl werd ook IS meer actief. Langzaam kwam de oorlog op gang. Deljan en haar familie werden steeds meer belemmerd in hun doen en laten: “Het begon in Aleppo. Dat was een uurtje bij ons dorp vandaan, dus we hoorden vaak de bombardementen vanuit ons huis. Twee tantes van mij woonden in Aleppo. Toen het daar niet meer veilig was kwamen zij naar ons dorp. Ook andere inwoners trokken weg en Aleppo liep helemaal leeg. De oorlog breidde zich steeds verder uit en we mochten op een gegeven moment ook niet meer naar school omdat de wegen niet veilig waren. Toen Aleppo helemaal kapot was kwam IS naar onze stad. Daar zijn ze nu nog steeds.”

 

IS verkondigde het islamitische geloof. Iedereen in Syrië werd door hen verplicht om islamitisch te worden en mensen die dat niet waren liepen dus extra gevaar, zo ook Deljan. “Wij zijn Koerdisch en hebben een oudchristelijk geloof. IS wil dat iedereen in de islam gelooft. Ze konden zomaar aan je vragen of je even iets uit de koran wilde opzeggen en als je dat dan niet wist dan kon je ter plekke worden vermoord.” Ook werden jonge mensen verplicht om mee te vechten in de oorlog. IS kwam dan aan de deur om te vragen of je beschikbaar was. Bij de derde keer aankloppen moest je mee. “Ik en Adel (mijn oudste broer) liepen het gevaar dat we met IS mee moesten vechten. Dat was het moment dat mijn ouders besloten om Syrië te verlaten.”

Reis naar Nederland

Toen begonnen Deljan en haar gezin net als vele anderen aan een lange reis naar West-Europa. Deljan zou eerst vertrekken samen met Manan (haar vader) en Adel, en haar moeder en haar twee jongste broertjes zouden later komen.  “We vertrokken naar de Turkse grens. Daar zat IS ook dus dat was een heel gevaarlijk moment, vooral voor Adel want die konden ze zo meenemen om te laten vechten. We moesten heel veel geld betalen om de grens over te komen. Gelukkig ging dat allemaal goed. Toen we eenmaal in Turkije waren heeft papa een vrachtwagen geregeld waarmee we naar Griekenland en later naar Nederland konden komen. Daarmee zijn we in totaal vijf dagen onderweg geweest. We waren heel erg bang want er kon elk moment iets gebeuren en mama was nog steeds in Syrië. We wisten niet hoe het met haar en mijn twee broertjes ging.”

Aankomst in Nederland

Als je als asielzoeker in Nederland binnenkomt, moet je je eerst melden bij Het COA in Ter Apel. Ze doen hier wat kleine onderzoekjes en ze vertellen je wanneer je asielprocedure start. In deze procedure beoordeelt de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) of je een verblijfsvergunning krijgt. Deljan, Adel en Manan kwamen hier ook terecht maar werden al snel overgeplaatst naar andere asielzoekerscentra. Uiteindelijk kwamen ze in Overloon terecht, waar ze zeven maanden bleven. “Negentien dagen nadat we in Nederland kwamen kregen we al een verblijfsvergunning, dat was redelijk snel. We zijn meteen aanspraak gaan maken op het recht op gezinshereniging en toen kwamen uiteindelijk na een aantal maanden mama en mijn broertjes ook naar Nederland. De dag nadat mijn moeder naar Turkije was gevlucht gingen de grenzen helemaal dicht. Ze was dus net op tijd weg. Toen heel ons gezin weer bij elkaar was en we twee maanden later ook nog een huis toegewezen kregen waren we heel blij en gelukkig. Papa had eindelijk rust.”

Toekomst

“Familie van ons zit nog steeds in Syrië. IS heeft alles bezet daar. Ze zijn echt heel bang. Iedereen is ook heel oud geworden, dat kan je zien. Ze maken zich elke dag zoveel zorgen. Het is gewoon overal zo gevaarlijk en daar maken wij en vooral natuurlijk papa en mama zich weer zorgen over. Ze kunnen ook niks doen daar, niet naar school en niet werken. Bij de grenzen is het extra gevaarlijk. Vrouwen lopen de kans om verkracht te worden als ze bijvoorbeeld geen hoofddoek dragen.”

Afgezien van alle ellende in Syrië, is het nog steeds thuis voor veel mensen. Het is alles wat ze kennen, waar hun familie woont en waar ze zijn opgegroeid. Deljan zegt wel gelukkig te zijn hier: “Mijn ouders willen sowieso terug gaan als het weer veilig is. Ook omdat hun ouders daar nog wonen. Ik zou ook wel terug willen maar gewoon voor vakantie ofzo. Ik heb hier nu mijn leven opgebouwd en daar zou ik weer helemaal opnieuw moeten beginnen. Ik ben hartstikke gelukkig hier.”