“Wij functioneren prima zonder traditionele bedrijfsstructuur”

Jos de Blok, oprichter buurtzorg. Foto: PR

Zonder traditionele bedrijfsstructuur met managers, teamleiders en afdelingshoofden met goed resultaat een succesvol bedrijf runnen. Het lijkt in de moderne samenleving haast onmogelijk. Toch is dat het speerpunt van Buurtzorg Nederland, een bedrijf in de thuiszorg, met slechts één klein kantoor in Almelo.

Guus Krijnen, 4 januari 2020

Buurtzorg Nederland werd in 2006 opgericht door Jos de Blok en zijn vrouw. Sindsdien is het hard gegroeid, en is Buurtzorg sinds 2018 zelfs marktleider in het leveren van thuiszorg.
Het bijzondere aan het concept van Buurtzorg is dat er geen groot hoofdkantoor is in de Randstad dat gevuld is met mannen in pakken die de dagelijkse koers van het bedrijf bepalen. Het hoofdkantoor is namelijk een klein kantoor in Almelo, gevuld met slechts vijftig medewerkers die voornamelijk taken als “human resources” en financiën uitvoeren. Volgens de Blok (60) is deze bedrijfsstructuur vele malen beter dan de bedrijfsstructuren van andere grote bedrijven. De Blok: “Buurtzorg loopt als een trein, levert goede en efficiënte zorg en mede daardoor denk ik dat we bovenaan staan in de markt.”
Die efficiënte zorg heeft het bedrijf wederom ook te danken aan de bijzondere manier waarop het bedrijf draait. Er zijn namelijk geen managers of leidinggevenden die een hele stad of wijk aanvoeren en draaiende houden. Direct onder het management van Buurtzorg staan namelijk de teams die per wijk de zorg leveren. Deze teams spreken met elkaar af wie welke patiënt onder zijn of haar hoede neemt. “Het enige wat ik nodig heb in mijn teams zijn goede verzorgers, die zelfstandig kunnen werken en een passie hebben voor het verbeteren van de leefomstandigheden van hun patiënt”, aldus e Blok.

In elk team zit een teamlid dat communiceert met het hoofdkantoor in Almelo. Dit teamlid is nodig voor essentiële onderdelen, zoals het doorkrijgen van nieuwe of vertrekkende patiënten, maar ook voor het doorgeven van de gewerkte uren van elk individueel teamlid. Verder is dit teamlid geen leidinggevende, hij of zij staat namelijk op dezelfde plek in de bedrijfshiërarchie als de rest van het team. De Blok: “Door alle teamleden gelijk aan elkaar te maken kunnen ze betere afspraken met elkaar maken. Ook dat zorgt weer voor betere zorg richting de zorgbehoevende.
Sommige verplegers hebben namelijk een goede band met een bepaalde patiënt, het team weet dat en koppelt daarom sneller deze verpleger aan deze patiënt. Een manager die boven het team zou staan en de planningen maakt is hier sneller niet van op de hoogte, wat niet ten goede is voor ons proces.”

Volgens De Blok is deze structuur een vooruitgang in een maatschappij die vastzit aan managers en leidinggevenden. Er is zelfs al interesse vanuit verschillende buitenlandse bedrijven naar de opzet van De Blok. Daarnaast geeft hij geregeld lezingen waarin hij vertelt over zijn denkwijzen en overtuigingen. Hierin vertelt hij over wat er beter kan, en hoe we als maatschappij beter kunnen worden van deze ideeën. De Blok: “Bedenk maar eens, wanneer je je niet prettig voelt op je werkplek dan komt dat vaak doordat je een leidinggevende hebt die je totaal niet ligt. Het probleem dat daarbij komt kijken is dat het lastig is om je daar niet aan te ergeren omdat je dagelijks te maken hebt met deze teamleider of manager. Door geen managers of teamleiders te hanteren zorgen we dus ook voor een fijnere werkomgeving. Er is niet iemand die beter is, of meer verdient. Iedereen is gelijk.”

Desgevraagd legt De Blok uit dat zijn idee ook in veel sectoren uit te vouwen is, waarvan soms op manieren die je misschien niet verwacht. Hierbij moet je denken aan grote bedrijven en banken, maar De Blok is ook een groot fan van het Montessori principe voor basisscholen. Leerlingen leren dan namelijk zelfstandig zijn, zichzelf ontpoppen en zelf beter worden in de dingen waar zij passie voor voelen.
Natuurlijk zijn docenten nodig, in het onderwijzen, en in het geven van hulp waar dat nodig mocht zijn. De Blok denkt daarbij ook dat sommige vakken helemaal niet verplicht zouden moeten zijn. “Wat heeft een kind aan het leren van scheikunde of natuurkunde als hij daar alleen maar een ontzettende hekel aan heeft. We moeten van jongs af aan al veel meer uit leren gaan van de kracht van mensen. Docenten op scholen krijgen de taak om leerlingen te leren wat ze willen. Maar op die manier sneeuwen we ambities en overtuigingen onder. We moeten in plaats van mensen leiden, mensen gaan sturen. Mensen begeleiden in wat ze daadwerkelijk willen. Daar kunnen we als maatschappij alleen maar beter van worden.”