Het verleden, heden en de toekomst van verslaving

Verslaving is een bekend fenomeen. Iets van alle tijden, zou je kunnen zeggen. Toch is het woord verslaving minder dan driehonderd jaar oud. Behandeling van het fenomeen lijkt tegenwoordig heel normaal. Dit is het niet altijd geweest. Ik sprak hierover met professor Jaap van der Stel. Van der Stel is lector geestelijke gezondheidszorg. Hij heeft 23 boeken over verslaving geschreven, schrijft regelmatig artikelen voor vaktijdschriften, zoals ‘Verslaafd’ en het ‘Tijdschrift voor de Psychiatrie’ en schrijft geregeld columns voor de site Discura, een site voor professionals in de zorg.

Waar komt het woord verslaving vandaan?

“We zijn eigenlijk het enige land dat voor dit verschijnsel het woord verslaving gebruikt. Het betekent: iemand tot slaaf maken. Dat het woord ineens voor dit fenomeen werd gebruikt, heeft ermee te maken dat het  in de achttiende eeuw ineens geschikt was voor een nieuwe vorm van gedrag die opkwam, namelijk: het overmatig gebruiken van sterke drank. Waarom in dit geval dan verslaving en niet bijvoorbeeld het woord ‘zucht’, zoals ze dat in Duitsland gebruiken, Sucht? Wij waren ons in het begin van de achttiende eeuw nog heel erg bewust van de tachtig jaar die we in oorlog zijn geweest met de Spanjaarden. De gedachte was: wij hebben toch niet tachtig jaar voor onze vrijheid gevochten om ons vervolgens weer te verslaven aan de drank? Ten tweede waren wij in die tijd nog volop actief in de slavenhandel. Men wist dat het niet goed was wat men deed. Uit die gene ten aanzien van dat onderwerp was verslaving ook wel een juist woord.”

 

U bent voor afschaffing van het woord verslaving, kunt u uitleggen waarom?

“Omdat de term zo absoluut is. Bij dat woord is ingesloten dat er geen herstelmogelijkheden zijn, terwijl die er wel zijn. Een echte slaaf komt niet vrij. We zouden eigenlijk een andere term moeten hebben. Die hebben we kort gehad, namelijk afhankelijkheid. Deze kwam op de jaren zeventig. Deze metafoor is echter in de vergetelheid geraakt. Afhankelijkheid is toch minder absoluut. In de aanduiding geef je onvoldoende weer wat bijvoorbeeld  de kansen op herstel zijn. Op deze manier klinkt verslaving bijna als een chronische ziekte.”

Op deze manier klinkt verslaving bijna als een chronische ziekte.

Vanaf wanneer werd verslaving behandeld?

“Het is lastig om daar een precieze datum aan vast te knopen, omdat je nooit weet wat men precies verstaat onder behandeling. Het moment dat er echt artsen voor kwamen en er centra werden geopend, is in de westerse wereld op zijn vroegst pas ontstaan in de negentiende eeuw. Toen kwamen er voorzieningen voor mensen met alcoholisme. Vaak waren dit huizen op een hei, waar deze mensen konden verblijven. Het was zeer primitief. Men had geen idee wat verslaving was en hoe het behandeld zou moeten worden. Dat heeft zich in de loop van de twintigste eeuw verder ontwikkeld.”

Vanaf wanneer werd verslaving gezien als iets dat door de psychische zorg kan worden behandeld?

“Aan het begin van de vorige eeuw door drankorganisaties. Zij streden voor een lagere alcoholconsumptie onder de bevolking. Toen zij het doel hadden bereikt dat er minder gedronken werd, wilden zij ook de individuen bereiken die te veel alcohol gebruikten. Toen gingen zij zorg ontwikkelen, gericht op het individu. Nu nog steeds is deze zorg mondjesmaat geïntegreerd in de geestelijke zorg.”

 

Is het aantal soorten verslavingen in de afgelopen eeuwen toegenomen of afgenomen?

“Het aantal onderscheidingen is toegenomen. Tot na de Tweede Wereldoorlog betekende verslaving, automatisch verslaving aan alcohol. Verslavingen als roken werden nog nauwelijks onder de noemer verslaving genoemd. Na de opkomst van drugs in de jaren zestig werd verslaving gebruikt als verzamelterm voor verschillende vormen van verslaving. In de loop van decennia kreeg je meer onderscheidingen, zoals gokverslaving in de jaren tachtig en internetverslaving in de jaren negentig. De term is nu bijna oneindig.”

 

Het is dus van een eenduidige term naar een meer gebruikte term gegaan? 

“Ja. Echter is het in zekere zin weer meer eenduidig geworden, omdat men denkt dat het via het zelfde mechanisme werkt als bijvoorbeeld sociale verlangens. Er is altijd sprake van een hunkering en een ongemakkelijk gevoel als je een tijdje niet gebruikt hebt. Sociaal verlangen vindt namelijk op dezelfde plaats in hersenen, maar zonder de schadelijke factor. Dus verslaving is in die zin een algemene term, maar dus ook voor een gemeenschappelijk mechanisme. Daar komt wel het feit bij dat er in sociale opzichten verschillend wordt gekeken naar verschillende soorten verslavingen.”

 

Onder e-health vallen alle digitale toepassingen voor de zorg. Welke mogelijkheden ziet u voor e-health in de verslaafdenzorg?

“Er zijn nu instellingen waar de helft van de zorg via e-health gaat. Deze vorm van zorg is er in allerlei vormen. Mensen kunnen hierdoor ook ‘s nachts communiceren. Heel veel antwoorden worden  gegeven via de computer. Er zijn allerlei vormen van e-health in ontwikkeling en de kans is groot dat deze zorg binnen een paar jaar via internet gaat. Vroeger was dit alleen via SMS, maar nu kan men gebruik maken van filmpjes en alles wordt steeds geavanceerder. Dit zal per instelling verschillen, maar dit is wel te verwachten. Zorg via internet maakt de kans groter dat mensen in een eerder stadium van de verslaving hulp gaan zoeken, omdat alles anoniem kan.”

We zijn nog lang niet ver genoeg om te zeggen: we zijn gelukkig met wat we kunnen.

Hoe ziet u de toekomst van de verslaafdenzorg?

“We zijn nog lang niet ver genoeg om te zeggen: we zijn gelukkig met wat we kunnen.

Allereerst moet het stigma weg. Als er zo’n taboe heerst om een ziekte, zullen mensen het zo lang mogelijk verbergen. Hierdoor komen ze laat in de zorg, waardoor de kans op herstel kleiner is en de schade groter.

Wat wij nog lang niet goed genoeg doen, is mensen in een zo vroeg mogelijk stadium ontmoeten en kijken hoe we hun gedrag kunnen veranderen.

Anderzijds is er nog steeds de discussie of we genoeg medicijnen hebben en of ze voor iedereen werken. De vraag is ook of de industrie deze wil ontwikkelen door de hoge ontwikkelingskosten.

We moeten ook veel behandelmethoden ontwikkelen, die meer op het individu gericht zijn.

De sectoren vechten natuurlijk voor eigen behoud, maar in de toekomst zie ik een algemene plek waar mensen met zowel een verslaving, als andere psychische aandoeningen terecht kunnen. Specialisten moeten zoveel mogelijk integreren, meer samenwerken.

Als wij dit gesprek over vijftig jaar voeren, denk ik dat we zeker kunnen zeggen dat er veel in ontwikkeling is, dat de discussie blijft bestaan of de behandeling effectief genoeg is. Ontwikkeling gaat dus langzaam.”