Wethouder in de schoolbanken op Taalschool Jeanne d’Arc

“Iedereen uniek, samen sterk.” Dat is het motto van de Jeanne d’Arc jenaplan basisschool in Tilburg. Op deze school kunnen kinderen hun talenten ontwikkelen. Bovendien bevindt zich in de school ook een taalschool. Hier leren anderstalige kinderen op een intensieve manier de Nederlandse taal en worden zij klaargestoomd voor het reguliere onderwijs.
De gemeenteraad van Tilburg zet zich graag in voor het onderwijs. Op donderdag 8 februari nam Marcelle Hendrickx, wethouder van het onderwijs in Tilburg, een kijkje op de school.

Door Robin Verschuuren

Bron: Robin Verschuuren

Het is half negen als de schoolbel gaat. Langzaam stromen de kinderen de klas in. Nadat ze de juffen gedag hebben gezegd zoeken de kinderen een plekje in de kring. Als iedereen op zijn plek zit wordt de dag besproken. “Vandaag krijgen we heel veel bezoek”, zegt juf Diana. “Er komen een paar mensen van Plein013 kijken onder wie de directeur van Plein013, én de wethouder Marcelle komt. Zij is een soort baas van Tilburg en is benieuwd naar hoe wij leren op school, daarom komt zij een ochtend meelopen.”

De kinderen zijn dolenthousiast, en als Marcelle voor de deur staat houden ze het niet meer. Vrolijk en vol bewondering luisteren en kijken ze naar de wethouder. Twee leerlingen, Daria en Annia, heten de wethouder welkom in het Pools, de moedertaal van de meisjes. “Ik kon een aantal woorden verstaan maar het was erg lastig om jullie te begrijpen”, zegt Marcelle. Dit is precies wat de kinderen van de taalschool ook hebben ervaren toen ze in Nederland kwamen wonen. Het is moeilijk om je verstaanbaar te maken in een land waar je niet vandaan komt, maar hier leren de kinderen de Nederlandse taal.

De leerlingen willen dan ook al te graag laten horen hoe goed Nederlands zij spreken. De eerste les ‘zien is snappen’ gaat beginnen. “In deze les leren de kinderen om zinnen in drie delen te hakken: wie, doet, wat. Zo wordt de taal inzichtelijk gemaakt”, legt Diana uit aan Marcelle. De wethouder sluit aan bij een groepje en doet gezellig mee. Als het haar beurt is maakt Marcelle de zin “Ik werk heel hard”. De 8-jarige Anton roept vrolijk “ik werk ook hard!” waarop Marcelle moet lachen.

De wie, doet en wat zitten er ondertussen wel goed in. Het wordt tijd voor een uitdaging; het zinsdeel ‘waar’ komt er nu ook bij. Als ook dit goed lukt sluit juf Diana de les af. De klas is nieuwsgierig naar de mening van Marcelle. Wat vond zij eigenlijk van de les?
“Ik vond het erg leuk, maar de les was best moeilijk. Jullie deden het super goed! Ik kon ook goed met jullie praten want jullie kunnen zó goed Nederlands. Ja, het was heel leuk.” zegt Marcelle.

De tijd met de wethouder zit er al bijna op. Marcelle is benieuwd waar iedereen vandaan komt. In de klas zijn zeven nationaliteiten te bekennen; de Filipijnen, Bulgarije, Polen, Syrië, Turkije, Macedonië, Eritrea en Thailand. “En waar komt u vandaan?” vraagt een nieuwsgierige leerling. Het hemd wordt van Marcelle’s lijf gevraagd. Nadat de kinderen álles weten van de ‘baas van Tilburg’ is het voor haar echt tijd om weer verder te gaan. Er is nog genoeg te doen in Tilburg, maar op de Taalschool van de Jeanne d’Arc zit het allemaal wel goed.