Werken in de uitvaartzorg: “Wanneer ik hoor dat een familie tevreden is, geeft dat me energie”

Danny Leijten- Bijvank is 29 en werkt al drie jaar in de uitvaartzorg, hier verzorgt hij overledenen zodat de nabestaanden een fijne laatste herinnering kunnen hebben aan hun dierbare. Ook begeleid hij deze laatste bezoeken voor de uitvaart om ervoor te zorgen dat iedereen op zijn eigen manier afscheid kan nemen.Onder zijn collega’s is Danny de jongste, waarom heeft hij op deze leeftijd al gekozen voor dit emotioneel zware beroep?

Danny in de ontvangsthal van het uitvaartcentrum.

“ Toen mijn schoonmoeder op sterven lag, ben ik voor het eerst in aanraking gekomen met de uitvaartzorg. Zij heeft toen aan mij en mijn man gevraagd of we de laatste verzorging mee wilde doen zodra ze overleden was, natuurlijk gingen wij hier mee akkoord. Toen de tijd daar was en we de verzorging hadden gehad, wist ik het meteen; hier wilde ik mijn werk van maken.
Mijn man en mijn moeder hebben me van het begin af aan gesteund in deze keuze, mijn vader had zo zijn twijfels, het is natuurlijk ook een heftig beroep, maar na een aantal goede gesprekken begreep ook hij mijn keuze.

Wanneer je bij DELA komt werken word je niet meteen vol aan het werk gezet, omdat het een heftig beroep is en je veel verschillende dingen tegenkomt, krijg je eerst de tijd om het op te bouwen. Zo begin je dan bijvoorbeeld met de verzorging van iemand die aan de ouderdom overleden is en werk je langzaam naar de heftigere dingen toe, zoals bijvoorbeeld zelfdoding of jonge overledenen. Ik ben zelf van nature best wel nieuwsgierig dus wilde al snel de volgende stappen zetten en zoveel mogelijk meekrijgen van alles. Mijn collega’s hebben me toen in bescherming genomen en we hebben er samen voor gezorgd dat ik niet te snel ging en mezelf alle tijd gaf om aan alles te wennen.

In het begin liep ik wel tegen dingen aan vanwege mijn leeftijd, al waren dit voornamelijk aannames van mij. Wanneer ik jonge overledenen verzorgde met bijvoorbeeld hun moeder, dacht ik bij mezelf dat ze waarschijnlijk liever een verzorging zou doen met een volwassen vrouw zodat ze een beetje op het zelfde niveau zaten. Maar je merkt al heel snel dat dit eigenlijk niet uitmaakt voor het werk wat je doet, zolang je de juiste hulp en zorg biedt, maakt het niet uit wie er staat en zijn de reacties achteraf alleen maar dankbaar.

Ik merk wel, omdat ik zo jong ben, dat het werk dat ik nu op deze locatie doe het enige is wat ik kan doen, ik heb hier momenteel geen doorgroeimogelijkheden. Stel dat ik echt richting een leidinggevende functie wil, moet ik de overstap gaan maken naar het crematorium waar ik mezelf verder kan ontwikkelen. Dit is iets waar ik momenteel ook mee bezig ben, ik loop nu ook stage op een andere locatie om meer ervaring op te doen.
Het werk dat ik nu doe, de verzorging van overledenen is niet iets wat ik tot aan mijn pensioen kan en wil blijven doen. Als ik uiteindelijk op een leidinggevende functie terecht kan komen zie ik mezelf hier zeker nog lang werken, maar zo niet denk ik dat dit niet het werk is wat ik nog heel lang kan blijven doen en dat ik me daarnaast gelukkig blijf voelen.
Dit werk is niet alleen emotioneel erg zwaar, maar ook nog eens fysiek. De overledenen moeten zowel voor als na de verzorging verplaatst worden en daarbij zijn de kisten waar zij in liggen erg zwaar, het vergt veel van je lichaam om dit meerdere keren per dag te doen. Ik denk dat als ik daar te lang mee door ga, ik mezelf tegen kom en zeg: tot hier en niet verder.

Gelukkig heb je heel veel steun aan je collega’s, we werken altijd in tweetallen en als je iets te zwaar vindt kun je het altijd aangeven en dan zijn er altijd collega’s die het opvangen of je er extra bij helpen.
Aan het einde van een zware verzorging of dag, kunnen we altijd goed met elkaar praten over alles, dit helpt enorm. Ik kan me niet voorstellen dat je hier kan werken als je niet met elkaar praat na de moeilijke momenten, ik denk dat het dan al heel snel te zwaar wordt.
Ondanks de zware kanten maak ik ook mooie momenten mee. Wanneer je hoort dat een familie heel tevreden met je was en je ze echt op hun gemak hebt gesteld geeft je dat gewoon energie. Je bent zo begaan met je werk, als ze je opbellen of je wil komen helpen hoef je eigenlijk al niet na te denken en zeg je gewoon ja.
Eén ding heb ik altijd gezegd, zodra het voor mij gewoon werk is, stop ik ermee.”