“Ik wil niet dat deze Turkse man de begeleider van mijn zus is”

Discriminatie is iets wat wij in Nederland, ondanks Artikel 1 van de grondwet, toch kennen. Het gebeurt dagelijks. Op straat, op scholen, in het openbaar vervoer en op de werkvloer. Over dat laatste werden in 2017 namelijk 1.308 meldingen geregistreerd door de politie, meldt de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Rond één vijfde van deze meldingen ging over discriminatie op grond van herkomst. Iemand die hier op zijn werk ook mee te maken heeft gehad, is sociaal psychiatrisch verpleegkundige bij de GGZ Delftland, Alireza Daliran.

Daliran is in 1992 naar Nederland gevlucht vanuit zijn vaderland Iran. Hij vluchtte vanwege de politieke situatie in het land in de hoop een beter leven te kunnen leiden in Nederland. Hij had geluk, al vrij snel kreeg hij een verblijfsvergunning.
“Ik heb een jaar in twee opvangcentra gewoond, in Lelystad en Middelburg. Toen ik in Middelburg was, kreeg ik te horen dat er een woning voor mij was in Schiedam. Ik voelde me veilig. Ik had een dak boven mijn hoofd en ik wilde graag verder. Een aantal maanden later had ik werk. Ik kon toen een beetje Nederlands. Ik heb iedere dag tweehonderd woorden uit mijn hoofd geleerd,” vertelt Daliran.

Ondertussen beheerst Daliran de Nederlandse taal perfect en spreekt dus ook uitstekend Nederlands. Maar omdat hij er niet uitziet als een typische Nederlander, heeft hij wel eens te maken met discriminerende situaties op zijn werk.
“Een vrouw van 40 jaar met een verstandelijke beperking was opgenomen. Ik was toegewezen als haar persoonlijke begeleider. Ik stelde me aan haar voor. Zij was wat verlegen en stil. Een uur later kwam de zus van deze vrouw. Ook aan haar stelde ik me voor. Meteen zei zij: ‘Ik wil niet dat deze Turkse man de begeleider van mijn zus is.’ Ik reageerde met: ‘Prima, er zal iemand anders worden toegewezen als uw zus het daar ook mee eens is. Maar even voor de duidelijkheid, ik ben niet Turks.’”

“Ik zou liegen als ik zou zeggen dat het mij helemaal niks doet”

Het horen van zo’n uitspraak is voor niemand prettig, ook niet voor Daliran. Maar hij weet er wel mee om te gaan vanwege zijn verleden.
“Ik zou liegen als ik zou zeggen dat het mij helemaal niks doet. Ik vind het niet leuk, maar het raakt me ook niet. Ik kan er wel mee omgaan. Het is zoals het is. Ik kan in een slachtofferrol vallen maar ik kan het ook gewoon accepteren, want ik kan bij zo iemand helaas niks positiefs inbrengen. Ik kom uit een land waar mensen worden gediscrimineerd op basis van het anders zijn. Als jij niet doet want de overheid wil, dan word je in de gevangenis gezet, gemarteld of afgemaakt. Dus als het over discriminatie gaat, valt zo’n opmerking van een patiënt best wel mee.”

Dat het Daliran weinig doet blijkt duidelijk. Hij vertelt over zijn tijd in Iran. Dingen die voor ons in Nederland zelfsprekend zijn, bijvoorbeeld naar school gaan, waren voor hem niet zo vanzelfsprekend. Daar ging alles zoals de regering dat wilde en de burgers hadden niks te zeggen.
“Ik ben in mijn geboorteland wegens mijn idealen gediscrimineerd. Ik heb in Iran de middelbare school afgerond. Daarna wilde ik graag naar de universiteit, maar dat mocht niet omdat ik het niet met de regering eens was.”

Afgewezen worden door universiteiten in Iran is niet het ergste wat Daliran heeft meegemaakt. Hij heeft in zijn geboorteland namelijk in de gevangenis gezeten vanwege zijn idealen, vanwege het anders denken en vanwege het feit dat hij voor scheiding van staat en godsdienst is. Hij voelde zich absoluut niet vrij in Iran. Vrijheid is voor hem het allerbelangrijkste en dat heeft hij in Nederland gevonden.

Door zijn verleden is Daliran geen slechter mens geworden. Eerder juist een beter mens. In Nederland voelt hij zich thuis en kan hij zonder haat terugkijken naar zijn tijd in zijn geboorteland.
“Soms moet je het verleden loslaten. Soms moet je zorgen dat je zelf in een vrede komt, in een rust komt, zodat je dat ook naar anderen kan overbrengen. Ik heb geleerd te vergeven. Zo ben ik tot rust gekomen. Ik heb hen vergeven voor wat zij mij hebben aangedaan in Iran. Als je vergeeft, voel je geen kwaadheid, geen haat. Ik ken geen haat en geen jaloezie. Ik ga dus ook geen wraak nemen.”

“Ik blijf vechten voor vrijheid en democratie, overal ter wereld”

Het is overduidelijk dat Daliran zich thuis voelt in Nederland. Toen we elkaar ontmoetten, had hij een snee Hollands kerstbrood in zijn hand en was hij westers gekleed. Hij spreekt met veel plezier de Nederlandse taal en hij wekt niet de indruk dat hij ooit weg wil uit Nederland.
“Ik zeg altijd: ik heb twee moeders, mijn biologische moeder, Iran, en mijn adoptiemoeder, Nederland. Als er bij wijze van spreken morgen oorlog uitbreekt, ben ik bereid te vechten voor dit land.”

“Ik blijf vechten voor vrijheid en democratie, overal ter wereld, ook in Nederland.”