De vluchteling waar je niks over hoort

Molham Ktel is niet het stereotype vluchteling die je op tv ziet en waarover je in de krant leest. ‘Vluchtelingen zijn verkrachters, profiteren van het geld en doen niks nuttigs voor onze samenleving.’ Dit is wat je op het nieuws hoort en telkens weer voorbij ziet komen op Facebook. ‘Maar die vluchteling ben ik niet’, zegt Molham vastberaden, ‘maar waarom ben ik dan niet in het nieuws?’

 

Toen hij in 2013 is gevlucht uit Syrië, dacht hij dat het leven er niet makkelijker op zou worden, maar hij zou er het beste van maken. En dat is gelukt.

 

Zes dagen per week staat Molham als trotse eigenaar in zijn winkel ‘Mini Supermarket Ktel’. Ruim een maand geleden, 15 oktober, was de grand opening. De winkel ligt in de Limburgse stad Horst, waar hij de eerste Halal-winkel heeft mogen openen. ‘Het was niet moeilijk om een winkel te openen. Toen ik eenmaal de Nederlandse taal en cultuur een beetje onder de knie had, was ik meteen begonnen met mijn plannen. Gelukkig houden Nederlanders zich heel goed aan regels en aan afspraken –anders dan in Syrië- waardoor het opzetten en openen van mijn supermarkt goed verliep’, vertelt Molham. Ook werkt hij al twee jaar op de zondagen bij de Karwei.

 

Zes jaar geleden begon de burgeroorlog in Syrië, waardoor de toen 16-jarige Molham en zijn familie besloten hun drie tankstations, twee villa’s en zes huizen achter te laten. ‘Mijn moeder en broertje zijn geraakt door een kogel’, zegt hij. ‘Het was niet veilig thuis, we moesten wel vluchten.’ Als gezin met twee dochters –toen 3 en 6 jaar oud- en drie zoons begon hun reis naar een beter leven. De eerste stap was om van Syrië naar Turkije te reizen, waar ze vier maanden verbleven. Van Turkije gingen ze door naar Egypte waar ze vijf maanden waren totdat ze een mensensmokkelaar betaalden om met de boot mee naar Italië te mogen. ‘Ze vertelde ons dat de boot super groot was en dat er maximaal 50 mensen op mochten. Het zou een fijne reis worden’, verteld Molham. Maar niets bleek minder waar. Met 300 mensen zaten ze acht dagen op een kleine boot, waarvan de motor het minstens twee keer begaf. ‘Het laatste half uur brak de boot door midden. Het water stroomde naar binnen en we dachten dat dit het einde was. Gelukkig werden we nog net –voordat we moesten zwemmen- gered door een Italiaanse reddingsboot.’ Veilig kwamen ze aan op de Italiaanse kust. Met de trein reisden ze door naar Nederland, waar ze eerst nog zes maanden in een asielzoekerscentrum verbleven, voordat hun leven pas echt weer door kon gaan zonder chaos.

 

 

Molham en zijn familie kregen in 2015 de gemeente Venlo aangewezen, waar ze nu in het dorp Tegelen wonen. In het AZC was het moeilijk de Nederlandse taal en cultuur te leren, maar eenmaal in Tegelen hadden ze daar genoeg tijd voor, waardoor ze weer een ‘normaal’ leven konden oppakken. ‘In onze cultuur leer je dat je moet werken, hoe dan ook’, zegt Molham, dus is hij meteen begonnen met een bijbaantje bij de Karwei. ‘Het is jammer dat mensen denken dat alle vluchtelingen hier zijn om te profiteren van uitkeringen. Wij willen juist hard werken.’ In Syrië heeft hij zijn HBO diploma economie gehaald, maar daar heeft hij niks aan in Nederland. ‘Toen ik hier aankwam, wist ik meteen dat ik een winkel wilde openen. Hier heb je gelukkig geen diploma voor nodig’. Het plan is natuurlijk om de winkel verder uit te breiden, maar dat hangt af van hoe goed de winkel loopt. ‘Er komen Syriërs, Nederlanders, Turken en allerlei verschillende culturen op de supermarkt af. De zaken lopen nu al goed, en daar zijn we Nederland erg dankbaar voor.’

 

‘Of we nog teruggaan naar Syrië als de oorlog voorbij is? Ik denk het niet. Ik ben nu mijn leven weer op aan het bouwen hier. Ik heb net een winkel, dat kan ik niet zomaar opgeven. Maar mijn ouders… dat is een ander verhaal. Zij voelen zich foto-interview-sanne-2hier als een 3-jarig kind. Het is veel moeilijker voor hen om een nieuwe taal en levensstijl is te leren. En vooral omdat zij, in tegenstelling tot mij, wel een leven hebben kunnen opbouwen in Syrië’. Maar de oorlog is nog lang niet voorbij, denkt Molham. ‘Assad moord zijn eigen volk uit, zodat hij alleen aan de macht kan blijven. En dat zal nog wel een tijdje zo door gaan’. Er zit nog familie van Molham in Syrië, die niet zoals zijn gezin genoeg geld hebben om te vluchten. ‘Ik durf niet eens naar het nieuws te kijken, omdat ik alleen maar hoor dat er weer een ziekenhuis is gebombardeerd of voor de zoveelste keer onschuldige kinderen zijn vermoord’, geeft hij toe. ‘We mogen ons gelukkig prijzen dat we hier een nieuwe kans krijgen. Mijn gezin en ik zijn Nederland hier erg dankbaar voor’.

 

Door: Sanne Paras