Frances: ‘Mijn familie gaat met alle andere kinderen eten, en ik dan?’

Transgenders lopen tot op de dag van vandaag nog steeds veel risico om buitengesloten te worden

Door: Sanne Evers, 18-1-2020 

Het aantal discriminatiemeldingen van transgenders is in 2018, ten opzichte van 2017, met een kwart gestegen. Frances Geeraets(43) zit in transitie van man naar vrouw en heeft regelmatig te maken gehad met ongelijke behandeling. “Mijn halfzus noemt me ook nog steeds bij mijn jongensnaam.” 

Wist je al lang dat je vrouw wilde worden? 

“Ik wist het van kinds af aan eigenlijk al. Ik deed namelijk altijd meidendingen. Ik voetbalde ook wel eens, maar niet veel. Ik was vaker onder de meiden dan onder de jongens. Toen ik op mijn 25e op mezelf ging wonen, kocht ik ook alleen nog maar vrouwenondergoed en had ik wat jurken in de kast hangen. Die trok ik dan thuis aan. Ik heb nooit getwijfeld aan mezelf. Ik was er echt van overtuigd en ik wist het dus al vrij vroeg, maar dat ik echt uit de kast ben gekomen, is zo’n drie á vier jaar geleden.” 

Hoe reageerden familie en vrienden daarop? 

“Klote. Ik ben daardoor ook heel veel familie kwijtgeraakt. Bijna allemaal. En ook een aantal vrienden. Maar de vrienden die ik nu heb, daar weet ik wel van dat ze mijn echte vrienden zijn. Eén daarvan is heel speciaal. Die is er altijd voor me. Als ik naar een belangrijke afspraak ben geweest bij het VU in Amsterdam dan ga ik er altijd ff naar toe om te vertellen hoe het was geweest. Daar heb ik echt heel veel steun aan.” 

Door het kwijtraken van familie en vrienden zullen de feestdagen ook niet makkelijk voor je zijn. 

“Dat klopt, deze periode is altijd erg rot. En zeker vorig jaar. Toen belde mijn pleegmoeder twee weken voor de Kerst nog naar me op. Ze vroeg me wat ik deed met Kerst en ik vertelde haar dat ik op de bank tv ging kijken. Ik vroeg daarna wat zij ging doen en ze vertelde dat zij met alle andere kinderen gingen eten. Nou dat, dat maakte mij kwaad, dat maakte mij heel kwaad. Ik had zoiets van: ben ik dan geen kind meer van jullie ofzo? Zo kwam het over. Ze gaan met alle kinderen eten, en ik dan? Hoor ik daar niet bij? Ik heb toen gelijk de kerstboom afgebroken. Gelukkig heb ik dit jaar de kerst met mijn vriendin doorgebracht. Dat was supergezellig.” 

Hoe gaat het op je werk? 

“Ik ben nu de enige vrouwelijke industrieel spuiter in de fabriek en daar wordt toch af en toe vreemd naar gekeken. Ze doen anders sinds ik uit de kast ben gekomen. Ze praten ook minder met me. Vaak wordt er achter mijn rug geluld en worden er dingen gezegd die niet kloppen.” 

Zoals? 

“Dat ik ga stoppen met werken. Dat gaat dan rond in de fabriek waarna ik het vervolgens teruggekoppeld krijg van de baas.” 

Kun je uitleggen wat je voelt als er zulke negatieve dingen worden gezegd? 

“Ik ben gewoon wie ik ben. Wat mensen van me denken is hun ding. Maar als je het dan af en toe toch hoort, is dat niet leuk. Het ergste is dat ze het niet recht in je gezicht zeggen. Het komt altijd via een andere weg bij mij, wat alleen maar meer pijn doet. Collega’s vertellen vaak wat andere collega’s over me zeggen. Ik zeg altijd dat ze dat niet moeten doen. Ik heb liever dat ze dan naar de baas toe gaan, want ik word er niet beter van. Een tijdje geleden hoorde ik zelf wat er gezegd werd. Er werd toen zoiets lulligs gezegd en zoiets gemeens.” 

Wat werd er gezegd? 

“Kijk daar loopt die een of andere nog iets. Met d’r impotente tieten. Dat hoorde ik dus toen ik buiten stond. En ze wisten héél goed dat ik buiten stond. Het leek alsof ze expres harder aan het praten waren. Ik ben toen gelijk naar de baas gestapt en heb gezegd dat ik dit niet pik.” 

Hoe gaat je baas er mee om? 

“Hij is gelukkig een hele fijne man. Hij zegt altijd: als er iets is of als er iets gebeurt, kom naar me toe. Dat is wel fijn. Die staat wel echt achter me. Niet alleen de baas, maar ook zijn vrouw en kinderen.” 

Wat als mensen toch ‘hij’ of ‘hem’ tegen je zeggen? 

“Vaak doen ze dat onbewust en vind ik dat niet erg.” 

Zijn er ook mensen die het expres doen? 

“Ja, mijn halfzus. Zij zegt altijd: ik ken hem niet anders dan als jongen. Maar ja, ik ben nu toch echt veranderd, alleen kan zij dat niet accepteren. Daar heb ik af en toe wel moeite mee. Maar ik heb nu zoiets van: laat maar, het zal wel, alleen leuk is het niet. Ze noemt me ook nog steeds bij mijn jongensnaam. Dat vind ik ook niet leuk. Ik heb mijn naam niet voor niks laten veranderen. Ze heeft ook zeker wel haar goede kanten. Ze is ook wel eens mee geweest naar Amsterdam. Zij is eigenlijk de enige familie die ik nog heb dus die moet ik wel koesteren.”