”Maar in Nederland is toch alles goed geregeld?”

Nicola Jägers, hoogleraar International Human Rights Law aan de Universiteit Tilburg en lid van het Nederlandse College voor de Rechten van de Mens spant zich in om de mensenrechten in Nederland te verbeteren. Nederland is namelijk niet zo op orde als het lijkt… Jägers vertelt haar doelstellingen en dagelijkse bezigheden rondom het thema mensenrechten.

Door: Anouk Zegers

Het Amerikaanse Freedom House benoemde Nederland in 2016 tot ‘hoogste graad van vrijheid’, we staan tweede op de wereldranglijst van persvrijheid en we staan op nummer 1 op de ranglijst van Wereldindex van Morale Vrijheid. Het beeld van mensenrechten in Nederland is over het algemeen positief, maar in werkelijkheid gaan er nog teveel zaken mis, zegt Jägers: ‘Bij het woord mensenrechten zijn mensen vaak geneigd om te denken aan ver weg, aan landen als Iran of Irak, maar niet aan hier. Vorig jaar mei reisde ik af naar Genève om als vertegenwoordiger van het College van de Rechten voor de mens te praten over mensenrechten in onder andere Nederland. In het overleg merkte ik een beetje weerstand, zo van: ja maar in Nederland is alles toch goed geregeld? En toch valt er ook hier in Nederland een wereld te winnen.’


Grote bijeenkomsten zoals van de VN in Genève schetsen problemen en oplossingen, maar zijn niet persoonlijk. Jägers houdt persoonlijk contact met de mensen die daadwerkelijk, op uiteenlopende aspecten, beperking van hun rechten als mens ervaren. Denk mensen die gediscrimineerd worden op de werkvloer. Ze spreekt ze regelmatig. ‘Dat is een van de belangrijkste uitgangspunten van het Internationale Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten, die tot een van de tien basisverdragen van de Nederlandse Staat behoort. Daar is een mooie Engelse quote voor: ‘nothing about us, without us’. Dat streven wij daadwerkelijk na. Wij, Het Nederlandse College voor de Rechten van de Mens, zijn de officiële toezichthouder van dat verdrag. Wij hebben een klankbordgroep met mensen die hun ervaringen met ons delen, waardoor wij precies weten wat mensen ervaren als hun mensenrechten worden onderdrukt.’

Het Nederlandse College voor de Rechten van de Mens rapporteert alle zaken rondom mensenrechten die wat verbetering kunnen gebruiken. Het is de taak van de Nederlandse Staat om deze verbeteringen door te voeren. Daarom staan er ook aanbevelingen voor het volbrengen van de verbeteringen in het rapport. Het rapporteren was tevens een taak van Jägers. Zij hoopt uiteraard dat alles dat ze gerapporteerd heeft uitgevoerd wordt. Jägers probeert ondanks haar kritische kijk hierop ook te kijken naar succesverhalen: ‘Ik ben geneigd om na te denken over wat er allemaal niet goed gaat, maar er zijn wel degelijk dingen die hier ondertussen verwezenlijkt zijn. Een van de grote mijlpalen die Nederland heeft bereikt als het gaat om mensenrechten is het ratificeren van het Verdrag voor Mensen met een Handicap. De staat moet ervoor zorgen dat gehandicapten volledig konden participeren in de samenleving. Dat heeft meer voeten in de aarde dan je denkt. Faciliteiten als openbaar vervoer, onderwijs en het bedrijfsleven moesten zich hierop aanpassen, maar het heeft zich wel allemaal waargemaakt. Het kán dus wel. Maar zoals ik al zei, ik blijf kritisch.’

Jägers heeft het in Genève ook gehad over zwangerschapsdiscriminatie. Deze vorm van discriminatie leidt er vaak toe dat vrouwen moeilijk een baan kunnen krijgen en/of problemen ondervinden met arbeidscontracten. Hoewel in arbeidscontracten duidelijke afspraken staan over zwangerschappen, worden er nog teveel sociale problemen doorleeft, benoemt Jägers. ‘Zwangere vrouwen worden nog teveel afgewezen bij sollicitatiegesprekken of hun contract wordt niet verlengd wegens het feit dat zij zwanger zijn. Dit gaat tegen de wet in en tóch gebeurt het. Dat komt omdat het een soort sociale acceptatie is dat dit gebeurt. Mensen vinden het vaak logisch en zeggen: ‘’Waarom zou je een zwangere vrouw aannemen? Dat is alleen maar lastig.’’. Uiteraard hoeft een vrouw tijdens een sollicitatiegesprek niet te melden dat ze zwanger is of een kinderwens heeft, het is zelfs verboden voor de werkgever om ernaar te vragen, maar toch wil men bij een sollicitatiegesprek zo eerlijk en open mogelijk zijn. Dat maakt het ingewikkeld en dat hoort niet.’ Omdat het Nederlandse College voor de Rechten van de Mens gemerkt heeft dat dit zo vaak voorkwam hebben zij een meldpunt geopend. Naar aanleiding van dat meldpunt heeft de overheid een plan opgesteld om zwangerschapsdiscriminatie te verminderen. Vijf jaar later zijn de ervaringen met zwangerschapsdiscriminatie opnieuw gemeten: ‘De resultaten waren nagenoeg hetzelfde. Wat mij betreft moet de Staat bij het maken van dit plan ambitieuzer zijn. Het plan staat vol goede bedoelingen, maar ik vind dat hun maatregelen te weinig bijdragen aan de resultaten die we graag behaald willen zien. Ze zouden een echte doelstelling moeten maken met aanpakkende maatregelen. En natuurlijk dragen wij ook bij aan het waarmaken van hun gemaakte plan, maar de Staat is de hoofdverantwoordelijke. Ik wil niet zeggen dat hun plan is mislukt, maar het gaat te langzaam beter.

Nederland beschikt over een groot aantal organisaties en bureaucratieën om de Grondwet na te leven. Niet alleen alle lagen van de overheid tellen een hoop instanties, neem bijvoorbeeld ook ombudsmannen en vakbonden. Door al deze organen weet de burger vaak niet waar hij terecht kan met zijn problemen. Nicola Jägers begrijpt dit, maar is toch blij dat zij met het Nederlandse College voor de Rechten van de Mens haar steentje bij kan dragen in het oplossen van deze problemen. ‘Al die instanties waarover Nederland beschikt zijn misschien verwarrend, dat begrijp ik best. Toch denk ik dat iedere instantie net op een andere manier bij kan dragen aan het helpen van burgers met problemen. Bij ons kun je persoonlijk klagen. Hierdoor voelt men zich vaak meteen serieus genomen. Je krijgt bij ons een niet-bindend oordeel die de rechter verplicht is te behandelen. Je kunt dus ook zonder advocaat onder de arm te nemen bij de rechter terechtkomen. Ik raad daarom iedereen aan om het College van de Rechten van de Mens te contacten, wij zijn altijd bereid te helpen.’ Dat is tevens wat Jägers het mooiste vindt aan haar lidmaatschap van het College voor de rechten van de mens: ‘Grote vergaderingen zoals die van Genève zijn een hele ervaring, maar het persoonlijk contact vind ik heel erg belangrijk. Ik ben blij dat ik dat bij het College kan verwezenlijken en direct mensen kan helpen.’