“Theater als middel, niet als doel”

 

 

Peter de Bie (67) heeft zowel in Europa als in Afrika aan theaterproducties gewerkt. Maar dit waren niet zomaar producties. Het was theater bedoeld om mensen te helpen. Ideologisch gedreven theater dus. Daarnaast wilde Peter altijd zelfstandig blijven. Momenteel is hij bezig met het voorbereiden van zijn laatste officiële voorstelling. Maar hoe help je mensen door middel van een toneelspel? En wat komt erbij kijken als je als acteur en producent zelfstandig blijft?

 

“Als onderdeel van mijn baan bij de kinderbescherming begon ik in 1979 met het werken met jongeren die door omstandigheden niet meer thuis woonden en in Tilburg een kamer toegewezen kregen. Sommigen van hen waren nog niet klaar voor die stap en kregen van mij daarom ‘kamer-training’, oftewel een lesje zelfstandigheid. Deze jongeren zaten niet samen maar verspreid door de stad en hadden verder ook niemand om op terug te vallen. Daarom besloot ik om in mijn vrije tijd wekelijks een koffie-uurtje voor ze te organiseren. Daar ging ik met hen in gesprek en wat ik daar hoorde.. De verhalen waren echt heel schrijnend.  Het kernpunt was steeds dat de jongeren zich niet gehoord voelden. Ik zei tegen ze: “Weet je wat we gaan doen? We gaan die mensen jullie verhalen laten zien!” Zodoende zijn we dus theater gaan maken. Het gaf de jongeren een stem. En de stem werd gehoord; het is gigantisch aangeslagen en we kregen overal goede bijval! Met de voorstelling zijn we zelfs bij televisie en radio geweest! Daardoor is er één winst behaald: de jongeren zijn er beter van geworden. De kinderbescherming daarentegen absoluut voor geen millimeter, die hebben niks veranderd. Ze deden niks met de verhalen van de jongeren. Ik zat knel.. vreselijk. Dat is ook de reden dat ik daar weg ben gegaan.

 

Na het stoppen met werken bij de kinderbescherming heb ik met acts op festivals en waar dan ook mijn geld verdiend. In die periode hoorde ik in gesprekken met mensen dat er zoveel personen zonder thuis waren in Nederland, zwervers noemden ze dat. Oftewel vieze, oude alcoholistische mannetjes. Maar mede door mijn eerdere werk wist ik dat er ook heel veel jongeren zwerven. Maar die zie je niet: die zwerven achter containers. Ik ben met een aantal van die jongeren in contact gekomen en werd toen geconfronteerd met de schrijnendste verhalen die ik ooit had gehoord. Daardoor kwam ik op een idee: ik wilde een straattheaterfestival gaan doen. Ik ben dit toen samen met Mundial Productions gaan maken. Zij hadden immers al een festival over mensen die ook in moeilijke omstandigheden leefden. Mundial Productions werkte ook met groepen in Burkina Faso. Ik werd door hen uiteindelijk gevraagd om daarnaartoe te gaan. Daar heb ik met een organisatie die de AIDS-problematiek wilde belichten theaterproducties gemaakt om zo voorlichting te kunnen geven over HIV- en AIDS-preventie. Na een tijdje in Burkina Faso gewerkt te hebben kreeg ik te horen dat er in Mozambique mensen waren die zulke voorstellingen zelf wilden opzetten maar niet wisten hoe en dus werd ik gevraagd om hen te trainen. Ik ben daar helemaal alleen naartoe gegaan en ik kwam toen in allerlei dorpjes waar ik dan geconfronteerd werd met een dorpoudste die alles voor het zeggen had. Met hem moest ik dan overleggen hoe ik samen met de gemeenschap activiteiten zou gaan uitvoeren. Soms kwamen we er niet uit en riep hij een dorpsraad bij elkaar. Ik heb nog nooit zo’n democratisch proces gezien als dat, daar kunnen ze hier in Nederland nog veel van leren! In de dorpsraad krijgt iedereen namelijk spreektijd en luistert men naar elkaar. Ze gaan door tot ze het probleem opgelost hebben, eerder stoppen ze niet. Uiteindelijk was iedereen overtuigd en kon ik mensen trainen en producties maken. En dat heeft effect gehad, niet alleen daar. Op de televisie zag ik later namelijk de technieken die ik in Mozambique ontwikkeld had gebruikt worden in meerdere landen in Afrika. Dat vond ik wel heel mooi! Of het aantal AIDS-slachtoffers door mijn producties daadwerkelijk verminderd is weet ik niet maar ik heb in ieder geval mijn steentje bijgedragen.

 

Terug in Nederland werkte ik als zelfstandig artiest. Als je ervoor kiest om als artiest zelfstandig te blijven moet je overal zelf het wiel uitvinden. Je staat er helemaal alleen voor, ook bij contractonderhandelingen en bij het doen van je verzekeringen. Als er ergens iets fout gaat, kan ik gebruik maken van een advocaat maar dat is erg duur. Wanneer ik daar één keer gebruik van maakte had ik gelijk een jaar voor niets gewerkt. Samen met andere artiesten had ik het erover dat daar iets aan gedaan moest worden. Daarom besloot ik samen met een aantal andere personen om een organisatie op te richten die zich bezighoudt met het ondersteunen van zelfstandige artiesten. Dit is het Artiesten Belangen Centrum geworden, en het bestaat nog steeds.

 

Momenteel ben ik met andere dingen bezig. Samen met Roland Samuels, waar ik in ‘79 /‘80 liedjes mee heb geschreven over jongeren en de kinderbescherming, kwam ik tot de ontdekking dat deze liedjes nog steeds woord voor woord actueel zijn. Ik kwam daardoor op het idee om één van die nummers met dezelfde mensen als destijds opnieuw op te nemen. Ik streef ernaar om de première in de Tweede Kamer te houden! Ik ben ook nog bezig met het voorbereiden van iets anders, namelijk de première van mijn laatste officiële voorstelling. Dit zal een biografie van mijn leven zijn, die ik ook zelf zal spelen. Het gaat de Bieografie heten en zal plaatsvinden op 30 mei 2020. Op die dag ben ik namelijk precies 25.000 dagen op deze wereld. En als ik dan toch een jubileum moet verzinnen, dan kies ik daar maar voor!