Betere seksuele voorlichting om seksueel geweld tegen te gaan

Seksualiteit centrum Rutgers heeft een nieuwe campagne gelanceerd om seksueel geweld tegen te gaan. #TotHier pleit ervoor dat de overheid in actie komt en meer investeert in het voorkomen van seksueel geweld. Een van de voorwaarden is betere seksuele voorlichting op scholen. Jet Zurné, biologie docent op het Rudolf Steinercollege in Haarlem, vertelt waar de lessen nu nog te kort doen en waarom het zo belangrijk is dat dit verandert.

Volgens Rutgers krijgt 53% van de vrouwen en 22% van de mannen wel eens te maken met seksueel grensoverschrijdend gedrag. “Dit is nog steeds een groot probleem omdat een ‘nee’, of dat nou hardop wordt gezegd of niet, vaak niet serieus wordt genomen. Het signaal lijkt niet opgepakt te worden”, vertelt Jet Zurné (30). De school heeft in februari de Lang Leve De Liefde award gewonnen voor hun ‘uitblinkende’ seksuele voorlichtingslessen. Daarnaast zet Jet zich al langer in tegen seksueel geweld: vorig jaar was zij de eerste die tweette over het seksueel overschrijdend gedrag in het realityserie De Villa. De aflevering werd offline gehaald en er ontstond een debat rondom seksueel geweld. “Ik denk dat het begint bij de jeugd voorlichten en met ze praten over seksualiteit, grenzen aanvoelen en over waar de verantwoordelijkheid ligt. Zeker ook door veel grijsgebied situaties met jongeren te bespreken. Dat doe ik veel tijdens mijn lessen. Ik denk dat het daar begint: het kweken van empathie en je verplaatsen in een ander. Ik geloof dat emotionele ontwikkeling aan te leren is.”

Seksuele voorlichting zoals Jet het op school geleerd kreeg ging vooral over SOA’s, zwangerschappen en ‘seks is gevaarlijk’. Nu ze zelf voor de klas staat mist ze onderwerpen als geaardheid en gender, en de boodschap dat er een plek is in haar lokaal, maar ook in Nederland, voor iedereen. Dat is haar uitgangspunt. Altijd vanuit liefde het gesprek voeren, vanuit acceptatie naar iedereen. “Door leerlingen goede lessen te geven over relaties en seksualiteit leren zij wat de gezonde norm is en onder welke voorwaarden je fijne en leuke seks kan hebben.”

Dit gaat er fout
Maar waar gaat het dan mis op scholen tijdens seksuele voorlichting lessen? “Ik denk dat als we het hebben over seksueel geweld er eigenlijk nog een stukje redactionele vorming in zit. Hoe ziet een gezonde relatie eruit? Hoe los je conflicten op een gezonde manier op? Dat weten volwassenen zelfs vaak niet.” Volgens Jet gaat het om meer dan alleen grenzen leren aangeven. Hoe praat je bijvoorbeeld met elkaar nadat er iets is gebeurd wat de een misschien anders heeft ervaren dan de ander? In de klas bespreekt ze zulke situaties met de leerlingen. “Je kan onbedoeld een grens over zijn gegaan. Leer naar elkaar luisteren. Zorg dat diegene zich gehoord voelt.”

In het pleidooi voor de #TotHier campagne benoemt de biologie docente de kloof die er heerst tussen theorie en praktijk, bijvoorbeeld als leerlingen les krijgen over voorbehoedsmiddelen. Op het moment dat iemand in een seksuele situatie komt, kan diegene soms gewoon letterlijk niet met zijn hoofd bij de theorie die is geleerd op school. Het is volgens haar daarom heel belangrijk om opdrachten te doen waarbij leerlingen na moeten denken over op wat voor moment je het condoom pakt en hoe je een gesprek daarover begint. “Trek het dus altijd naar sociale situaties toe, zodat er ook onderwerpen als grenzen bij komen kijken. In de praktijk zal het dan veel makkelijker gaan, omdat je daar al een keer bij bent geweest met je hoofd: bij verstandige keuzes die jezelf en de ander beschermen.”

De gesprekken in de lessen worden dus steeds naar sociale en persoonlijke situaties getrokken, maar het is belangrijk dat hierbij nooit de seksualiteit van de leerling of de docent als voorbeeld wordt genomen. “Om ze serieus over seksualiteit te laten praten is het heel belangrijk om dus nooit die grens over te gaan, want dan worden er opmerkingen geroepen en dan wordt het meteen een onveilige situatie. Het moet altijd over seksualiteit in zijn algemeenheid gaan.” Jet gebruikt in haar lessen het liefst ook niet alleen maar voorbeelden die ‘het jonge meisje’ betreffen. Wanneer er namen worden gebruikt, gebruik dan niet alleen Nederlandse namen, benadrukt ze. Maak het zo inclusief mogelijk.

Erkende methodes en structurele aandacht
Om het plan van Rutgers te kunnen realiseren vindt Jet dat scholen alleen erkende methodes mogen gebruiken, maar deze moeten wel aan een aantal voorwaarden voldoen, zoals onderwerpen als grenzen en inclusiviteit. Daarnaast is het belangrijk dat scholen hier niet eenmalig aandacht aan besteden. In elke leeftijdsfase spelen er andere dingen; structurele aandacht is dus erg van belang. Zo ook bij Jet op school. “In de eerste klas gaat het over de puberteit en de verandering van je lichaam. Het hoeft nog helemaal niet zo seksueel te zijn.” In het tweede jaar denken leerlingen vaak heel erg zwart-wit, vertelt ze, daarom is dat een goed jaar om SOA’s en condooms te behandelen in de les. “In de derde klas komt het sociale gedeelte. Dan kan je het juist weer heel goed over grenzen hebben.” In de latere jaren hebben leerlingen weer opnieuw behoefte naar uitleg over SOA’s, condooms en spiraaltjes. “Ze willen dan eigenlijk toch wel weer weten hoe het zit, dus dat herhalen is heel erg belangrijk. Het is ook interessant om dan de sociale structuren onder de loep te nemen, bijvoorbeeld slutshaming en victimblaming.”

Sociale structuren
Victimblaming, ook wel slachtofferbeschuldiging, is iets wat volgens Jet een blijvend probleem is. Een mogelijke verklaring is dat mensen niet willen geloven dat hen iets kan overkomen. “Wanneer iemand die jij aardig vindt wordt beschuldigd van grensoverschrijdend gedrag, is waarschijnlijk het eerste wat je denkt: ‘het was vast niet zo bedoeld’. Dat is een eerste reactie, maar door het in de lessen hierover te hebben kunnen leerlingen leren om dit bij zichzelf te herkennen. Ik wil heel graag jongeren die zich hier bewust van zijn.” Het klassengesprek is daarom voor Jet het belangrijkst, door zelf situaties te bedenken en actualiteiten te bespreken. “Uiteindelijk zeg ik altijd: het hoeft geen biologie docent te zijn die de lessen geeft. Het moet vooral iemand zijn die zich hier prettig bij voelt en die dat soort gesprekken wil en kan voeren.”