De voedselbank als sociale gemeenschap

Door: Midas Maas

Het is vroeg in de morgen op een terrein in Breda. Ergens in een hoekje staan wat winkelwagentjes, voor een stel onderdelen die ooit meubels hebben gevormd. Die winkelwagentjes hebben één doel: hulp bieden bij het dragen van de lasten. Eenzelfde functie heeft de organisatie waar de karretjes eigendom van zijn: Voedselbank Breda. In de kantine van de stichting zitten een moslima en een  Nederlandse vrouw met donkerblond krulhaar te praten. De Moslima is zo rond de leeftijd van 35 en de Nederlandse vrouw is rond de vijftig. De twee drinken koffie uit kartonnen bekertjes. Beiden leven onder de armoedegrens en zijn afhankelijk van de voedselbank.

Onder de armoedegrens

In Breda leeft 10,7% onder de armoedegrens; dat is het hoogste percentage in West-Brabant. Behalve het hoogste percentage in deze regio, is het ook beduidend hoger dan het landelijk gemiddelde van 7,6%.

Het percentage groeit sinds de start van de financiële crisis in 2008. In dat jaar leefde gemiddeld 8% van Breda onder de armoede grens. Het nationaal gemiddelde bedroeg toen 5,6%.

Na 2014 is de voorspelling dat het nationaal gemiddelde gestaag zou afnemen: van 7,6% naar 7% in 2016.

Deze trend is nog niet te merken. Deze week alleen al waren er zestig nieuwe aanmeldingen bij de Voedselbank Breda.

Hoe kom je in zo’n situatie terecht en wat doet dat voor deze mensen?

Moeder van vijf kinderen

De moslima wil haar naam niet kwijt, maar haar verhaal gelukkig wel: “Ik heb een moeilijke tijd op het moment. Ik heb vijf kinderen. Mijn man heeft een WAO-uitkering. Ik heb een tekort aan alles. Ik heb schulden. Elke keer als ik hoop dat het beter gaat, wordt het erger. Ik zit bijna tien jaar in deze situatie. Het wordt maar meer.

Mijn grootste irritatie is wel dat mijn kinderen niet mee kunnen doen in de samenleving. Als een van mijn kinderen iets nodig heeft voor school, kan ik ze dat niet geven. Mijn dochter is jarig volgende week. Ik weet niet hoe ik een feestje voor haar moet bekostigen. Één van mijn kinderen was jarig in januari voor wie ik ook al geen feest voor heb kunnen geven, omdat ik daar geen geld voor heb. Mijn kinderen konden niet op zwemles. Dat is heel vervelend, zeker toen één van mijn dochters op schoolkamp ging in groep zeven. Zij moest apart gaan zitten. Ik krijg nog steeds te horen van mijn dochter: “Waarom kunnen wij dat niet betalen?”

“ik deel één uitkering met zeven personen”

De gemeente zou meer moeten doen. Bijvoorbeeld voor mijn situatie: ik deel één uitkering met zeven personen. Dit jaar heb ik nogmaals geprobeerd een Bredapas aan te vragen, maar ik verdiende €20,- per maand te veel. Dat vind ik gestoord.

De hulp bij de voedselbank is goed. Soms krijgen wij genoeg, soms krijgen wij tekort van iets. Dan moet ik boodschappen doen van geld dat er eigenlijk niet is. Eén keer per maand krijgen wij ook luiers en shampoo. Voor mij als moslim is het jammer dat ik niet het vlees kan eten omdat het niet halal is.”

Zware avond

Als ook de vrouw met het donkerblonde haar de garantie heeft dat alleen dat haar privacy veilig blijft, staat ze er voor open om te praten. Haar naam is Corry en ze heeft 47 jaar levenservaring. Ze geeft meteen aan een heftige avond achter de rug te hebben en dat ze niet te veel in detail kan treden. De vrouw die duidelijk emotioneel is aangeslagen is, begint haar verhaal:

“Gisteravond was net een film die voor mij afspeelde en daardoor knakte ik. Ik kon wel badkuipen vol tranen vullen. Gisteren was het afhandelen van de goederen richting mijn ex. Rondom de scheiding zit een heel lelijk verhaal. Mijn ex is net vrij en eerlijk gezegd zorgt dat voor een heleboel stress.

