Denemarken interessant voor Nederlandse handbalsters

Wat maakt Denemarken interessant voor Nederlandse handbalsters?

Steeds meer Nederlandse handbalsters vervolgen hun carrière in Denemarken en niet in eigen land. Het niveau van de Nederlandse dames was voor het Wereldkampioenschap in 2019 genoeg voor de winst, maar het niveau in de nationale competitie blijft achter. Denemarken is een handballand en kent een hoog niveau voor vrouwen en mannen op internationaal niveau. Ook het aantal verenigingen en atleten wijst uit dat de sport populair is in het Scandinavische land. Wat zijn de verschillen met Nederland? 

Denemarken kent veel minder inwoners, maar meer handballers

Vergeleken met een kleine zes miljoen inwoners in Denemarken is Nederland ‘overvol’ met zeventien miljoen inwoners. Het aantal leden aangesloten bij verenigingen staat absoluut niet in diezelfde verhouding. Sterker nog, Denemarken kent ruim 100 duizend leden die aangesloten zijn bij 777 verenigingen. Nederland komt niet aan de helft van deze leden en kent ook een veel kleiner verenigingsaantal – maar 365. Dat blijkt uit de cijfers van beide handbal-bonden. De trend van ledenaantallen en daarbij ook de verenigingen kent de laatste tientallen jaren een forse daling. Prestaties en populariteit zijn juist precies het tegenovergestelde, deze kent bij met name de Deense mannen en Nederlandse vrouwen een stijgende lijn.

Prestaties niet leidend voor niveau competitie

De Nederlandse handbalvrouwen wonnen voor 2015 nog nooit een medaille op een internationaal kampioenschap. Voor het eerst haalden zij een medaille in 2016 op het Europees kampioenschap in Zweden.  Met de laatste prestaties hier nog bij genomen en de winst op het WK werden de ‘gouden handbalsters’ gekroond tot Sportploeg van het Jaar.

Met de blik op de statistieken de voorgaande jaren doet Nederland het momenteel ‘beter’ op de internationale kampioenschappen. Ze komen nog niet op het totale van de Deense vrouwen, maar deze staan al wel een aantal jaar ‘stil’ in de medaillespiegel. Opvallende is dat het niveau van de handbaldames erg hoog ligt. De Deense dames lijken een lager niveau te kennen kijkende naar de prestaties de voorgaande jaren (de enige medailles werden gewonnen door de Deense U20 damesteams). Niets is minder waar als je kijkt naar het niveau in deze nationale competitie.

Nederland met mannen en vrouwen onderaan lijst in EHF ranglijst

De verklaring voor een lager competitieniveau is duidelijk te zien in de ranglijst van de Europese Handbal Federatie (EHF). De EHF stelt elk jaar op basis van de laatste competities een ranglijst op met de zogenoemde EHF competitiecoëfficiënt. Deze wordt berekend op basis van de prestaties van de daarbij aangesloten clubs in de Europese clubcompetities in de eerste drie van de voorgaande vier jaren. De ranglijst van dit moment wordt dus bepaald door prestaties uit de seizoenen 2016/2017, 2017/2018 en 2018/2019. Punten worden verdeeld op basis van prestaties in de verschillende competities per land. Deze zijn in Denemarken en Nederland ook niet helemaal gelijk, maar kennen een vergelijkbaar systeem met meer ‘divisies’. Hoe hoger de EHF coëfficiënt is, hoe hoger het niveau van de competitie in het betreffende land vergeleken met de andere landen.

Er is duidelijk te zien in deze ranglijst dat Denemarken één van de grootste landen is in de handbalsport. Met een zevende plaats bij de mannen en een vierde plaats bij de vrouwen is op te merken dat het land zich goed staande weet te houden tussen de beste landen van Europa.   Nederland staat zowel bij de mannen als vrouwen nog niet eens in de top twintig. Bij de mannen misschien minder verrassend omdat zij ook nog nooit een internationale medaille wonnen – ook de U19 en U20 teams lukte dit nog niet. Nederland staat op plek 26 bij de mannen en plek 22 bij de vrouwen. Beiden met een coëfficiënt van onder de acht.

Uit deze cijfers en de voorgaande internationale kampioenschappen is wél goed te verklaren waarom Nederlandse dames interessant zijn voor de Deense handbalteams. De Nederlandse dames zijn opvallend goed in de internationale competitie maar kennen geen sterke nationale competitie. De Deense dames daarentegen doen het internationaal minder, maar kennen een sterke competitie. Deense teams ‘halen’ dus als het ware de Nederlandse dames naar Denemarken omdat het niveau daar past bij de Nederlanders.

Competitie anders ingedeeld in Denemarken

De competities van Nederland en Denemarken lijken voor een groot deel op elkaar. Verschil is wel dat er in Nederland ‘subcompetities’  zijn. In de hoofdklasse wordt veel gespeeld en er zijn veel teams op dat niveau. Denemarken kent een minder complexe competitie maar heeft meerdere ‘Cups’, welke het niveau hoog houden in dit land. Nederland daarentegen heeft de eredivisie als hoogste nationale niveau en speelt daarnaast nog wel mee in de BENE-League.

Competitie maakt verschil in handbalsport

Net als in basketbal, voetbal en dergelijke kent handbal dus ook een weldegelijke transfermarkt. Veel Nederlanders vertrekken naar onder andere Denemarken, Duitsland en Frankrijk. Andersom is dit dus minder, omdat Nederland minder aantrekkelijk is voor deze spelers. De komende jaren zullen er niet snel Nederlandse spelers terugkeren, tenzij het niveau van de Nederlandse competitie zal stijgen.