‘Zóveel blowen doe je niet zomaar’

Een lekker blowtje op zijn tijd kan heel fijn zijn. Het werkt ontspannend, kan pijn verlichten en het lijkt minder schadelijk dan het gebruik van andere drugs. Toch kan er achter een jointje meer schuil gaan dan je denkt.

Door: Janna van der Elst

In 2014 waren er volgens het Trimbos-instituut 130 duizend Nederlanders die dagelijks cannabis gebruikten en in 2015 waren er bijna 11 duizend mensen in behandeling wegens een cannabisverslaving. Hoe raak je zo in de ban van deze drug dat je niet meer zonder kan? Joris (22) deelt zijn verhaal. Zijn omgeving weet dat hij regelmatig blowt, maar doordat hij in zijn dagelijks leven nog prima functioneert heeft niemand door hoe verslaafd hij eigenlijk is.

‘Toen ik twaalf was heb ik voor het eerst, samen met vrienden, een jointje gerookt. Ik woonde bij mijn ouders, met mijn twee jaar oudere broer en mijn drie jaar jongere zusje. Mijn broer heeft al sinds hij een jaar of vijftien was een alcoholverslaving, en ook mijn ouders durf ik licht verslaafd aan alcohol te noemen. Dit zorgde voor de nodige problemen en er was altijd veel ruzie.

In het begin stond het blowen los van mijn thuissituatie. Ik deed het voor de lol met vrienden, uit nieuwsgierigheid. Op een gegeven moment kwam er wel een punt dat ik merkte dat de ruzies thuis na het blowen beter te verdragen waren. Ik trok me terug en stond hierdoor meer op de achtergrond.

De eerste keer dat ik dit merkte was met carnaval, toen ik een jaar of veertien was. Ik was aan het werk bij een kroeg in ons dorp, toen er een jongen uit de buurt naar me toe kwam met de mededeling dat de politie voor de deur van mijn huis stond. Mijn broer was te laat, en veel te dronken, thuisgekomen en hij had mijn moeder met een mes bedreigd. Uiteindelijk heeft hij zelfs een baksteen door het raam gegooid. Toen mijn baas vroeg of hij me naar huis moest brengen, bedankte ik hem. Ik ging wel lopen, dan kon ik een jointje roken. Op dit moment besefte ik nog niet dat ik het blowen echt gebruikte om beter om te kunnen gaan met de stress thuis.

Mijn broer ging na dit incident op 16-jarige leeftijd uit huis, maar een rustige thuissituatie was er nog steeds niet. Mijn zusje had hierdoor enorme gedragsproblemen, en was zelfs suïcidaal. Zij heeft uiteindelijk zelf contact opgenomen met Jeugdzorg, omdat ze echt niet meer thuis wilde wonen. Die namen dit natuurlijk heel serieus, waardoor zij op haar veertiende in een crisisopvang van Jeugdzorg terecht kwam. Ik zeg altijd dat ik als enige thuis kon blijven wonen door het blowen. Ik werd er rustiger van, waardoor ik de ruzies en de stress beter aankon.

Ik deed nog steeds alle dingen die ik moest doen, terwijl ik wel zes joints per dag rookte.

Ondertussen waren we uit ons oude dorp verhuisd en ik woonde op de zolder. Hierdoor had ik wat minder te maken met mijn ouders. Ze wisten wel dat ik af en toe blowde, maar zolang het mijn school en werk niet beïnvloedde, hadden ze hier geen problemen mee. Ik deed nog steeds alle dingen die ik moest doen, terwijl ik wel zes joints per dag rookte.

Anderhalf jaar geleden ben ik op mezelf gaan wonen. Er ontstond een nieuwe reden om te gaan blowen: verveling. Ik werkte een paar dagen in de week, af en toe ging ik chillen met vrienden, maar de rest van de tijd zat ik alleen. Om dat gat op te vullen ging ik toen zo’n tien joints per dag roken. Alleen zijn betekent dat ik meer ga nadenken, wat resulteert in meer blowen. Daarom blijf ik graag bezig, dan heb ik dat niet nodig.

Inmiddels weet ik mijn tijd beter op te vullen. Als ik een vrije dag heb rook ik ongeveer vier joints, maar als ik moet werken is dat er vaak maar één. Ik ben kok bij een eetcafé, dus ik kan het echt niet maken om te blowen voor of tijdens het werk. Ik werk met hete pannen en scherpe messen. Bovendien ben je niet verzekerd als je onder invloed aan het werken bent. Het lukt me prima om het blowen uit te stellen tot na mijn werk, dan doe ik voor het slapen een jointje zodat ik niet nuchter naar bed hoef. Als ik dat wel doe, krijg ik enorme nachtmerries. Ik ben wel eens gestopt met blowen, maar door die heftige dromen sliep ik niet meer. Dit was zo slopend, dat ik het maar een week of drie heb volgehouden.

Aan de ene kant wil ik graag stoppen met blowen. Koken is mijn passie. Het is mijn droom om aan de slag te gaan in de culinaire top. In Nederland, om te beginnen. Ik weet ook wel dat dat niet gaat lukken als ik blijf blowen, maar in mijn eentje stoppen kan ik niet meer. Hier zal ik professionele hulp bij nodig hebben. Met mijn huidige baan gaat het nog prima. Dat is misschien ook juist het gevaar voor mij; ik functioneer in mijn dagelijks leven prima, ondanks het blowen.

Ik geef niemand anders dan mezelf de schuld van mijn verslaving. Als er thuis niet zoveel problemen waren geweest had ik het waarschijnlijk niet nodig gehad om zo veel te blowen, maar toch zie ik het als mijn eigen keuze. Met mijn broer heb ik geen contact meer, maar het contact met mijn ouders en zusje is goed. Er zijn alleen wat vrienden die weten dat ik verslaafd ben, maar niet welk verhaal erachter zit. Zij zijn zelf ook verslaafd en daar ken ik ook de verhalen niet van. We hebben het hier dan ook niet echt over, we blowen gewoon samen. Misschien moet ik het eens aan ze vragen, want zóveel blowen doe je niet zomaar. Daar zit altijd meer achter.’

Uit privacyoverwegingen is de naam van de geïnterviewde veranderd.