Ik heb hem uiteindelijk aangegeven. Ik heb me daar schuldig over gevoeld

Die man heeft eigenlijk ons hele leven verpest. Mijn kinderen werden in hun vrijheid belemmerd. Mijn ex was ervan overtuigd dat hij God was en mijn kinderen mochten eigenlijk niks. Sinds mijn ex weg is, zie ik mijn kinderen opbloeien.

Ik heb hem uiteindelijk aangegeven. Ik heb me daar schuldig over gevoeld. Hij is alles kwijt: familie, geld en zijn huis. Uiteraard heeft mijn ex het wel aan zich zelf te danken. Haat en liefde zitten heel dicht bij elkaar. Ik heb verschrikkelijk veel van die man gehouden. Ik heb mezelf volledig opgeofferd om die man te plezieren. Ik wilde echt vechten voor dat huwelijk.

Mijn ex was twee maanden op vrije voet, maar er kwam maar geen teken van leven. In het begin waren mijn kinderen en ik doodsbang. Ik woon samen met m’n dochter en zoon en het was net alsof wij in een burcht woonden. Zodra wij thuiskwamen zetten wij meteen alle sloten erop en gingen alle gordijnen dicht. Aan de voor- en achterkant van het huis hadden wij een paraplu staan, niet voor de regen, maar als een mogelijke vorm van zelfverdediging.

Mijn kinderen zijn 21 en 19. Zij wonen nog bij mij. Het gaat hartstikke goed met z’n drieën, maar we hebben allemaal een klap opgelopen. Hun hele leven is helemaal niet leuk geweest.

Ik heb een slechte jeugd gehad en ik ben er achter gekomen dat mijn huwelijk ook niet was wat het moest zijn. Aan het eind van dat huwelijk had ik financiële problemen. Ik had altijd de hoop dat er licht aan het eind van de tunnel is.

Ik vond nog we het ergste dat een bemiddelaar vroeg: ‘wil je hem terug?’

Nu krijg ik psychische hulp. Ik word wel steeds sterker, maar mijn situatie is zo heftig geweest dat het niet meevalt om een dag als gisteren simpel te beleven. Daar zit zoveel emotie achter. Ik vond nog wel het ergste dat een bemiddelaar vroeg: ‘wil je hem terug?’ Dat vroegen ze niet een keer sinds ik begeleid wordt, nee, wel zes keer. Toch zijn er vrouwen die na zo’n situatie hun man terug willen.

Naast psychische hulp krijg ik ook hulp van de gemeente om mijn financiële schuld weg te werken. Het duurt wel lang. Ik heb daar hard voor moeten vechten. Daar word je wel eens moe van. Je moet zo voor jezelf opkomen. Dat is bizar, zeker als je je bedenkt dat de mensen die deze hulp nodig hebben vaak niet meer zo sterk zijn. Alle mensen die hier komen hebben zulke problemen dat het best een poos duurt voordat ze daar uitkomen. Mensen die niet de loketten weten te vinden en niet die wil hebben, kunnen echt het dak boven hun hoofd verliezen.

De gemeenschap hier voelt echt als familie

De voedselbank is een soort uitje voor mij. De gemeenschap hier voelt echt als familie. Je probeert elkaar de goede kant op te praten. Ik ben hier twee jaar terug begonnen. Volgend jaar hoop ik werk te hebben en in staat te zijn mezelf te onderhouden.

Ik denk dat de afname van de armoede alleen op papier is. Hier zie ik het namelijk steeds drukker worden.”

Kort voor de rookpauze

Kort voor de 55 jaar oude Pieter met een envelop shag naar buiten loopt, doet hij zijn verhaal:

“Ik had een goede baan: auto van de zaak, huisje boompje beestje. De hele  toestand. Toen kreeg ik binnen korte tijd twee ongevallen en ik werd volledig afgekeurd. Toen ik mijn eigendommen verkocht had, trok ik bij een kennis in. Die overleed en toen stond ik op straat. Dan kom je bij de dag- en nachtopvang, want iets anders hebben ze natuurlijk niet te bieden hier in Nederland. Ik ben meer dan acht jaar dakloos geweest. Als je eenmaal dakloos bent, kom je nergens meer bij terecht.

