“Het krijtbord mis ik wel! Dat moet echt terugkomen.”

Nostalgie Basisonderwijs

Tekst: Tieme Bruurs | Beeld: Dhr. Braat

Wat voor nostalgische gevoelens heeft een basisschooldocent? De 55-jarige Jeanette Vissers is al meer dan dertig jaar actief in het basisonderwijs. Ze heeft gewerkt op verschillende basisscholen in de regio Midden-Brabant en heeft lesgegeven aan alle leeftijdsgroepen. Op dit moment werkt ze bij OBS De Springplank in ’s Gravenmoer.

Wat betekent nostalgie in het onderwijs voor jou?

“Dan denk ik met name aan het krijtbord. Ik vond het altijd heel erg leuk om bijvoorbeeld bij rekenen los te gaan met staartdelingen. Nu kan dat niet meer omdat je alleen maar digiborden hebt. Ik ben altijd vrij bewegelijk als ik uitleg, op een krijtbord kun je heel veel bewegingen kwijt. Een goed voorbeeld is schrijfles. Dat kun je niet goed op een digibord geven omdat het bijna niet netjes kan. Met een digibord zijn veel dingetjes ook al voorbereid waardoor het voor mij als docent saaier is. Dan druk je op een knopje en verschijnt er een opdracht. Er zitten ook wel voordelen aan de modernisering hoor. Zo kun je supersnel een filmpje laten zien op het digibord. Een ander voorbeeld is ‘Snappet’; een systeem waarbij de kinderen werken met tablets. Die tablets kijken ook onmiddellijk na. Dat is een groot voordeel want het systeem onthoudt waar de kinderen wel en niet goed in zijn.”

Mis je het nakijkwerk soms?

“Ja. Je kunt op je scherm volgen wat de kinderen doen, maar ik vind toch dat je iets minder overzicht hebt. Dat je iets minder gevoel erbij hebt. Eigenlijk moet je zoeken naar de balans tussen ouderwets en digitaal. Denk bijvoorbeeld aan handvaardigheid. Als je kinderen daarbij laat opzoeken, gaan ze nadoen. In plaats van dat ze met de aanwezige materialen zonder instructie aan de slag gaan, willen ze een voorbeeldplaatje hebben. Ik vind dat geen creativiteit meer en ook onnodig. Vroeger kwamen er zonder voorbeelden van het internet namelijk ook al hele mooie creaties uit. Ook werkstukken laten maken op papier. Kinderen schrijven bijna niet meer en dat merk je helaas heel goed. Je ziet sowieso dat de motoriek van kinderen steeds minder goed wordt. Wij hebben al een tijdje skeelerles op school. Vroeger kon iedereen in groep 8 skeeleren, nu maar drie op de dertig.”

“We hadden een keer les over de Romeinen. Toen zei een jongetje: “Jij weet daar zoveel van, omdat je in die tijd ook nog op school zat!”

Wordt er van de docenten verwacht dat ze ook meegaan in de modernisering?

“Ja, maar het lastige is dat de technologie niet stabiel is. Dan ga je bijvoorbeeld een filmpje kijken op het digibord en dan doet het geluid het niet. Er zijn alleen maar leraren op school, dus dan zit je klem met je lessen. De kinderen worden daar onrustig van. Ik weet altijd voor mijn lessen wat de doelen zijn. Als het systeem dan niet werkt, schud ik even iets ouderwets uit mijn mouw. Dat vinden de kinderen leuk. Maar dan duurt het wel even. In die tijd dat ik bijvoorbeeld even wat moet kopiëren zijn ze heel onrustig want geduld kennen ze niet.“

Wat mis je het meest aan hoe het vroeger was om les te geven?

“Ik vind dat er tegenwoordig heel veel tijdsdruk is. Vroeger had ik genoeg tijd om op mijn gemak dingetjes te doen. Dan kon je bijvoorbeeld een hele middag knutselen. Daar heb je nu geen tijd meer voor. Terwijl de kinderen dat eigenlijk nog wel heel erg nodig hebben. Het is tegenwoordig allemaal heel erg cognitief. Gericht op reken- en taaldoelen halen. Heel veel toetsen. En als ze dan ergens slecht op scoren, moeten ze dat onderdeel nog eens extra doen. Waar ze meestal dan niet zo gemotiveerd voor zijn, want dat is dan niet hun sterkste kant. Dat systeem vind ik niet werken. Vroeger werd er veel minder getoetst, en hoewel we al wel bezig waren met de reken- en taaldoelen, kon je ook uitgebreid aardrijkskunde, geschiedenis, biologie, knutselen en tekenen geven. Ik ging vroeger met de kinderen bloemen plukken langs de sloot. Dan hoefde ik niet eerst toestemming te vragen. Nu moet dat wel. Ik heb veel minder vrijheid. Het ligt helemaal vast.”

Probeer je jouw leerlingen ook te vertellen over hoe het er vroeger aan toe ging?

“Dat vragen ze weleens ja. Maar vooral kleine kinderen hebben daar aparte ideeën over. We hadden een keer les over de Romeinen. Toen zei een jongetje: “Jij weet daar zoveel van, omdat je in die tijd ook nog op school zat!” Dus dat is nog niet altijd even duidelijk.”

“Nu er extra geld beschikbaar is gesteld door de regering zie je dat vakdocenten dit jaar in ere zijn hersteld.”

Zijn er bepaalde dingen van vroeger die weer aan het terugkomen zijn?

“Misschien wel handvaardigheidslessen. Vroeger had je een vakleraar handvaardigheid. De laatste jaren is het zo geweest dat leraren alle vakken weer zelf moeten geven. Gym, handvaardigheid, tekenen en muziek. Nu er extra geld beschikbaar is gesteld door de regering zie je dat vakdocenten dit jaar in ere zijn hersteld. Dat vind ik heel positief, want niet alle leraren kunnen goed zijn in alle vakken. Ik heb dat zelf met muziek. Het liefste heb je een docent die een instrument bespeelt. Ik speel zelf geen instrument en daardoor vind ik mijn lessen voor dat vak minder goed.”

Wat zou absoluut niet moeten terugkomen?

“Een hele dag stilzitten in je eentje. Dat hele klassikale en leerkracht gestuurde. Ik denk dat dat niet meer terugkomt en dat moet ook zo. Kinderen krijgen nu meer ruimte om samen te werken. Ik heb ook geen nostalgisch gevoel bij die zeggenschap. Het krijtbord mis ik wel! Dat moet echt terugkomen.”