“De mensen zijn vele malen interessanter dan hun ziektes”

Een huisarts is bekend bij iedereen en onmisbaar in onze gezondheidszorg. Er is tegenwoordig een grote hoeveelheid aan specialisten, maar toch blijft de huisarts de eerste waar men heen stapt. De huisarts is een generalist en kent de sociale achtergrond van de patiënt en de meeste mensen blijven dan ook het grootste gedeelte van hun leven bij dezelfde huisarts. Bote Koebrugge is jarenlang huisarts geweest en heeft dit tot aan zijn pensioen met liefde gedaan. Hij vertelt dan ook met weemoed over zijn ervaringen.

De motivatie om huisarts te worden begon bij Bote niet bij een interesse in het vak maar bij de drang om uit huis te gaan. “Ik wilde op mijn achttiende heel graag uit huis, het leek me leuk en ik wilde graag vrij zijn. Dus koos ik er in eerste instantie voor om tandheelkunde te studeren zodat ik op kamers kon. Dit heb ik een à twee jaar gedaan voordat ik overstapte naar de studie medicijnen. Ik vond deze studie vele malen interessanter en heb het ook met veel plezier gedaan. Toen ik afgestudeerd was, twijfelde ik wat ik wilde gaan doen. Ik had wel interesse in de psychiatrie dus daar ben ik een aantal jaar werkzaam in geweest. De psychiatrie is mentaal heel zwaar, want je moet jezelf constant inleven in de patiënten en hun mentale gesteldheid. Dit beviel mij minder en daarom koos ik ervoor om tussen de ‘normale’ mensen te werken en kwam ik bij het vak huisarts terecht. Ik hoorde nog bij de vorige lichting, dus er was nog geen huisartsgeneeskunde. Je begon als assistent in de praktijk en leerde zo het vak.”

Later is hij zijn eigen praktijk aan huis begonnen in de Arnhemse wijk Malburgen. In die tijd werd Malburgen gezien als een achterstandswijk, het afvoerputje van de andere wijken in Arnhem. “Iedereen die in de rest van Arnhem geen plek kon vinden, kwam naar Malburgen toe. Het was een echte volksbuurt waar veel mensen familie van elkaar waren. Hierdoor kwamen er verschillende generaties uit dezelfde familie bij mij in de praktijk. Dit vond ik ook een van de leukste dingen aan huisarts zijn in een wijk zoals deze. De mensen zijn vele malen interessanter dan hun ziektes.”

Malburgen bleek ook interessant voor mensen die naar Nederland waren geëmigreerd. “In alle jaren dat ik mijn praktijk in Malburgen had, heb ik ongeveer 30 verschillende nationaliteiten langs zien komen. Er was haast geen conflict in de wereld waar ik geen representanten van had. Van de opstand in Tsjecho-Slowakije tot aan Chili, hiervan zijn allemaal patiënten in mijn praktijk geweest.”

Zoals bij bijna elk vak zijn er door de jaren heen veel dingen veranderd, zo ook in het vak van huisarts. In het begin van deze eeuw zijn er een aantal zaken rondom de dienststructuur veranderd. “Vroeger werkte je in een praktijk aan huis met ongeveer 6 à 7 man. Je diende 24/7 beschikbaar te zijn. Het voordeel aan een praktijk aan huis hebben was dat je leefde tussen de mensen die je behandelde. Je kwam ze niet alleen in je praktijk tegen, maar ook gewoon in de winkel. Toen had je als huisarts ook wel een ander soort band met je patiënten. Tegenwoordig zitten er meerdere huisartsen onder een dak en wordt er meer samengewerkt. Praktijken zijn vaak niet meer aan huis en huisartsen zijn ook niet meer 24/7 bereikbaar. Patiënten zijn hier niet altijd blij mee want vaak wil men toch wel zijn of haar eigen huisarts. Deze verandering heeft echter wel de werkdruk voor de huisarts verbeterd en verlaagd.”

Ook het internet heeft voor veranderingen gezorgd. Waar de huisarts vroeger nog meer als raadsman diende, stapt men nu sneller naar het internet. Maar toch is de medische consumptie daardoor niet afgenomen. “Door de komst van het internet worden de klachten vaker van tevoren opgezocht. Dit weerhield mijn patiënten er echter niet van naar de praktijk komen. Vaak hadden ze door het internet een bepaald idee van waar de klachten door zouden komen, dit klopte natuurlijk niet altijd dus het was maar goed dat ze alsnog langskwamen.”

Als huisarts krijg je met veel verschillende mensen te maken. Dit zijn vaak fijne ervaringen, zoals baby’s die worden geboren en die je ziet opgroeien. Helaas zijn er ook minder leuke gebeurtenissen, zoals de dood van een patiënt. “Een van de zwaarste dingen die ik als huisarts heb meegemaakt is toch wel het overlijden van jonge kinderen. Ik heb in mijn praktijk meerdere kinderen gehad met het meningokokkenvirus. ’s Ochtends waren ze nog buiten aan het spelen en aan het einde van de dag waren ze plotseling overleden. Dat hakt er wel in. Gelukkig heb ik maar zeven van deze gevallen meegemaakt, waarvan vier het hebben overleefd. Ook suïcide is iets wat toch altijd wel een groot onderwerp blijft, met name onder jongeren. Dat was vroeger al zo, maar dat is nu nog steeds iets waar huisartsen veel mee te maken hebben. Het maakt niet uit in welke tijd het gebeurt, het blijft even heftig.”

Na 25 jaar werkzaam te zijn geweest als huisarts en vele ervaringen rijker, moest Bote in 2002 met pensioen. Dit viel hem zwaar. “In de eerste paar jaar van mijn pensioen miste ik mijn vak enorm. Ik ben een groot deel van mijn leven elke dag onder de mensen geweest. Iedere keer kwam ik thuis met nieuwe verhalen en dit was ineens afgelopen. Mijn vrouw werd ziek en we wilden samen beginnen aan het volgende gedeelte van ons leven samen. Hierdoor heb ik er geen spijt gehad van dat ik op 59-jarige leeftijd al met pensioen ging, maar ik bleef het jammer vinden dat ik niet meer tussen de mensen en hun verhalen leefde.”