Twee oud-professionele darters over hun onvergetelijke carrière

Olaf Knook – Nederlander Kees Slokkers (39) uit Willemstad en Belg Eddy Hoogenboom (52) uit Turnhout weten hoe het is om op het hoogste niveau te darten. Beide mannen speelden tegen ’s werelds beste darters op toernooien van de internationale dartsorganisatie Professional Darts Corporation (PDC). Volgens beide mannen was het toen een en al gezelligheid.

Kees Slokkers (actief tussen 2002-2008)

Archief Kees Slokkers

‘t Vossenhol 

“Het begon allemaal in 1998. Voor de gein begon ik met wat vrienden mee te darten in een cafetaria in het Brabantse plaatsje Heijningen. Het niveau van mij was nog niet zo denderend, maar hier won ik al met gemak van spelers die al jaren speelden. Na een jaartje competitie in Fijnaart werd ik gevraagd om eredivisie te komen gooien in café ’t Vossenhol. In 2001 kwam ik terecht in een groepje met de beste darters uit mijn competitie. Wij gooiden bijna alle nationale toernooien in Benelux. Op een gegeven moment wilden een paar vrienden van hetzelfde groepje het Welsh Open in Groot-Brittannië gooien, maar een van hen raakte ziek. Ik had mij nog niet ingeschreven, dus ik mocht als invaller meedoen. Dat was mijn allereerste grote toernooi en direct haalde ik de finale, die ik met 2-0 verloor van de uit Denemarken afkomstig Per Laursen. Het ging steeds beter en ik had het gevoel om door te gaan.” 

Tussen de grote spelers 

“Ik trainde af en toe samen met Jelle Klaasen, Michael van Gerwen en Vincent van der Voort (PDC-topspelers in 2018, red.) en mocht dankzij hen steeds vaker de vipruimtes in bij toernooien, dat was heel speciaal omdat niet iedereen dat zomaar mag. Ieder weekend was ik weg om wedstrijden te gooien en gezelligheid te maken. Het was altijd feest en lol, maar tegenwoordig is de sport veel serieuzer geworden. Vroeger waren er maar een paar toppers in Nederland, maar na de eerste wereldtitel van Raymond van Barneveld in 1998 wilde iedereen leren darten en nu denkt iedereen een goed pijltje te gooien.” 

“Mijn moeder hield mijn volledige dartcarrière bij”

Gemaakt door: Jaco Carla

“Het jaar 2008 was mijn laatste professionele jaar en dat had er voornamelijk mee te maken dat het financieel erg zwaar was. Mijn manager hielp mij erg veel en zorgde voor de contracten, maar ook hij zag in dat het moeilijker werd. Je moest 75 pond inschrijfgeld per wedstrijd betalen (op jaarbasis veel) en door een tekort aan sponsors kon ik mijn hoofd niet leeg maken om dat bedrag ieder toernooi weer te betalen. Ik moest daardoor ook vaarwel zeggen tegen mijn Nederlandse maten, zij bereikten meerdere malen het wereldkampioenschap Embassy en ik miste het twee keer op een haar na.” 

Moeders boekje 

“Mijn moeder overleed richting het einde van 2011 en dat was persoonlijk een heel zwaar jaar. Niet veel later na haar overlijden stuitte ik op een boekje dat zij had gemaakt en het bleek dat zij vanaf 2002 in het geheim mijn volledige dartcarrière had bijgehouden. De resultaten die ik had geboekt, de prijzen die ik had gewonnen en alle toernooien waar ik aan mee had gedaan. Na de vondst van dat boekje kreeg ik ook last van darteritus, een soort blokkade waardoor ik mijn pijlen niet meer los kon laten. Vóór mijn eerste buitenlandse toernooi, het Welsh Open, kreeg ik ook al een keer last van darteritus. Later bleek dit uiteindelijk fataal te zijn voor mijn carrière en het spelen van buitenlandse toernooien, want ik kwam er zeker een jaar niet bovenop. Maar ik kan tevreden terugkijken op mijn carrière.” 

 

Eddy Hoogenboom (actief tussen 2002-2007) 

Gemaakt door: Jan Leijs

Rond de kerk 

“Op mijn twintigste stapte ik een café binnen met wat vrienden en het enige wat daar hing was een dartbord. Voor de rest was er niks te beleven. Ik pakte wat pijlen en uiteindelijk is het darten blijven plakken. Iedere keer kwam ik terug naar dezelfde kroeg om pijlen te werpen en uiteindelijk ben ik daar ook begonnen met competitie te gooien. Ik speelde nog op een heel laag niveau, maar als een beginneling had ik wel in de gaten dat ik beter was dan de rest. Als groentje was ik vooral actief “rond de kerk”: heel veel lokale en regionale toernooien spelen. Later ging ik opzoek naar een andere ploeg en speelde ik in België op het hoogste niveau met mijn buurman Tony Martinez. Met Tony reisde ik heel Holland rond en ik ben nog nooit zat naar huis gereden, want ik reed altijd terug. Door nuchter te zijn hoopte ik prestatie te leveren, maar het ging vooral om de gezelligheid.” 

Fysiek en mentaal 

“Ik heb tegen grote namen gespeeld, zoals Chris Mason en Wayne Jones. Als zulke spelers verloren van mij waren zij er echt ziek van. Het zijn allemaal hele leuke kerels, als ze maar niet verliezen. Ik zeg altijd: ‘Als ik goed gooi, dan krijgen de mensen die tegen mij gooien het moeilijk. Maar als ik slecht gooi, dan maak ik het alleen mijzelf moeilijk’. Ik had geen contact met grote namen uit de dartswereld, maar ieder toernooi heb ik wel een babbeltje gedaan met de Brit Darryl ‘The Dazzler’ Fitton.” 

“Ik heb nooit nóg hogerop willen gaan”

Gemaakt door: Moniek van Gils

“Er kwam een einde aan mijn carrière omdat ik het fysiek en mentaal niet meer aankon. Ik had een hekel aan wachten en ik wilde liever thuis zijn bij mijn familie. Ik was vijf dagen in de week bezig met trainen en wedstrijden gooien en vooral in het begin was dat erg moeilijk. Tevens loopt België achter op dartgebied qua accommodatie, want bij ons is de sport niet echt losgebarsten. Sponsors kun je hier niet vinden en daar wordt dan ook weinig aan gedaan.”

“Misschien was ik wel de persoon om nóg hogerop te gaan. Daar ben ik ook meerdere malen voor gevraagd. Maar ik wilde het simpelweg gewoon niet. Met het competitieteam werden wij altijd tweede en wonnen een paar keer de beker. Daar bleef het voor mij ook bij. Tegenwoordig gooi ik al 10 jaar geen toernooien meer buiten Zevenbergen. Maar ik merk wel dat er in die tijd veel is veranderd. Zo is de verlichting veel beter geworden: ik kan eindelijk eens zien waar mijn pijlen in het bord terechtkomen!”