Een wijk met twee gezichten

Wanneer wij het metrostation uitlopen, waait de gure, koude wind ons tegemoet. Terwijl wij de trap vanuit de metro op lopen, krijgen we meteen een eerste indruk te zien van Kralingen. We komen uit op het Oostplein. Meteen zien we links van ons de jachthaven ‘’De Rotterdamsche Admiraliteit’’ Een klein haventje met hier en daar een schattig bootje. Aan de andere kant zien we een sobere flats met relatief veel televisieschotels. Naast deze eenvoudige huizen, viel wel op dat er authentieke rijtjeshuizen met klassieke gevels aanwezig waren. Het contrast tussen deze twee typen woningen is misschien nog groter dan het contrast tussen zwart en wit. Dit is eigenlijk wel een karakteristieke beeld van Kralingen-West. Hoe verder we naar het oosten lopen, hoe meer perkjes, bomen en plantsoenen je tegenkomt. Daarnaast verandert het straatbeeld van rijtjeshuizen en flats naar grote, vrijstaande en luxueuze huizen.

In Kralingen wonen er vooral blanke mensen. We spreken een jonge blanke vrouw, die onderweg was om haar dochtertje van school op te halen. Zij vertelde trots over haar wijk: “Wanneer je hier woont, heb je niet het gevoel dat je in de stad woont, terwijl je in acht minuten met de metro in het centrum zit. Je hebt hier een ongekende rust die je nergens anders dicht bij het centrum ervaart”.

We reizen oostwaarts verder met de tram. Na uitgecheckt te hebben met de OV-chipkaart trekt het piepkleine ‘Woudestein’ van Excelsior onze aandacht. Het biedt slechts plaats aan 4500 toeschouwers. We lopen de straat uit langs het stadion en zien recht voor ons de enorme gebouwen van de Erasmus Universiteit. Terwijl we hier naar toe lopen, horen we een bouwvakker in het plat Rotterdams zingen. Er wordt in dit gedeelte van de wijk flink vernieuwd en gebouwd. Eenmaal aangekomen bij de universiteit, valt ons op dat door de vele voorzieningen en enorme mensenmassa het net een klein dorp is. In tegenstelling tot het woongedeelte van Kralingen is er hier wel sprake van etnische diversiteit, doordat er hier veel buitenlandse studenten naar school gaan.

Door: Pieter Soethout en Wessel Poldermans