Van kantoor naar koe

Je werk, je moet altijd doen wat je leuk vindt, volg je hart. Hoe vaak hoor je die dingen als je een beroepskeuze of studiekeuze moet maken? Voor Marieke Splinter was dit niet zo vanzelfsprekend.

‘’Mijn vader ging altijd met tegenzin naar zijn werk. Ik ging er dus vanuit dat werken helemaal niet leuk was, werken was iets dat moest. Het hoorde simpelweg bij het leven en het leven is ook niet altijd leuk.’’ Vertelt ze op haar eigen zorgboerderij in Hilversum. ‘’Ik wilde eigenlijk altijd naar de toneelschool’’ zegt Marieke lachend, ‘’maar daar ben ik toch niet mee doorgegaan.’’ Ik heb uiteindelijk hbo-inrichtingswerk gedaan, mijn tweede keus. Het eerste jaar was een heel algemeen jaar. En daarna ga je kiezen, je gaat inrichtingswerk doen, personeelswerk of maatschappelijk werk.’’

Wat Marieke wilde voorkomen is dat ze achter een bureau op een kantoor zou verdwijnen. ‘’Ik wilde echt met de mensen zijn, een deel uitmaken van iemands leven en dat kon met inrichtingswerk. Dat is groepsbegeleiding in bijvoorbeeld iemands woonsituatie of in iemands dagbesteding.’’ En dat gebeurde. Marieke kreeg een baan in een kindertehuis als inrichtingswerker. ‘’Dat heb ik een aantal jaar met heel veel plezier gedaan, tot dat ik zelf moeder werd. Ik merkte dat ik er moeite mee had objectief te blijven. Voor die tijd kon ik denken, contact met de ouders houden is wel in belang van het kind dus er moet gezorgd worden voor ontmoetingen in een veilige omgeving bijvoorbeeld. Maar ik merkte dat ik er steeds minder professioneel mee om kon gaan. En ook de onregelmatige diensten en slapen op je werk waren niet haalbaar met zelf een pasgeboren baby.’’

Marieke zegde haar baan op bij het kindertehuis en ging zich meer richten op de preventie. ‘’Ik ben toen gaan werken in een opvoedwinkel, dan geef je bijvoorbeeld opvoedingsadviezen aan ouders.’’ Na een tijdje daar gewerkt te hebben en nog verschillende andere banen in de zorg kreeg Marieke een baan bij Kentalis, een organisatie die werkt voor onder meer slechthorenden, doven en mensen met een communicatieve beperking. ‘’Bij Kentalis hield mijn werk in dat ik op huisbezoek ging bij mensen om een probleem te constateren in die woonsituatie, en vervolgens moest bepalen welke zorg er ingezet ging worden voor deze mensen. Dat hield dus in dat ik van persoon naar persoon ging op een dag, een gesprek voerde, verslag moest schrijven, een indicatie moest uitvoeren en weer door naar de volgende.’’

Wat ze dus altijd had willen bereiken in haar werk, en ook de keuze voor haar studierichting kwamen niet echt terug in de realiteit. ‘’Je kwam in hele uitzichtloze situaties terecht en had weinig echt contact met de mensen die je sprak. Ook was het uiteindelijk voornamelijk bureauwerk wat ik deed, en dat wilde ik juist altijd voorkomen. Ik wilde zo graag iets doen waar ik en anderen echt blij van werden.’’ Haar man, Anton van Tilburg, vond zijn werk als video-editor bij de televisie juist wel altijd leuk. ‘’Door hem ben ik gaan inzien dat werk helemaal niet iets stoms hoeft te zijn. Tuurlijk zijn er dagen dat je er even geen zin in hebt maar hij ging altijd vrolijk weg en kwam altijd vrolijk thuis. Toen heb ik besloten om voor mezelf te gaan beginnen.’’

Een zorgboerderij was niet het eerste wat in Marieke opkwam. ‘’Ik wilde een kinderdagverblijf beginnen. Maar ook dingen zoals een broodjeszaak of een soepwinkel. Heeft verder niks te maken met mijn opleiding maar ik wilde zo graag iets doen waar ik blij van werd. Dus die dingen kwamen ook naar boven.’’ Marieke haar dochter, en Marieke zelf, reden paard op een boerderij in Hilversum. Elke vrijdag paardrijden maar dan eind van de middag toch weer achter het bureau verslagen uittypen. ‘’Toen dacht ik, wat lijkt het me eigenlijk leuk om met een groep mensen de hele dag te werken op een boerderij. Veel buiten en een echte dagbesteding.’’ De boer van wie de boerderij was werkte al als kleinschalig zorgboer voor mensen uit de verslavingszorg, maar dat liep niet. ‘’De mensen kwamen de helft van de tijd niet opdagen omdat ze dan bijvoorbeeld onder invloed waren. Dus hij zat op een punt dat hij dacht, er moet nu iets gebeuren anders stop ik ermee.’’ Marieke stelde voor om de handen in één te slaan, hij had het land en de dieren, en zij de papieren.

‘’Ik heb de sprong in het diepe genomen door mijn baan op te zeggen en een vennootschap te beginnen. Ik begon met werken op andere dagbestedingen om te kijken hoe je zoiets goed aanpakte, eigenlijk gewoon om af te kijken, maar ook om geld bij te verdienen. Want in het begin heb je nog maar 1 of 2 deelnemers en kan je dus ook maar één dag per week open. Langzamerhand begon het echter te rollen. Toen we drie dagen per week opengingen kon ik mijn invalbaan opzeggen.’’ Na een jaar was de zorgboerderij 5 dagen in de week open en uiteindelijk kwam er een tweede groep bij. Zo hadden ze een groep voor verstandelijk beperkte- en voor demente mensen. Of ze het iedereen aan kan raden? Absoluut. ‘’Het is niet altijd gezegd dat het makkelijk wordt of dat het gaat slagen. Maar als het dat wel is, is het wel heel fijn je eigen bedrijf te hebben en volgens je eigen visie daar vorm aan te geven.’’ Ondertussen bestaat zorgboerderij het Gooi al bijna 10 jaar en glundert Marieke van trots. ‘’Ik heb elke dag zoveel plezier in mijn werk, ik had dit voor geen goud willen missen.’’