Je komt er uit door elke vinger die je toegestoken krijgt aanpakken. Als je op straat staat, kom je automatisch in situaties waar je met politie te maken krijgt. Als je buiten leeft ontkom je niet aan de criminaliteit. Dikwijls heb ik gevochten: ik moest voor mezelf opkomen. In de gevangenis krijg je mogelijkheden om jezelf te beteren. Die heb ik dus aangepakt.

Toen ik eenmaal een WAO-uitkering had, kreeg ik een flatje toegewezen. Dat was helaas niet genoeg om het hoofd boven water te houden en dan kom je hier terecht.

Dat ik hier zit ligt puur aan de gemeente

De gemeente bieden niet de hulp die ze moeten bieden. Ze horen je niet aan. Dat ik hier zit ligt puur aan de gemeente.

Als ik mij ga irriteren wordt het alleen maar erger. Het is nu eenmaal zo. Ik heb de leeftijd dat ik mij daar niet meer druk over maak.”

Privacy

Foto’s maken blijkt hier niet zo makkelijk te zijn als het indrukken van de sluiterknop. Iedereen wil weten waarvoor het is en het vangen van gezichten op beeld is in veel gevallen onmogelijk. Opmerkingen als: ‘Wat gaat u doen met die camera?’ zijn vragen die niet ongebruikelijk zijn. Anita, van Pelt, Coördinator bij Voedselbank Breda, staat er ook op dat het maken van herkenbare foto’s van leden niet is toegestaan: “Nu geven ze misschien toestemming, maar ooit komen ze uit deze situatie en dan willen ze misschien niet dat anderen weten dat ze ooit lid van de voedselbank zijn geweest.”

Werken met de klanten

Patrick Marijnessen is vrijwilliger bij de Voedselbank Breda. De man is 52 jaar oud en werkt inmiddels 2,5 jaar met veel plezier bij de voedselbank:

“Werken hier geeft mij super veel energie. Het contact met de mensen hier is super. Ik ken ze bijna allemaal. Er zijn heel mensen die hun problemen bij  mij kwijt willen. Mensen hier zijn heel direct omdat ze niks meer te verliezen hebben. Ze kunnen open praten. Ze zijn heel eerlijk.

Het is werkelijk een afspiegeling van de maatschappij. Alle lagen komen hier

Mensen die hier komen hebben meer nodig dan alleen voedsel. Ze hebben vaak behoefte aan sociale ondersteuning. Wij helpen ze ook met de weg naar bepaalde subsidieregelingen. Heel veel mensen hier zijn chronisch ziek.

Het is werkelijk een afspiegeling van de maatschappij. Alle lagen komen hier. Het grootste deel is Nederlands. Je ziet hier veel ZZP’ers die failliet zijn gegaan, maar ook mensen die ooit in de rijkere buurten van Breda hebben gewoond. Het grootste deel komt wel uit de arbeiderswijken. Iedereen kan hier komen, zelfs mensen die ooit zeiden: dat gaat mij nooit gebeuren.

Iedereen kan hier komen, zelfs mensen die ooit zeiden: dat gaat mij nooit gebeuren

Onder de mensen die hier komen zie ik ook wel eens jonge meiden met kinderen die al psychische problemen hebben. Ze komen hier zat aan en ik weet dat ze kinderen hebben. Dat vind ik wel erg.

Die kinderen krijgen wel minder kans te participeren binnen de samenleving. Zaken als een sportclub of een zomerkamp kosten geld. Die kinderen lopen een achterstand op.

De gemeente heeft een achterstallige rol. Ik vind dat de bredere schouders moeten de last dragen van de achterblijvers.”

Het is hard nodig

Helaas is het nog niet te merken dat het aantal mensen onder de armoedegrens minder wordt; sterker nog, het aantal leden van de voedselbank groeit alleen maar. Het is hard nodig: anders hebben de kinderen van de moslima geen eten, staat Pieter mogelijk weer op straat en heeft Corry niet de tijd te herstellen van haar psychische en lichamelijke schade. De voedselbank is nodig om te zorgen dat zoveel mogelijk mensen mee kunnen doen in de maatschappij. De voedselbank is voor deze mensen méér dan alleen die tas boodschappen. Het is een sociale gemeenschap waar mensen steun hebben aan elkaar en worden geholpen om weer deel te nemen in de maatschappij, want helaas lukt dat nog niet altijd.